Hoofdmenu openen
Zie artikel Zie Tharsis voor het gebied op de planeet Mars.

Tarsis (Hebreeuws: תַּרְשִׁישׁ Taršīš) was volgens de volkerenlijst in het eerste Bijbelboek Genesis een zoon van Javan en kleinzoon van Jafet.[1]

Aanvankelijk trokken de nakomelingen van Tarsis naar Zuid-Anatolië, waar ze onder andere de stad Tarsus stichtten. Vervolgens zwierven ze uit over de Middellandse Zee, die volgens sommige bronnen toentertijd de Tartessische Zee genoemd werd, waarbij ze talrijke eilanden en kuststreken koloniseerden, waaronder Kreta en Zuid-Spanje, waar ze de legendarische stad Tartessos stichtten. In de Bijbel komt deze laatste stad voor onder de naam Tarsis. Ze stonden bekend als vaardige ambachtslieden en handelaars. Salomo dreef handel met Tarsis samen met zijn bondgenoot koning Hiram van Tyrus. Ook zou de profeet Jona gevlucht zijn op een schip naar Tarsis.[2]