Hoofdmenu openen

Stora Enso

Fins-Zweedse multinational in papierindustrie en bosbouw

Het Fins-Zweeds concern Stora Enso (Zweeds:[stuːra] en Fins:[enso]) is op basis van productiecapaciteit de tweede grootse bosbouwonderneming ter wereld alsook een van de grootste papier- en verpakkingsproducenten. Anno 2017 ligt de hoofdzetel in Helsinki, Finland. Stora Enso is de oudste naamloze vennootschap ter wereld en gaat terug tot 1288 waar bij de opstart van de mijn in Falun acht aandelen werden uitgeschreven.

Stora Enso Oyj
Hoofdzetel van Stora Enso in het centrum van Helsinki (architect Alvar Aalto, 1962)
Hoofdzetel van Stora Enso in het centrum van Helsinki (architect Alvar Aalto, 1962)
Rechtsvorm naamloze vennootschap
Oprichting 1288 (Stora); 1872 (Enso); 1998 (fusie)
Sleutelfiguren Karl-Henrik Sundström (CEO)
Land Vlag van Finland Finland
Hoofdkantoor Helsinki
Werknemers 27.200 (31 december 2014)[1]
Industrie Papier- en verpakkingsproductie, bosbouw
Omzet 10,213 Mrd. Euro (2014)[1]
Website http://www.storaenso.com/
Portaal  Portaalicoon   Economie
1/8 aandeel in de Falun-kopermijn unit 1288

Stora Enso realiseerde in 2012 een omzet van 10,81 miljard Euro. Het is actief in veertig landen op vijf continenten met een productiecapaciteit van 13,1 miljoen ton papier en karton alsook 7,5 miljoen kubieke meter houtsnipperproducten waarvan 3,2 miljoen kubieke meter intern verwerkt worden.

De Stora Enso aandelen worden op de beurzen van Helsinki (deel van de OMX Helsinki 25 index) en Stockholm verhandeld.

Legionella-uitbraakBewerken

In mei 2019 was de papierfabriek van Stora Enso in de Gentse kanaalzone betrokken bij een uitbraak van legionellose in Evergem (Oost-Vlaanderen). Een van de koeltorens van het bedrijf bleek besmet te zijn met de legionellabacterie en verspreidde deze in de lucht waardoor 32 mensen geïnfecteerd raakten. Een aantal van hen werden in het ziekenhuis opgenomen en twee mensen overleden aan de besmetting. Het bedrijf maakte zelf bekend dat het als veroorzaker geïdentificeerd was. De betrokken koelinstallaties werden ontsmet en opgevolgd door het Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse overheid. Er werd ook een gerechtelijk onderzoek geopend om na te gaan of het bedrijf alle voorzorgsmaatregelen respecteerde.[2][3]