Albumine: verschil tussen versies

39 bytes toegevoegd ,  3 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
'''Albumine''' is kwantitatief het belangrijkste [[Proteïne|eiwit]]molecuul in het [[bloedplasma]]. Omdat het in de gezonde situatie niet uit de bloedhaarvaten kan treden, speelt het een belangrijke rol bij de handhaving van de juiste [[osmotische druk]] in de bloedvaten.
[[Bestand:ALB structure.png|thumb|225px|Structuur van menselijk serumalbumine (HSA) in een complex met zes [[palmitinezuur]]moleculen]]
Als de albumineconcentratie in het bloed hoger is dan buiten de bloedvaten, dan wordt er water naar de bloedvaten toegetrokken (door [[osmose]]). Albumine heeft derhalve een wateraanzuigende werking. Op deze manier wordt de juiste druk verkregen (meer water betekent meer bloed, en meer bloed in dezelfde ruimte betekent een hogere druk). Hierdoor wordt enerzijds voorkomen dat te veel water vanuit de bloedbaan naar de weefsels gaat en anderzijds dat te veel water naar de bloedbaan toestroomt. De hoeveelheid water in de bloedbaan blijft daardoor nagenoeg constant, en daarmee het totale bloedvolume.
 
Daarnaast verzorgt albumine het transport van stoffen in het bloed, zowel voor lichaamseigen stoffen als lichaamsvreemde stoffen zoals medicijnen. Albumine transporteert 1/3 van [[testosteron]] in de bloedsomloop bij de mannen.<ref>Anatomy &phsiology Phsiology (9druk9e druk) Pearson International Edition blz. 1058</ref>; 10% van het [[cortisol]] in het lichaam wordt ook aan albumine gebonden. Het meeste [[adrenaline]] in het plasma is met lage affiniteit gebonden aan albumine. [[Schildklierhormonen]] T3 en T4 binden met zeer lage affiniteit aan albumine. 20% van het aanwezige T4 ([[thyroxine]]) en 35% van het aanwezige T3 (3,5,3'-tri-jodothyronine)is aan albumine gebonden.
Het meeste adrenaline in het plasma is met lage affiniteit gebonden aan albumine. Schildklierhormonen (T3 en T4) binden met zeer lage affiniteit aan albumine. 20% van het aanwezige T4 (thyroxine) en 35% van het aanwezige T3 (3,5,3'-tri-jodothyronine)is aan albumine gebonden.
 
Ook [[bilirubine]] wordt gebonden aan albumine door het plasma vervoerd naar de lever. Bilirubine is minder goed oplosbaar dan biliverdine waardoor het minder efficiënt getransporteerd kan worden. Daarom wordt het in het plasma gebonden aan albumine (indirect billirubine) vervoerd en in de lever tweemaal bèta gebonden aan [[glucuronzuur ]] (direct billirubine) (verkregen uit 2x alfa-UDP-glucuronzuur).
 
Albumine wordt toegediend bij de behandeling en preventie van diverse vormen van [[shock]]. Dit is een situatie waarbij het circulerend bloedvolume (in absolute of relatieve vorm) tekortschiet, door bloedverlies of bloedvatverwijding, om een adequate weefseldoorstroming te verzorgen. Dit kan gebeuren bij ernstige bloedingen door bijvoorbeeld operaties, bij ernstige brandwonden of bij bloedvergiftiging.
Dit kan gebeuren bij ernstige bloedingen door bijvoorbeeld operaties, bij ernstige brandwonden of bij bloedvergiftiging.
Bij zieke mensen, vooral bij een verminderde leverfunctie, is het albuminegehalte afgenomen. Er is dan sprake van hypoalbuminemie.
 
[[Runderalbumine]] (''Bovine Serum Albumine'' - BSA) wordt gebruikt als [[blokkeerstof]] en [[Stabilisator (scheikunde)|stabilisator]] in de chemie.
 
==Zie ook==
Anonieme gebruiker