Statiegeld

Statiegeld flesinnameapparaat in een supermarkt in 2011

Statiegeld (ook: stageld of consigne) is een klein bedrag dat wordt geheven bij de aankoop van een product en dat wordt terugbetaald als de koper de verpakking van het product na gebruik weer inlevert.

GeschiedenisBewerken

Bioscoopjournaal uit april 1964. Op de verpakkingsbeurs 'Macropak' wordt een nieuwe lichtere glazen fles gepresenteerd die na één keer gebruik kan worden weggeworpen, waarmee "emballageproblemen en statiegeld uit de wereld geholpen worden".

Statiegeld is ooit begonnen als methode van de leveranciers van producten om de kosten voor hun verpakkingsmateriaal zo laag mogelijk te houden. Door hergebruik van flessen en in sommige gevallen ook glazen potten werden de kosten gedrukt. Rond 1980 werden de kosten van verpakkingen, zoals glas, echter zo laag, dat hergebruik om die reden niet meer kosteneffectief is. Gebruikt glas wordt inmiddels vooral ingezameld via de glasbak, waarna het tot nieuw glas wordt omgesmolten, in plaats van de oude flessen te reinigen en opnieuw te vullen. Want ook het transport en reinigen van flessen is milieubelastend.

In Vlaanderen werd op de blikken koekjesdozen van Jules Destrooper oorspronkelijk statiegeld geheven. Na verloop van tijd schakelde het bedrijf over op kartonnen dozen, onder andere door de opkomst van de warenhuizen, die geen verpakkingen wilden terugnemen.[1]

In de jaren 50 tot 80 van de 20e eeuw werd in Nederland en België vooral statiegeld geheven op de flessen waarin melk werd verkocht. Nadat melkflessen meer en meer verdwenen en vervangen werden door het melkpak, verdween deze vorm van statiegeld. Daarvoor in de plaats kwam statiegeld op petflessen voor frisdrank. Met de komst van de euro bedraagt dit statiegeld in Nederland sinds eind 2001[2] € 0,25 per fles, terwijl het daarvoor ƒ 1 (€ 0,45) was.

Statiegeld wordt ook op bierflessen (€ 0,10 voor gewone en € 0,20 voor beugelflessen) en kratten (€ 0,75/€ 1,50 voor halve/hele kratten) geheven.

Methode van inleverenBewerken

Vroeger leverde men bij de melkboer zijn lege flessen of krat melk in tegen een volle waarbij de melkboer het statiegeld met elkaar verrekende. Bij de supermarkt diende men zijn lege flessen en kratten aan te bieden bij een loket waarbij de winkelbediende de flessen telde en met de hand een statiegeldbon uitschreef, meestal van een blanco kassarol waarop hij het bedrag met pen noteerde met zijn handtekening of paraaf.

Sinds de jaren 80 kwam in supermarkten steeds vaker een flessenautomaat voor waarbij de klanten zelf hun flessen of kratten in het apparaat kunnen zetten, waarbij de flessen door het apparaat worden herkend (afhankelijk van de automaat aan de vorm of de barcode), geteld en via een lopende band gesorteerd worden, waarna er automatisch een statiegeldbon wordt afgegeven. Flessen die door de winkel niet worden verkocht worden geweigerd door het apparaat. Nadeel van de flessenautomaat is de storingsgevoeligheid, waarbij sommige flessen ten onrechte worden geweigerd. Ook komt het regelmatig voor dat de lopende band vastloopt en het apparaat niet meer werkt. De klanten dienen dan op een bel te drukken om een winkelbediende te waarschuwen.

NederlandBewerken

WetgevingBewerken

In Nederland is in 2006 een wet aangenomen waarmee een statiegeldverplichting zou gelden op nagenoeg alle (niet-kartonnen) drankverpakkingen.[3] De betreffende artikelen zijn nooit van kracht verklaard, maar zouden gaan gelden als het bedrijfsleven er niet in zou slagen hogere recycling te realiseren en de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen. Volgens staatssecretaris Joop Atsma waren die doelstellingen in 2011 in zicht en kon als beloning het geldende statiegeld op grote plastic flessen juist worden afgeschaft.[4] De Vereniging van Nederlandse Gemeenten reageerde kritisch op dit plan van Atsma.[5]

Discussie over statiegeldBewerken

Op 7 maart 2012 vond in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg plaats over de afvalbrief van staatssecretaris Atsma. Hierin werd voorgesteld dat statiegeld op grote plastic flessen afgeschaft kon worden daar het “niet kostenefficiënt” zou zijn. De Kamer was hier echter verdeeld over. Alleen de PVV en de VVD steunden Atsma.[6]

