Milieueconomie: verschil tussen versies

1.405 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (Wijzigingen door 145.118.199.228 hersteld tot de versie na de laatste wijziging door Omgevingseconomie)
Bijna niemand wil er in welvaart op achteruit gaan. Allemaal willen we met vakantie, als het kan naar verre, vreemde exotische landen. En de meesten willen toch ooit een eigen auto. Al deze wensen hebben hun invloed op het milieu. In de jaren negentig is het meer dan ooit duidelijk geworden dat er grenzen aan de economische groei zijn. Of het nu gaat om de uitbreiding van Schiphol, of om de dagelijkse files: de invloed op het milieu is enorm, zeker in een klein land als Nederland.
'''Milieueconomie''' is een apart terrein in de [[economie]] dat gaat over het gebruik van het [[milieu]], de waarde van het milieu en de milieueffecten van economische activiteiten.
Op de hele wereld heeft het milieu het zwaar te verduren. Zo verdwijnt in snel tempo het tropisch regenwoud in Brazilië, raakt Zuidoost Azië overbevolkt en wordt het gat in de ozonlaag groter. Steeds meer mensen maken zich zorgen om het milieu. Dat is niet altijd zo geweest. In 1968 waren er slechts een paar wetenschappers die, op een moment dat bijna niemand zich druk maakte om het milieu, al waarschuwden dat de economische groei niet oneindig kon doorgaan. Zij verenigden zich in de Club van Rome.
 
Inmiddels heeft het milieu de belangstelling van de internationale politiek. Dat is al heel wat, maar het betekent nog niet dat de diverse landen nu ook werkelijk iets ondernemen tegen de milieuvervuiling.
Milieueconomie doet theoretisch en empirisch [[onderzoek]] naar de economische effecten van (inter)nationale en lokale milieuwet- en regelgeving in de wereld. Voorbeelden van onderwerpen zijn de kosten-batenanalyses van alternatief economisch beleid t.a.v. luchtvervuiling, waterkwaliteit, giftige stoffen, (huis)afval en de opwarming van de aarde.
 
Dat blijkt bijvoorbeeld bij de aantasting van de ozonlaag. Daar heeft de hele wereld mee te maken. De ozonlaag is een laag om de aarde die ons beschermt tegen de ultraviolette straling van de zon. Als er teveel van deze straling op aarde doordringt kun je huidkanker krijgen. Door de luchtverontreiniging wordt de ozonlaag afgebroken. Bovendien wordt de aarde warmer door het verbranden van steeds grotere hoeveelheden olie, gas en kolen (het zogenaamde broeikaseffect). Als dat lang genoeg doorgaat zijn de gevolgen niet te overzien. Denk maar aan al het ijs dat gaat smelten. Er komt dan zoveel water in de oceaan terecht, dat we het land niet meer met een paar eenvoudige dijken kunnen beschermen. Het broeikaseffect onstaat door de uitstoot van kooldioxide (CO2). Om dit terug te dringen moeten auto's minder uitlaatgassen uitstoten. Ook de rook van elektriciteitscentrales en de industrie moet worden verminderd.
===Onderwerpen en concepten===
 
De Verenigde Naties heeft over het broeikaseffect inmiddels diverse conferenties georganiseerd. Daar verklaarden alle landen dat ze zich wilden inzetten voor een schoner milieu, maar zo gauw het er op aan kwam om concrete maatregelen te nemen, waren de landen veel minder enthousiast.
Centraal in de milieueconomie staat het concept van [[externaliteit]]en. Dit betekent dat sommige effecten van een activiteit niet meegenomen worden in de overweging als men besluit die activiteit wel of niet te doen. Vaak worden externaliteiten niet meegenomen omdat ze niet in de prijs verwerkt zitten, zoals bijvoorbeeld de kosten van de luchtvervuiling die niet worden meegenomen door iemand als deze besluit wel of niet met de auto naar de supermarkt te gaan.
Doordat externaliteiten meestal negatief zijn (dit hoeft niet), kan er meer vervuild worden dan optimaal voor een maximum aan totale welvaart van de maatschappij. Dit gebeurt als de vervuiler de negatieve effecten van vervuiling niet (afdoende) in zijn overwegingen meeneemt. Te weinig bescherming van de natuur zal in principe plaatsvinden volgens de economische theorie als mensen niet geprikkeld worden de externaliteiten mee te nemen in hun overweging, oftewel te [[internaliseren]]. Dit vermindert de levenskwaliteit van de maatschappij als geheel.
 
