Beleg van Parijs (1870-1871): verschil tussen versies

231 bytes toegevoegd ,  12 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
==Achtergrond==
Het [[Pruisen|Pruisische]] 3e Leger onder de kroonprins [[Frederik III van Duitsland|Frederik Willem]] (de toekomstige keizer Frederik III) was al in augustus 1870 onderweg naar ''[[Parijs]]'', maar het was teruggeroepen om met Franse troepen onder [[Napoleon III]] zelf af te rekenen. Deze troepen werden bij de [[Slag bij Sedan]] verpletterd, waarna de weg naar Parijs vrij was. Koning [[Wilhelm I van Duitsland|Wilhelm I van Pruisen]] nam zelf het bevel over de Pruisische troepen, samen met zijn stafchef [[Helmuth von Moltke de Oude|Helmuth von Moltke]]. Hij bracht het 3e Leger, samen met het nieuwe Pruisische Maasleger onder kroonprins [[Albert van Saksen]], bijna zonder tegenstand naar Parijs. In [[Parijs]] verzamelde de gouverneur en commandant van de verdediging van de stad, generaal [[Louis Trochu|Louis Jules Trochu]], een strijdmacht bestaande uit soldaten die onder [[Joseph Vinoy]] uit Sedan waren gevlucht, de Nationale Garde en een brigade matrozen. In totaal waren dit 400.000 man.
 
==Het beleg==
De Duitse legers konden Parijs snel bereiken en op [[15 september]] gaf Moltke bevel de stad te omsingelen. Het leger van kroonprins Albert benaderde Parijs vanuit het noorden, terwijl kroonprins Frederik vanuit het zuiden optrok. Op [[17 september]] viel een eenheid onder Vinoy het leger van Frederik bij [[Villeneuve -Saint -Georges]] aan, in een poging een bevoorradingsdepot aldaar te redden. Uiteindelijk moesten ze zich onder artillerievuur terugtrekken. De spoorlijn naar [[Orléans]] werd opgebroken en op de 18e werd [[Versailles]] ingenomen. Daar werd eerst het hoofdkwartier van het 3e leger en daarna dat van Wilhelm gevestigd. Op [[19 september]] was de stad volledig omsingeld en begon het beleg.
 
[[Otto von Bismarck|Bismarck]], de eerste minister van Pruisen, stelde voor de stad te bombarderen en zo een snelle overwinning af te dwingen, waardoor Franse pogingen om de stad te ontzetten zinloos zouden worden. Het Duitse oppercommando, aangevoerd door de koning van Pruisen, sloeg dit voorstel echter af op aandringen van generaal [[VonLeonhard von Blumenthal]] af, die het bevel had over het beleg. Von Blumenthal voerde aan dat een beschieting de burgerbevolking in gevaar zou brengen, in strijd zou zijn met het oorlogsrecht en derden tegen de Duitsers in het harnas zou jagen. Daarnaast was hij van mening dat een snelle Franse overgave ervoor zou zorgen dat de nieuwe Franse legers onverslagen zouden blijven, zodat Frankrijk de oorlog weer snel voort zou kunnen zetten. De nieuwe Franse legers zouden eerst moeten worden vernietigd, en Parijs door uithongering tot overgave worden gedwongen.
{{1870-1871}}
 
Trochu had weinig vertrouwen in de kwaliteiten van de Nationale Gardisten, waar meer dan de helft van de verdedigers van de stad uit bestond. In plaats van te proberen de omsingeling van de stad te voorkomen, hoopte Trochu dus maar dat Moltke zou proberen de stad te bestormen, zodat de Fransen profijt zouden kunnen hebben van de verdedigingswerken van de stad. Moltke was echter nooit van plan geweest de stad aan te vallen, iets wat kort na het begin van de belegering duidelijk werd. Trochu veranderde van plan en stond Vinoy toe om de Pruisen ten westen van de [[Seine]] aan te vallen. Op [[30 september]] viel Vinoy [[Slag bij Chevilly|Chevilly]] aan met 20.000 soldaten. Hij werd overtuigend teruggeslagen door het 3e leger. Op [[13 oktober]] werd het 2e [[Koninkrijk Beieren|Beierse]] Korps verdreven uit [[Châtillon (Hauts-de-Seine)|Châtillon]], maar de Fransen waren door Pruisische artilleriebeschietingen gedwongen zich terug te trekken.
 
Generaal [[Carey de Bellemare]] voerde het bevel over het sterkste fort ten noorden van Parijs, bij [[Saint-Denis (Seine-Saint-Denis)|Saint-Denis]]. Zonder bevelen viel Bellemare op [[29 oktober]] de Pruisische Garde aan bij [[Le Bourget]] en wist de stad in te nemen. De Garde had weinig interesse in het terugveroveren van hun posities bij Le Bourget, maar kroonprins Albert beval dat de stad toch weer ingenomen moest worden. In de [[Slag bij Le Bourget]] wist de Pruisische Garde de stad weer in te nemen en 1200 Fransen gevangen te nemen. Toen het nieuws van de Franse overgave bij [[Beleg van Metz|Metz]] en de nederlaag bij Le Bourget de stad bereikte, begon het moreel in Parijs af te brokkelen. Het volk van Parijs begon de gevolgen van de Duitse blokkade inmiddels te ondervinden. In de hoop het moreel een beetje op te vijzelen, lanceerde Trochu op [[30 november]] de grootste uitval uit Parijs, ondanks dat hij weinig hoop had op een doorbraak. Hij stuurde [[Auguste-Alexandre Ducrot]] met 80.000 soldaten het veld in tegen de Pruisen bij [[Champigny-sur-Marne|Champigny]], [[CreteilCréteil]] en [[Villiers-sur-Marne|Villiers]]. In wat later bekend zou worden als de [[Slag bij Villiers]], wisten de Fransen posities te veroveren en te behouden bij Cretail en Champigny. Op [[2 december]] wist het korps uit [[Württemberg]] Ducrot echter weer achter de verdedigingslinies terug te drijven en op [[3 december]] was de slag voorbij.
 