RaamovereenkomstBewerken

Het verpakkende bedrijfsleven moet voldoen aan alle eisen uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022. Dit bleek op diverse punten niet het geval. Zo werd er PVC aangetroffen in verpakkingsmateriaal in supermarkten (in 101 van de 1324 onderzochte verpakkingen), wat niet volgens de eisen van de Raamovereenkomst is. Staatssecretaris Mansveld stond daarom het afschaffen van statiegeld in 2014 nog niet toe.[7] In 2015 werd duidelijk dat het plan van Atsma definitief niet doorging omdat de verpakkingsindustrie haar gemaakte afspraken niet nakwam.[8]

Lobbyisten onthuldBewerken

Nadat staatssecretaris Atsma in maart 2012 uit een rapport van de Wageningen Universiteit had geciteerd dat het statiegeldsysteem voor plastic flessen ”peperduur” zou zijn, in de hoop het afgeschaft te krijgen, wezen voorstanders van statiegeld direct op onzorgvuldigheden in de berekeningen van het Wageningse onderzoek. Daarna werd een reeks klachten ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Wageningense Universiteit. Deze commissie oordeelde later dat het bewuste rapport nooit gebruikt had mogen worden, dat de medewerkers niet zorgvuldig gehandeld hebben, en het rapport in strijd was met de Gedragscode Wetenschapsbeoefening.[9][10]

Statiegeld op kleine flesjes en blikjesBewerken

NederlandBewerken

In Nederland hebben minister Pronk in het kabinet-Kok II (1998-2002) en daarna staatssecretaris Van Geel (2007-2010) voorgesteld om statiegeld op blikjes in te voeren. Dit idee werd in 2006 weer ingetrokken, vooral door tegenstand van het bedrijfsleven.[11] Als alternatief zou er strenger gecontroleerd worden op vervuilers. Op plekken waar veel fietsende scholieren langskomen zijn soms zogenoemde blikvangers opgesteld, in de verwachting dat daardoor minder afval op straat terechtkomt.

Op 14 februari 2017 bood de Plastic Soup Surfer 55 duizend handtekeningen aan in de Tweede Kamer “voor uitbreiding van statiegeld op kleine flesjes”. Bij het aanbieden van de handtekeningen liet hij de aanwezige Kamerleden ook een door hemzelf opgestelde motie ondertekenen. De motie riep op tot “90% minder plastic zwerfflesjes binnen drie jaar”. Doordat het woord statiegeld niet in de motie voorkwam konden ook tegenstanders als CDA en VVD de motie ondertekenen. Deze motie werd twee dagen later in het algemeen overleg door toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma zonder stemming overgenomen door het kabinet. Dit tot chagrijn van de VVD. (Het is uniek in de Nederlandse parlementaire geschiedenis dat een door een burger geschreven motie zonder stemming wordt overgenomen.)

In september 2017 stuurt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de studie “Kosten en effecten van statiegeld op kleine flesjes en blikjes” naar de Tweede Kamer.[12] Dat onderzoek was aangevraagd door staatssecretaris Sharon Dijksma. Het onderzoek besluit dat statiegeld de aanwezigheid van flessen en blikjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent reduceert.

De Statiegeldalliantie ging van start in november 2017 met de vraag om statiegeld op alle flessen en blikjes in te voeren. Anno 2019 was de alliantie gegroeid naar 95 procent van de Nederlandse gemeenten, alle twaalf provincies, alle 21 waterschappen en 190 Nederlandse bedrijven en organisaties.[13][14]

Bij een onderzoek van Radar Testpanel begin 2018 gaf 80% van de ondervraagden aan voor de uitbreiding van statiegeld op blikjes en flesjes te zijn.[15] Bij een enquête door de Consumentenbond in begin 2018 reageerde 84% van de geënquêteerden positief op de uitbreiding voor kleine flesjes en 75% steunt de uitbreiding van statiegeld op blikjes.[16] Ook uit een onderzoek van EenVandaag onder 33.270 leden bleek 78% voorstander te zijn van statiegeld op kleine petflesjes en blikjes.[17]

In april 2018 diende de Partij voor de Dieren een motie in in de Tweede kamer met de vraag om statiegeld uit te breiden naar plastic flesjes en metalen blikjes.[18]

Als antwoord op de motie liet staatssecretaris Stientje van Veldhoven in een brief aan de Tweede Kamer weten dat statiegeld van 10 à 15 cent op kleine flesjes in 2021 wordt ingevoerd, tenzij de verpakkingsindustrie er vóór die tijd in slaagt de hoeveelheid plastic flesjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent te verminderen.

