Signaalgenerator: verschil tussen versies

2.147 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
(tussenkopjes laten staan; ik ga ze nog uitwerken)
 
==Algemeen==
De [[frequentie]] en [[amplitude]] van de uitgangsspanning zijn instelbaar, bij voorkeur d.m.v. een geijkte regelknop. Voor deze instellingen zijn soms aparte grof- en fijnregelingen aanwezig, resp. bestaande uit een [[stappenschakelaar]] (b.v. in stappen van 1:10 of 20 [[dB]]) en een lineaire [[potentiometer]]. Moderne apparatuur heeft digitale regelaars en uitlezingen en is vaak via een dataverbinding op afstand te bedienen. In complexe meetopstellingen verloopt de bediening middels speciale software die op een aangesloten computer is geïnstalleerd.
 
Signaalgeneratoren moeten, zoals alle meetapparatuur, regelmatig worden geijkt omdat de componenten in het apparaat zelf verouderen en het signaal uit de generator tijdens de meting vaak als referentie wordt gebruikt. Een nauwkeuriger referentie geeft vrijwel altijd een beter meetresultaat.
Het afgegeven signaal moet daarnaast aan hoge eisen voldoen om betrouwbare metingen te kunnen uitvoeren, met name de brom-, ruis- en vervormingscijfers moeten zeer laag zijn.
 
Een signaalgenerator heeft op de uitgang een impedantie die overeen moet komen met de impedantie van de aansluiting op datgene wat getest wordt, waarop de generator wordt aangesloten. Als dat niet mogelijk is, moet een aanpassingsnetwerk tussen de signaalgenerator en het aansluitpunt worden geschakeld. Zulke netwerken leveren altijd signaalverlies op, wat verrekend moet worden bij het instellen van de amplitude.
 
 
==Golfvormen==
De golfvormen die met de meeste signaalgeneratoren kunnen worden opgewekt, zijn:
Soms kan uit verschillende [[golfvorm]]en gekozen worden, b.v. [[Sinus (elektrisch)|sinus]], driehoek, zaagtand of blokgolf.
* een [[Sinus (elektrisch)|sinus]] (vrijwel altijd aanwezig);
* een [[blokgolf]] (meestal aanwezig);
* een [[zaagtand]] (vaak aanwezig);
* een driehoekspanning (vaak aanwezig)
 
Daarnaast kunnen somige signaalgeneratoren ook andere golfvormen opgewekken en kunnen we bij de duurdere modellen ook de volgende instellingen aantreffen:
Het afgegeven signaal moet aan hoge eisen voldoen om betrouwbare metingen te kunnen uitvoeren, met name de brom-, ruis- en vervormingscijfers moeten zeer laag zijn.
* offset: een gelijkspanning die bij het signaal wordt opgeteld;
* duty cycle (bij blokgolven): de verhouding tussen de tijd dat het signaal positief ten opzichte van de [[periodetijd]] van het signaal;
* stijg- en daaltijden (bij blokgolven): de duur van de overgang tussen 10% en 90% van het verschil tussen maximale en minimale spanning;
* [[amplitudemodulatie]] van het signaal (meestal uitsluitend in combinatie met een sinusspanning);
* [[frequentiemodulatie]];
* [[fasemodulatie]].
 
Speciale generatoren hebben nog meer instellingen.
 
Met het signaal van een dergelijke generator als referentie kan van een ander apparaat bijvoorbeeld de [[versterkingsfactor]], de [[frequentiekarakteristiek]] of het vervormingspercentage bepaald worden, b.v. met een [[oscilloscoop]] of een [[vervormingsmeter]].
 
==Bijzondere uitvoeringen==
Bijzondere soorten signaalgeneratoren zijn de [[meetzender]] en de [[videosignaalgenerator]], die een complex signaal kunnen opwekken, bestaande uit een [[draaggolf]] met [[Modulatie (radio)|modulatie]].:
* de [[toongenerator]]: dit is een eenvoudige uitvoering met de nadruk op sinusvormige signalen in het hoorbare gebied (20 Hz ... 20 kHz);
 
* de [[meetzender]]: deze gaat tot hoge frequenties (meerdere MHz) en heeft uitgebreide [[Modulatie (radio)|modulatiemogelijkheden]];
 
* de [[videosignaalgenerator]], die een complex signaal kan opwekken ten behoeve van het afregelen van televisietoestellen, videorecorders en monitors;
* de [[arbitrary waveform generator]], die willekeurige golfvormen uit een intern geheugen op willekeurige frequenties kan opwekken.
 
[[Categorie:Elektrotechniek]]
70.128

bewerkingen