Mensjewiek: verschil tussen versies

1 byte toegevoegd ,  5 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
[[Bestand:MartovW.jpg|thumb|150px|''[[Julius Martov]]'', leider van de mensjewieken en rechtstreekse tegenstrever van [[Vladimir Lenin|Lenin]] in de periode voorafgaand aan de bolsjewistische [[Oktoberrevolutie]] van [[1917]], waarbij de mensjewieken uiteindelijk aan het kortste eind trokken.]]
 
De '''mensjewieken''' ([[Russisch]]: меньшевики; ''mensjeviki'') waren een onderdeel van de [[Rusland|Russische]] revolutionaire beweging die in [[1903]] ontstond na een geschil tussen [[Vladimir Lenin]] en [[Julius Martov]], die beiden lid waren van de [[Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij]]. Hun stroming werd het '''mensjewisme''' genoemd.
 
Sinds haar ontstaan in [[1898]] was dezede partijArbeiderspartij verboden in Rusland en ze ontplooide haar activiteiten daarom ook vanuit het buitenland. Op het tweede partijcongres in [[1903]] ontstond een meningsverschil. Een minderheid - de mensjewieken - (mensje = ''minder'') wilde tijdelijk blijven samenwerken met de liberale en sociale groepen om hervormingen in gang te zetten. De [[bolsjewiek]]en (bolsje = ''meer'') wilden door [[revolutie]] het staatsapparaat ondermijnen en zo nodig afzetten. Terwijl beide fracties geloofden dat een revolutie tegen de bourgeoisie noodzakelijk was, waren de mensjewieken meer gematigd en stonden positiever tegenover de liberale oppositie die meer wijdverspreide aanhang had en democratisch gericht was. (De bolsjewieken hadden een meer onverzoenlijke opstelling tegen de bourgeoisie en de liberale democratie en zagen democratische samenwerking met andere partijen als ongewenst.)
 
[[Julius Martov]] was de leider van de mensjewieken, [[Vladimir Lenin|Lenin]] die van de bolsjewieken. Na de [[Februarirevolutie (1917)|Februarirevolutie]] leidden de mensjewieken de [[Voorlopige Regering (Rusland)|Voorlopige Regering]] van [[Aleksandr Kerenski]]. Naarmate het jaar [[1917]] vorderde ontplooiden zij een alsmaar repressievere houding tegenover de bolsjewieken. Na een mislukte opstand van 3-5 juli (de [[Julidagen]]) moesten veel bolsjewistische leiders onderduiken, waaronder Lenin. Anderen werden gevangengezet, zoals [[Leon Trotski]], die in de [[Petrus- en Paulusvesting]] werd opgesloten. In de loop van de maand augustus organiseerde generaal [[Lavr Kornilov|Kornilov]] een [[kornilov-affaire|couppoging]] tegen de Voorlopige Regering, die alleen maar kon worden afgewenteld met behulp van de bolsjewieken. Dit dwong de mensjewieken om de bolsjewistische leiders uit de gevangenis te bevrijden.