Over blikjes, dat het grootste deel van het zwerfafval blijkt te zijn, liet zij weten dat “afspraken over de blikjes politiek en bij bedrijfsleven niet haalbaar zijn”. Dit tot ontsteltenis van de oppositie in de Tweede Kamer, en Milieuorganisaties als Recycling Netwerk, Greenpeace, de Plastic Soup Foundation en stichting de Noordzee.[19][20]

De Tweede Kamer nam op 17 oktober 2019 twee moties aan betreffende blikjes in het zwerfafval en de invoering van statiegeld op blikjes. De motie van Kamerlid Jan Paternotte c.s. “verzoekt de regering om vergelijkbare doelen voor blik (als in drankverpakkingen) voor het najaar van 2021 in te stellen”, hierbij verwijzend naar de 90% gescheiden inzameling van plastic flessen zoals opgenomen in de wet en de 70-90% reductiedoelstelling van plastic flesjes in het zwerfafval.[21]

De motie van Carla Dik-Faber c.s. “verzoekt de regering eenzelfde traject voor blik in gang te zetten als voor kleine plastic flesjes is gedaan inclusief het voorbereiden van wettelijke maatregelen voor introductie van statiegeld per 2022 en de Kamer periodiek over de voortgang te informeren.”[22]

De staatssecretaris voor I&W Stientje van Veldhoven stuurde op 24 april 2020 haar besluit tot invoering van statiegeld op kleine plastic flessen en uitvoering moties blikjes aan de Tweede Kamer. Daarmee komt er op 1 juli 2021 statiegeld op de kleine plastic flesjes van minder dan 1 liter. Het statiegeld is 15 eurocent. Op grote flessen blijft het statiegeld van 25 eurocent. Als het bedrijfsleven er niet in slaagt om het aantal blikjes in het zwerfafval met 70 procent te reduceren, komt er in 2022 ook statiegeld op de blikjes. "Deze beslissing is een historische overwinning in de strijd tegen plastic vervuiling. De volgende stap is statiegeld op blikjes”, reageerde de milieubeweging in een gezamenlijk persbericht.[23][24]

BelgiëBewerken

Uit onderzoek van de GfK Social and Strategic Research in 2018 bleek 82 procent van de Belgen voorstander te zijn van statiegeld op plastic flessen en blikjes.[25]

De Statiegeldalliantie ging van start in november 2017 met de vraag om statiegeld op alle flessen en blikjes in te voeren. Deze overschreed twee jaar later de kaap van de 1000 partners,[26][27] waaronder 62 procent van de Vlaamse gemeenten. Ook middenveldorganisaties zoals KVLV, Algemeen Boerensyndicaat, Beweging.net, Bond Beter Leefmilieu, Boomtown-festival, Ubuntu-festival, Think Pink, WWF, Test-Aankoop, Greenpeace, Masereelfonds, Natuurpunt, Oxfam, Proper Strand Lopers, jongerenafdelingen van de politieke partijen, Jong VLD, afvalintercommunales Limburg.net en bedrijven zoals Triodos Bank en Ecover. Ecover zette daarnaast een Statiegeld Store op in het centrum van Antwerpen.[28] Op drie dagen tijd werden 7000 petflessen ingezameld.[29]

In april 2019 startte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een proefproject met statiegeld voor blikjes.[30] Na de Brusselse gewestverkiezingen in 2019 kondigde de nieuwe Brusselse regering in haar regeerakkoord aan dat Brussel als eerste Belgische gewest statiegeld voor zowel blikjes als plastic flessen zou implementeren.[31] De nieuwe Waalse regering kondigde in haar regeerakkoord aan dat het Waalse gewest eveneens de invoering van statiegeld of een retourpremie op flessen en blikjes zou verdedigen.[32]

Rest van de wereldBewerken

In Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland, Noorwegen, IJsland, Kroatië, Schotland, Estland, Litouwen, Israël en een aantal Amerikaanse, Canadese en Australische staten wordt statiegeld geheven op blikjes.[33][34][35] In Noorwegen wordt gemiddeld ongeveer 95 procent van alle blikjes ingezameld, in Duitsland ongeveer 96 procent.[36][37]

Zie ookBewerken

  Zoek statiegeld op in het WikiWoordenboek.