Toch zullen alle landen gezamenlijk de milieuproblemen moeten oplossen. Immers: de zorg om het milieu houdt niet bij onze grens op. De giftige gassen uit een schoorsteen van een bepaalde fabriek kunnen, afhankelijk van hoe de wind waait, in een ander land problemen veroorzaken. Je kunt als Nederland de prachtigste plannen maken, als het buitenland niet meewerkt dan heeft het niet veel zin. Dat bleek eens en te meer in 1986 bij de ramp in de kerncentrale van Tsjernobyl.
Doordat milieugoederen zoals schone lucht [[publieke goederen]] zijn, is niemand ervan buiten te sluiten. Hierdoor zal er in principe teveel gebruik van worden gemaakt.
In economische terminologie zijn dit voorbeelden van [[marktfalen]], en is de uitkomst niet [[Pareto-efficiënt]]. Het is mogelijk om de welvaart van de maatschappij als totaal te verhogen zonder dat er iemand op achteruit gaat, door de milieuvervuiling terug te dringen tot een lager, optimaal niveau.
 
Talloze milieugroepen zoals onder meer Greenpeace zetten zich al jaren in voor veranderingen. Ze hebben ook wel wat bereikt. Zo is het water van Europa's grootste rivier, de Rijn, een stuk schoner dan een paar jaar geleden.
Sinds de jaren '70 is waardering van milieu een heel belangrijk concept binnen de milieueconomie. De waardering van milieu roept echter bijna altijd grote meningsverschillen op. De meest gebruikte methode is aan alle groeperingen te vragen; hoeveel hebben jullie ervoor over dat negatief milieu effect X niet optreedt (bijv. de berg wordt niet afgegraven, vuil water wordt niet geloosd). De totale som van van alle antwoorden van alle groeperingen die ermee te maken hebben wordt gezien als de milieukosten. Echter, zaken als de waarde van bio-diversiteit en natuur zijn moeilijk te meten. Ook is het lastig om de toekomstige waarde te bepalen, nemen groepen de toekomst wel voldoende in overweging? Toch heeft deze manier van milieuwaardering positieve effecten voor het milieu. Als dit niet gebeurt heeft het vaak tot gevolg dat milieuvervuiling gratis is, zodat er meer vervuild wordt.
 
Maar tot nu toe hebben we steeds geschipperd tussen het milieubelang en consumptie. Want we blijven wel auto rijden. Als lapmiddel worden er 'schone' motoren ontwikkeld. We eten graag vlees terwijl we weten dat het mestoverschot enorme problemen veroorzaakt. We worden voor een heel moeilijke keuze gesteld. Moeten we onze manier van leven veranderen voor het milieu? De komende jaren moeten steeds opnieuw keuzes worden gemaakt waarbij deze vraag aan de orde komt. Want een beter milieu kost veel geld. Daarom is het van belang dat iedereen overtuigd wordt van de noodzaak om het milieu te redden en dat er goede plannen worden uitgewerkt.
===Oplossingen===
 
Milieu en economie: het lijken twee onverenigbare zaken. Want uitbreiding van de economie leidt vaak tot meer milieuverontreiniging, terwijl strengere milieu-eisen de economische groei kunnen belemmeren. Dat blijkt heel duidelijk bij de discussie over de toekomst van Schiphol. Want als Schiphol wordt uitgebreid, betekent dit meer werkgelegenheid. Kortom, dat is goed voor de economie. Maar Schiphol uitbreiden betekent meer vliegtuigen. En vliegen is slecht voor het milieu. Het kabinet wil Schiphol uitbreiden maar tegelijkertijd ervoor zorgen dat het milieu rondom de luchthaven schoner wordt. Volgens de milieubeweging is dat absoluut onmogelijk.
Er zijn een aantal oplossingen die voorgesteld worden om dergelijke externaliteiten te internaliseren:
 
Ook voor de FNV levert de discussie over de toekomst van Schiphol problemen op. De vakbeweging zet zich vanouds in voor de werkgelegenheid. De leden van de FNV die op Schiphol werken zijn dus gebaat bij uitbreiding van de luchthaven. Maar de FNV heeft ook veel leden die zich zorgen maken om het milieu.
* ''Beter gedefinieerde [[eigendomsrechten]]''. Als bijvoorbeeld mensen die naast een fabriek wonen het recht hadden geen vervuiling te krijgen, of de fabriek had het recht om te vervuilen, dan zou of de fabriek de mensen kunnen betalen om ze te compenseren en zo toch te mogen vervuilen, dan wel de mensen zouden de fabriek kunnen betalen om niet of minder te vervuilen. Aan wie dergelijke eigendomsrechten wordt gegeven maakt uit voor de verdeling van de welvaart, maar beïnvloedt niet de totale welvaart. Het gaat erom dat dergelijke rechten worden gegeven.
 
Toch vindt de FNV dat het milieu belangrijker is dan andere doelstellingen zoals werkgelegenheid en inkomen wanneer kritische grenzen worden overschreden. De FNV is voorstander van heffingen op producten die het milieu vervuilen. Ter bestrijding van het broeikaseffect moet er fors energie worden bespaard.
* ''[[Belastingen, tarieven en handel]]'' / ''Beëindiging van vervuiling stimulerende subsidies''. Belastingen zouden zo moeten zijn dat vervuiling alleen plaatsvindt als dit gunstig is voor de maatschappij als geheel, in de vorm van hogere productie die waardevoller is dan de (milieu)kosten. Sommigen verdedigen een belangrijke verschuiving van belastingen op inkomen en verkoop naar het belasten van vervuiling.
 