Een laatste uitbraakpoging werd ondernomen op [[19 januari]], gericht op [[Buzenval]] nabij het Pruisische hoofdkwartier ten westen van Parijs. De kroonprins wist de aanval echter met gemak af te slaan, met slechts 600 Pruisische verliezen tegenover 4000 Franse. ''Zie hoofdartikel: [[Slag bij Buzenval]]''. Trochu trad af als Gouverneur en liet 146.000 verdedigers aan generaal [[Joseph Vinoy]] na.
 
Tijdens de wintermaanden liep de spanning onder het Pruisische oppercommando op. Veldmaarschalk Von Moltke en generaal [[Leonhard von Blumenthal]], die het bevel voerde over de belegering, waren vooral bezig met een methodische belegering waarbij de afgelegen forten rond de stad zouden worden vernietigd en de verdedigende troepen langzaam zouden worden afgemat, zonder zware verliezen aan Duitse leden.
Met het voortschrijden van de tijd groeide echter de angst dat de Duitse economie te zwaar zou moeten lijden onder een lange oorlog, en dat een langdurige belegering de Franse regering ervan zou overtuigen dat Pruisen nog kon worden verslagen. Tevens zou een langdurige veldtocht de Fransen de tijd geven een nieuw leger op poten te zetten en tevens neutrale mogendheden ervan kunnen overtuigen de wapens tegen Pruisen op te nemen. Voor Bismarck was Parijs de beslissende factor om het verzet van de onbuigzame republikeinse leiders van Frankrijk te breken, de oorlog bijtijds te winnen en gunstige vredescondities voor Pruisen te bedingen. Moltke maakte zich ook zorgen dat de Duitse legers rond de stad onvoldoende konden worden bevoorraad, omdat er [[ziekte]]s zoals [[tuberculose]] uitbraken onder de belegerende soldaten. Bovendien moest de bevoorrading worden verdeeld tussen de troepen rond Parijs en de troepen die in het Loiregebied tegen de overgebleven Franse legers in het veld vochten.
 
Op [[25 januari]] 1871 overstemde Wilhelm I Moltke en bepaalde dat de veldmaarschalk vanaf dat moment alles met Bismarck zou moeten overleggen. Bismarck beval onmiddellijk dat de stad moest worden gebombardeerd met zwaar [[kaliber]] kanonnen van [[Krupp (familie)|Krupp]]. De stad gaf zich over op [[28 januari]] 1871.
 
==Resultaten==
 
De Pruisen hadden de overwinning weten te behalen in de [[Frans-Duitse Oorlog]]. Wilhelm I werd op [[18 januari]] 1871 in de spiegelzaal van het [[kasteel van Versailles]] tot Duitse keizer uitgeroepen. De koninkrijkenzuidelijke vorstendommen [[Koninkrijk Beieren|Beieren]], [[Württemberg]], [[Koninkrijk Saksen|Saksen]], de staten [[Baden (land)|Baden]] en [[Hessen-Darmstadt|Hessen]], enverenigden dezich vrijemet stedende [[Hamburg]]staten envan de [[BremenNoord-Duitse (land)|BremenBond]] verenigden zich intot het [[Duitse keizerrijk]]. De voorwaardelijke vrede werd getekend in [[het kasteel van Versailles]], gevolgd door de definitieve vrede bij het [[Verdrag van Frankfurt]] op [[10 mei]] 1871. [[Otto von Bismarck]] kon met dit verdrag het economisch sterke [[Elzas-Lotharingen]], dat sinds de [[Vrede van Westfalen]] in [[1648]] Frans was geweest, bij het Duitse keizerrijk voegen.
 
Een andere bepaling in het verdrag regelde de aanwezigheid van een Duits garnizoen in Parijs. Dat er na de nederlaag ook nog Duitse troepen in Parijs zouden verblijven, zorgde voor woede bij de verbitterde bewoners. Wrok jegens de huidige Franse regering zorgde ervoor dat in april en mei 1871 de arbeiders en Nationale Gardisten in Parijs in opstand kwamen en de [[Commune van Parijs (1871)|Commune van Parijs]] uitriepen.
==Trivia==
* [[Parijs]] werd tijdens de belegering van 1870-1871 zwaarder beschadigd dan bij enig ander conflict.
* ErOm vanuit Parijs brieven te versturen naar het onbezette Frankrijk werd gebruik gemaakt van [[Ballonpostballonpost]], met een ruimteprijs van 20 centimetercentimen per brief.
* Door de ernstige voedseltekorten waren de Parijzenaren gedwongen ieder dier dat ze te pakken kregen te slachten. [[Rattus|Ratten]], [[hond]]en, [[kat]]ten en [[Paard (dier)|paarden]] stonden regelmatig op het menu van Parijse restaurants. Zelfs het enige paar [[olifant]]en in de dierentuin van Parijs ontsprongenontsprong de dans niet.
 
{{bron|bronvermelding=
1.725

bewerkingen