Gertrudes Johannes Resink: verschil tussen versies

3 bytes verwijderd ,  14 jaar geleden
k
geen bewerkingssamenvatting
(catfix)
k
'''Gertrudes Johannes (Han) Resink''', ([[Jogjakarta]], [[11 oktober]] [[1911]], [[YogyakartaJakarta]], [[4 september]] [[1997]], [[Jakarta]]) was een Nederlands / Indonesisch dichter, essayist en geleerde.
 
Voor de [[Tweede Wereldoorlog]] was Resink actief in De ''Stuw-groep'', een organisatie die streefde naar de onafhankelijkheid van toenmalig [[Nederlands-Indië]] en de vorming van een democratische rechtstaat, met behoud van de banden met Nederland. Resink publiceerde in ''De Fakkel'', ''Oriëntatie'', ''Indonesië'' en ''Ons Erfdeel''.
In [[1950]] nam Resink de Indonesische nationaliteit aan en van [[1947]] tot [[1976]] was hij hoogleraar aan de [[Rechtsgeleerdheid|juridische]] faculteit van de [[Universitas Indonesia]]. Hij bleef tot zijn dood in Jakarta wonen.
 
Binnen de Nederlandse literatuur neemt Resink een unieke positie in. Hij is de enige die Europese literaire vormen combineert met een echt Indonesisch levensgevoel. Zijn verzen zijn, aldus [[Rob Nieuwenhuys]], van een betoverende kracht, nooit impressionistisch, maar altijd vol oud geloof uit de cultuur waarin hij leefde en die hij kennelijk de zijne had gemaakt. Een bundel Nederlandse gedichten verscheen eerst onder de titel ''Op de breuklijn'', later in uitgebreider vorm onder de naam ''Kreeft en Steenbok'' (1963). In 1981 verscheen ''Trans-cultureel''. De vorm van veel van zijn gedichten is traditioneel Europees, [[kwatrijn]]en en [[sonnet]]ten, maar vaak met verrassende [[woordspeling]]en. Ze doen soms denken aan gedichten van [[Verlaine]] en [[Baudelaire]].
Een bundel Nederlandse gedichten verscheen eerst onder de titel ''Op de breuklijn'', later in uitgebreider vorm onder de naam ''Kreeft en Steenbok'' (1963). In 1981 verscheen ''Trans-cultureel''. De vorm van veel van zijn gedichten is traditioneel Europees, [[kwatrijn]]en en [[sonnet]]ten, maar vaak met verrassende [[woordspeling]]en. Ze doen soms denken aan gedichten van [[Verlaine]] en [[Baudelaire]].
 
Steyaert betoogt hoe Resink ook voortbouwde op de principes van de [[Tachtigers]], en toont de betekenis van zijn werk aan door het te vergelijken met het werk van dichters als [[Jacques Perk]], [[Willem Kloos]] en [[Johan Andreas Dèr Mouw]].
Zijn historisch-rechtskundige studiën, waarin hij de mythe van 'vier eeuwen Pax Neerlandica' ontzenuwt, verschenen in Engelse vertaling onder de titel ''Indonesia's History between the Myths'' (1968).
 
Resink was een telg van een Indo-Europese familie in [[Nederlands-Indië]]. Zijn ouders stelden in hun huis de door hen verzamelde Indonesische kunst tentoon, en zijn moeder vroeg aan haar vaak rijke vrienden een bijdrage voor het bekijken daarvan. Die inkomsten zette zij in voor de scholing van Indonesische vrouwen. De hele collectie is later aan de Republiek [[Indonesië]] geschonken en is nu deel van het ''Museum Sonobudoyo'' in [[YogyakartaJogjakarta]].
 
==Werken==
 
* Kreeft en Steenbok (1963)
* Indonesia's History between the Myths (1968)
 
==Bronnen==
 
* Kris Steyaert, ''Aangewaaid uit een vreemd land: de westerse poëzie van G.J. Resink'', Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 119, nr. 4 (2003), pp. 279-299
* Dick Hartoko, ''Enkele Javaanse achtergronden in de poëzie van Han Resink'', in Ons Erfdeel 18, nr. 2 (maart-april 1975), pp. 184-189
 
==Externe links==
 
* [http://www.dbnl.org/tekst/_lib001195301_01/_lib001195301_01_0009.htm G.J. Resink: gedichten in Libertinage. Jaargang 6 (1953)]
 
59.201

bewerkingen