Uiteindelijk zal de hele economie milieuvriendelijker moeten worden. Dat hoeft niet ten koste te gaan van onze welvaart. Mensen zullen minder kunnen vliegen en autorijden. Maar daarvoor in de plaats komen er meer snelle treinen en beter openbaar vervoer. Het is de taak van de overheid om zo'n ombouw van de economie op gang te brengen.
* ''[[Quota op vervuiling]]''. Quota's zouden vormgegeven moeten worden als verhandelbare emissierechten, wordt vaak verdedigd, welke echt vrij verhandeld moeten kunnen worden zodat de reducties in vervuiling worden bereikt tegen een minimum aan kosten. [[Henry Ford]] was in de twintiger jaren van de twintigste eeuw al voor een strikt beleid waarbij de vervuiler direct de gevolgen van zijn vervuiling zou voelen. Hij vond dat de industrie vrijelijk zoveel water uit een rivier mocht gebruiken als wenselijk maar dat de uitstroompijp van het vervuilde water boven in de stroom moest gemaakt worden ten opzichte van de instroom. Het niet afdoende zuiveren van het vervuilde water zou daardoor leiden tot vervuild water in de instroom van het proces.
 
Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. We wonen met ruim 15 miljoen mensen op een klein oppervlak. Er is veel industrie en er zijn veel auto's. Dat heeft zijn uitwerking op het milieu. De helft van onze bossen is er slecht aan toe, door de 'zure regen'. Dat is luchtverontreiniging die ontstaat door verzurende stoffen in uitlaatgassen van auto's en uit schoorsteenpijpen van fabrieken en elektriciteitscentrales. En dat terwijl bossen noodzakelijk zijn om de lucht te verversen. Bomen nemen koolzuur op en geven zuurstof terug.
* '' [[Milieuwetgeving]]''. Hierbij wordt een [[financiële kostenbatenanalyse]] (FKBA) of een [[maatschappelijke kostenbatenanalyse]] (MKBA) gemaakt door de wetgever of regulerende instantie.
 
Dan is er ook nog het mestoverschot. Vele miljoenen varkens, kippen en koeien produceren samen zoveel mest, dat de bodem het niet meer kan opnemen. In de mest zit ammoniak. Als die in de lucht komt, leidt dit tot aantasting van het milieu. Daarom besloot het kabinet in 1998 dat het aantal varkens (zo'n 16 miljoen, er waren dus meer varkens dan mensen in Nederland) met een kwart moest worden ingekrompen. En ook de 90 miljoen kippen die ons land telt, zullen er op den duur voor een deel aan moeten geloven. Er is inmiddels een uitbreidingsverbod voor pluimveehouderijen uitgevaardigd.
Om bovenstaande methoden te kunnen verwezenlijken is een overkoepelende autoriteit nodig, bijvoorbeeld een wetgever. Door de [[globalisering]] vinden steeds meer afwegingen op wereldniveau plaats maar er is vaak geen overkoepelende autoriteit die effectief dergelijke wet- en regelgeving kan verzorgen en handhaven. Als er een land is dat milieu niet belangrijk vindt, of in ieder geval minder belangrijk dan de rest van de wereld, dan zal dat tot gevolg hebben dat vervuilen daar het goedkoopst is. De economische activiteiten, met de bijbehorende opbrengsten en werkgelegenheid zullen in principe naar dat land verhuizen. Hierdoor is er een 'druk omlaag' wat kan eindigen in een 'race naar de bodem' in milieuwet- en regelgeving. Dit is een complicerende factor in het beschermen van de natuur. Deze bezorgdheid wordt vooral gedeeld door organisaties die zich inzetten voor [[duurzame ontwikkeling]] en de [[antiglobaliseringsbeweging]] en [[anders-globaliseringsbeweging]].
 
Ook consumenten kunnen een heel belangrijke bijdrage leveren in de strijd tegen milieuvervuiling. Daardoor is het wel nodig dat we op een andere manier gaan leven. We moeten niet alleen opletten dat ons afval goed kan worden verwerkt, maar ook zorgen dat we minder afval produceren. Dit kunnen we bijvoorbeeld doen door minder wegwerpartikelen te kopen en meer gebruik te maken van het openbaar vervoer of de fiets. Consumenten kunnen ook nog op een andere manier een bijdrage aan het milieu leveren. Want consumenten hebben namelijk macht. Dat ondervond Shell in 1995 toen het aankondigde het olieplatform Brent Spar naar de bodem van de Atlantische Oceaan te willen laten afzinken.
[[categorie:Economie]] [[categorie:Milieu]]
 
-Wil je meer weten? Op de volgende site tref je meer informatie over het milieu aan (onder meer over Greenpeace en de vereniging Milieudefensie). Ook word je indien nodig doorverwezen naar andere sites met nog meer informatie over het milieu:
Anonieme gebruiker