Joos van Cleve: verschil tussen versies

1 byte toegevoegd ,  3 maanden geleden
raadlid -> raadslid
Geen bewerkingssamenvatting
(raadlid -> raadslid)
==Stijl==
[[Bestand:Cleve, Jan - Betende Maria.jpg|thumb|Joos van Cleve, Biddende Madonna, Residenzgalerie - Salzburg]]
De stijl van Joos van Cleve beschrijven is geen eenvoudige zaak omdat die vrij eclectisch was. Hij schilderde in de maniëristische stijl, populair in het Antwerpen van zijn tijd maar even goed in de Brugse traditie van Jan van Eyck en Gerard David. Ook [[Rogier van der Weyden]], Robert Campin, [[Hans Memling]] en [[Joachim Patinir]] zijn moeiteloos terug te vinden in zijn werk. Voor zijn [[Genua (stad)|Genuese]] klanten ging hij dan weer moeiteloos over naar de renaissance stijl die op dat ogenblik in Genua populair was. Hij was dus een schilder die van vele markten thuis was en werken afleverde in de stijl die door de opdrachtgever besteld werd. In dit verband heeft Van Mander een mooie uitspraak gedaan in zijn Schilderboeck namelijk: “‘De vermaerde heerlijke stadt Antwerpen, door Coopmanschap in voorspoet wesende, heeft over al tot haer gewenct d’uytnemenste onser Consten, die veel hun tot haer oock begeven hebben, om dat de Const geern is by den rijckdom”.<ref group=a>Van Mander, fol. 219r.</ref> Met ander woorden de goede kunstenaar gaf de rijke klant wat die vroeg! Zo werden de twee triptieken met de ''Dood van Maria''<ref group=l>Deze werken het ''kleine'', nu in het Wallref-Richartz museum in Keulen en het ''grote'' nu in de Alte Pinakothek in München, werden vroeger toegeschreven aan de anonieme ''Meester van de Dood van Maria'', het duurde tot de 19e eeuw voor het ''IvaB-monogram'' in het kleine werk ontcijferd werd als Ioos van der Beke. De beide werken dateren volgens Micha Leeflang (p. 96) vanuit het begin van de carrière van Joos van Cleve omstreeks 1515. Hand dateerde de ''grote dood'' rond 1524.</ref> besteld in de eerste jaren van Joos zijn vrijmeesterschap door de gebroeders Nicasius en Georg Hackeney uit [[Keulen (stad)|Keulen]], gerealiseerd in het typisch (voor die tijd) liggende Duitse formaat wat niet gebruikelijk was in het atelier van Joos van Cleve maar ook niet in de Zuidelijke Nederlanden.<ref group=l>Micha Leeflang, 2007, p. 99.</ref> Ook het materiaal gebruikt voor de [[ondertekening]] sluit aan bij de Duitse traditie en wijkt af van wat Joos in zijn andere werken doet. De houdingen van de apostelen op het middenpaneel van beide werken zijn verwant men het [[Antwerps maniërisme]],<ref group=l>Micha Leeflang, 2007, p. 102.</ref><ref group=h>Hand ziet geen maniëristische invloed in dit werk, volgens hem is het eerste werk waarin de maniëristische stijl is te herkennen het Reinhold altaarstuk dat Joos van Cleve maakte in opdracht van de broederschap van Sint Reinhold uit Gdańsk en dat geïnstalleerd werd in 1516.</ref> de compositie daarentegen doet denken aan werken over hetzelfde thema van [[Hugo van der Goes]] en [[Petrus Christus]].<ref group=h>J. O. Hand, 2004, pp. 27-30.</ref> Daar tegenover staat een ander werk dat uit Keulen werd besteld door het raadlidraadslid Gobel Schmitgen, namelijk de triptiek met de ''Bewening van Christus'', in 1524 opgesteld in de [[Sint-Maria in Lyskirchen]],<ref group=l>Nu in het Städelsches Kunstinstitut in Frankfurt, Micha Leeflang, 2007, p. 90</ref> door zijn heldere kleuren en de grote halffiguren zeer Italiaans aandoet. Het werk toont trouwens grote overeenkomsten met het ''Maria della Pace''-altaarstuk (nu in het Louvre) geschilderd door Joos van Cleve in opdracht van de Italiaanse Nicolò Calvi Bellogio.<ref group=l>Micha Leeflang, 2007, p. 101.</ref>
 
De stijl van de werken van Joos van Cleve is ook niet eenvoudig chronologisch te duiden.<ref group=l>Micha Leeflang, 2007, p. 91.</ref> Er is geen duidelijke evolutie in zijn schilderstijl door de jaren heen. Een mooi voorbeeld hiervan is de ''Aanbidding van de Koningen'' besteld door Oberto de Lazario Cattaneo voor zijn kapel in de Chiesa di San Luca di Albaro bij Genua (nu in de [[Gemäldegalerie Alte Meister]] in [[Dresden]]). De Genuezen bestelden in het begin van de zestiende eeuw schilderijen in Antwerpen bij gebrek aan goede lokale kunstenaars maar verwachtten wel dat de stijl in overeenkomst zou zijn met die van de grote Italiaanse kunstenaars.<ref name="ll101 group=l">Micha Leeflang, 2007, p. 101.</ref> Dit werk werd in Genua omstreeks 1518 geïnstalleerd en werd dus in dezelfde periode geschilderd als de twee triptieken met de ''Dood van Maria''. De compositie van dit werk is totaal verschillend met die van de Keulse triptieken en is goed vergelijkbaar met werken van [[Leonardo da Vinci]] en Francesco Sacchi.<ref name="ll101 group=l" /> Ook het gebruik van modellen, die aantoonbaar veelvuldig gebruikt werden in het atelier van Joos van Cleve, bemoeilijkt het chronologisch plaatsen van de werken. Zo werd de figuur van ''[[Balthasar (heilige)|Balthasar]]'' op de ''Aanbidding van de Koningen'' (Dresden) gekopieerd op de werken die bewaard worden in [[Napels (stad)|Napels]] en [[Detroit (Michigan)|Detroit]] die bijna 10 jaar later tot stand kwamen.
65.026

bewerkingen