Sint-Elisabeth-orde: verschil tussen versies

2 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
k
spelling
k
k (spelling)
De '''Sint-Elisabeth-Orde''' (Duits:"Sankt Elisabethorden") werd op 18 oktober 1766 door [[Keurvorst|Keurvorstin]] [[Elisabeth Maria Aloysia Auguste van Sülzbach (1721-1794). ]] ingesteld als een liefdadige [[Damesorde]]. Zij verkreeg hiervoor de goedkeuring van haar echtgenoot Keurvorst [[Karel Theodoor van Beieren|Karl Theodor van de Palts]] en [[Paus Clemens XIII]].<br>De Orde is een van de [[Lijst van ridderorden van Beieren|historische Orden van Beieren]].<BR> De Orde was aan de [[Elisabeth van Hongarije|Heilige Elisabeth van Thüringen]] gewijd en liet alleen katholieke dames van zogenaamde "stifsadel", dat wil zeggen Dames die hun afstamming van 16 [[adel|adelijkeadellijke]] bet-overgrootouders konden aantonen, als leden toe.<BR>
De Orde bestond in de 18e en 19e eeuw behalve uit een onbeperkt aantal vorstelijke dames, de [[grootmeester|grootmeesteres]] van het Huis van de Beierse Keurvorstin en de [[Hofdame|hofdames]] uit niet meer dan zes gehuwde of weduwe geworden dames.<BR>
 
Het juweel wordt op de linkerborst aan een als strik opgemaakt helblauw lint met helderrode strepen gedragen.
 
In 1873 keurde Koning [[Lodewijk II van Beieren]] nieuwe statuten goed waarin de eisen aan de dames van de Orde iets minder streng werden geformuleerd. Zij moesten nu acht adelijkeadellijke overgrootouders aantonen die ieder uit een geslacht dat al 300 jaar tot de adel behoorde moesten stammen.<BR>
De Beierse Dames moesten 500 [[gulden]] in de kas van de Orde storten.Dames uit het buitenland werd 1000 gulden gevraagd.<BR>
 
46.337

bewerkingen