Stormvloed

opstuwing van zeewater door stormen
Dit artikel gaat over stormvloed, zie Overstroming voor watersnood en overstroming

Een stormvloed is het opstuwen van zeewater door stormwinden. Er is sprake van een stormvloed als een vloed het zogenaamde grenspeil heeft bereikt of overschreden. De hoogte van het grenspeil wordt bepaald door de frequentie van gemiddeld eens in de twee jaar.[1]

Stormvloed aan de kust van Connecticut (USA) als gevolg van orkaan Carol in 1954

Oorzaak van een stormvloedBewerken

Hoge windsnelheden behorende tot een storm kunnen zeewater opstuwen tot een hoger zeeniveau dan normaal. De lagedruk in de kern van de stormdepressie of tropische cycloon kan het effect licht versterken. Als de stormvloed de kust bereikt kan hij nog aangroeien, omdat de zee ondieper wordt, zoals dat ook bij een tsunami gebeurt; bij een tsunami is dit effect echter veel sterker, omdat bij een tsunami al het water van het zeeoppervlak tot de bodem in beweging wordt gezet, in tegenstelling tot stormen, waarbij alleen de bovenste oppervlaktelagen van de zee worden bewogen.

De waterstand tijdens een stormvloed bestaat uit twee componenten, het getij en de windopzet.

Een stormvloed kan extra vervelend zijn als hij de kust bereikt, samenvallend met de vloed (of nog erger springvloed). De (spring)vloed wordt dan verhoogd met de stormvloed. Dit was de oorzaak van de watersnood van 1953. Tropische cyclonen gaan vaak gepaard met stormvloeden, die echter hun energie langer behouden. Zo kan een orkaan die van de vijfde categorie naar de tweede categorie verzwakt is, nog lange tijd een stormvloed genereren van de vierde of vijfde categorie (vergelijk het maken van een draaikolk in een emmer water door hard te roeren: als men stopt met roeren, blijft het water nog enige tijd kolken).

De stormvloed wordt verder bepaald door de hoek tussen de windrichting en de kust. Wanneer de wind loodrecht op de kust staat, is de stormvloed het hoogst.

Wanneer de verwachte waterstanden aan de kust erg hoog worden, kunnen de stormvloedkeringen worden gesloten zodat de veiligheid tegen overstromen beter wordt gewaarborgd.

Stormvloeden in NederlandBewerken

DefinitieBewerken

 
Dijkdoorbraak in de Alblasserwaard bij Papendrecht, gevolg van de stormvloed tijdens de Watersnood van 1953

Watermanagementcentrum Nederland (voorheen de Stormvloedwaarschuwingsdienst (SVSD)) spreekt van een stormvloed als bij één of meer van de peilmeetstations Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden buitenhaven, Den Helder, Harlingen en Delfzijl de waterstand het grenspeil overschrijdt. Een grenspeil is een waterstand die is afgeleid uit de opgetreden waterstanden van eerdere stormvloeden. Het grenspeil verschilt per locatie en wordt gemiddeld eens per 2 jaar overschreden. Per locatie hebben het WMCN en de waterkeringbeheerders afgesproken bij welke peilen actie moet worden ondernomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het:

  • Waarschuwingspeil: Als het water hierboven komt, nemen de waterkeringbeheerders beperkte maatregelen. Dit gebeurt gemiddeld 1 keer per jaar. Hoewel de waterkeringen dit goed aankunnen, wil men paraat staan.
  • Alarmeringspeil: Als het water hierboven komt, nemen de waterkeringbeheerders uitgebreide maatregelen. De bijbehorende waterstanden zijn aanzienlijk hoger en de situatie is een stuk kritieker. Deze situatie komt eens in de 5 jaar voor.[2]

AlarmeringenBewerken

Als men verwacht dat het water ten minste het waarschuwingspeil gaat overschrijden, komt de crisisadviesgroep Kust en Benedenrivieren (WMCN Kust en Benedenrivieren) bijeen in de Waterkamer. Waterdeskundigen en een maritiem meteoroloog van het KNMI houden hier de situatie in de gaten. Wanneer zij een overschrijding van het waarschuwingspeil verwachten, dan stellen ze de waterkeringbeheerders daarvan ongeveer 12 uur voor de hoogste waterstand op de hoogte. De stormvloedwaarschuwingen worden ook online gepresenteerd, zodat alle belanghebbende organisaties en personen snel kunnen beschikken over de informatie.[2]

ActiesBewerken

De dijken en andere waterkeringen worden bewaakt door waterkeringbeheerders, zoals de waterschappen en de regionale diensten van Rijkswaterstaat. Op basis van de waarschuwingen van het WMCN kunnen de keringbeheerders adequate maatregelen nemen. Dit kunnen beperkte maatregelen zijn zoals het sluiten van coupures (dijkdoorgangen) en het dichtzetten van riolen maar ook uitgebreide maatregelen als dijkbewaking en het sluiten van de stormvloedkeringen als het alarmeringspeil dreigt te worden overschreden.[2]

Hiertoe licht het WMCN de volgende partijen in:

Het WMCN informeert ook het publiek dat er hoogwater op komst is via (social) media, de website van Rijkswaterstaat, het Actueel Waterbericht, en radio en televisie. De waterschappen roepen op hun beurt groepen vrijwilligers en/of professionals op (de zogenaamde dijklegers) die de dijken inspecteren en eventueel maatregelen nemen. Ook worden er zo nodig crisisstaven van bestuurders geactiveerd.

Het WMCN maakt van elke stormvloed verslagen in de vorm van een Stormvloedflits (kort rapport, daags na de stormvloed gepubliceerd) of een Stormvloedverslag (lang rapport, uiterlijk 3 maanden na de stormvloed gepubliceerd). Alle Stormvloedverslagen vanaf 1948 zijn gepubliceerd op de Waterberichtgevingswebsite van Rijkswaterstaat en aldaar te downloaden.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

Zie de categorie Storm surges van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.