Hoofdmenu openen

Een statief werkwoord beschrijft met betrekking tot het onderwerp iets onveranderlijks of permanents; met name een toestand, vorm van bestaan of eigenschap. Het duratieve karakter van het genoemde, voor zover hiervan ├╝berhaupt sprake kan zijn, wordt geheel buiten beschouwing gelaten. Er wordt dus niet ingegaan op een eventueel begin- of eindtijdstip.

Een statief werkwoord is het tegenovergestelde van een actief werkwoord. Koppelwerkwoorden zijn ook altijd statieve werkwoorden.

Enkele voorbeelden van statieve werkwoorden in het Nederlands zijn zijn, hebben (deze 2 kunnen soms ook als actieve werkwoorden dienstdoen), wonen, staan, liggen en geloven.