Mata Hari: verschil tussen versies

92 bytes toegevoegd ,  1 maand geleden
Rudolph ('John') MacLeod was een lid van de Nederlandse tak van de Schotse familie [[MacLeod (geslacht)|MacLeod]], waarvan de stamreeks in Nederland begint met [[Norman MacLeod (circa 1690-1739)]]. [[Norman MacLeod (1755-1837)]] sloot zich met het Schotse regiment Bentinck aan bij het Engelse leger onder commando van de hertog van York. Norman MacLeod huwde de Engelse Sarah Evans, met wie hij twee oudere zonen, Norman en William, twee dochters en de nakomer John Brienen had. Rudolph MacLeod was op 1 maart 1856 geboren te [[Heukelom (Bergen)|Heukelom]], als zoon van kapitein John Brienen MacLeod en Dina Louise barones [[Sweerts de Landas]]. Hij was echter bij zijn geboorte een 'onecht kind'.<ref>''Moed en overmoed'', p.51</ref> Ze trouwde met hem op 11 juli 1895 in Amsterdam; MacLeod was twintig jaar ouder.<ref>''[[Nederland's Patriciaat]]'' 59 (1973), p. 201.</ref> De viceadmiraal Norman en Edward MacLeod in Nijmegen, zonen van oom Norman, waren oudere neven van Rudolf MacLeod. Aangezien zijn vader stierf toen hij twaalf was, hielden oom Norman en zonen een oog op hun neef. Louise Jeanne was een zus van Rudolph, ze was een jaar jonger dan hij.
 
Rudolph MacLeod begon in 1872 zijn militaire loopbaan en vertrok in 1877 naar Indië. Hij ontving in 1880 de 'Atjeh gesp' voor zijn aandeel in de '[[Tweede Atjeh-oorlog]]' (1873-1874), verloor bijna het leven in de '[[Derde Atjeh-oorlog]]' (1884-1886) en keerde in de zomer van 1894, na 16 jaar vrijwel onafgebroken in de Oost gediend te hebben, terug in Nederland voor twee jaar verlof 'wegens ziekte'. Hij leed aan een lichte vorm van suikerziekte en had last van zijn gewrichten. De huwelijksadvertentie kwam voort uit een ''practical joke'' van kennissen, die de tekst plaatsten in ''Het Nieuws van den Dag'' van 7 en 8 januari 1895, waar een van hen, [[Jean François Leopold de Balbian Verster]] redacteur was. Hij was als 'bruidsjonker' (getuige) bij het huwelijk aanwezig. Hij zou later ook, vanuit Nederland, voor ''De Sumatra Post'' schrijven onder het pseudoniem 'Omega'. De tekst luidde: 'HUWELIJK. Een Kapt. van het Indisch Leger met verlof. Gehuwd wenschende terug te keeren, zoekt Kennismaking met eene beschaafde jonge Dame, met vriendelijk uiterlijk en zacht karakter. Eenig fortuin vereischte. Ook wil hij gaarne door bemiddeling van Ouders of Voogden tot zijn doel geraken. (5410) Br. fr., lett. S R 432, N. v. d. D.'<ref>''Moed en overmoed'', p.31</ref> Zelle stuurde een foto mee. Ze had een erfenis van haar gestorven moeder, ƒ10.000,-, waar een aandeel van af was voor haar opleiding in Leiden en kost en inwoning bij oom en tante thuis in Den Haag. Ze deed zich in het begin voor als wees. Pas toen de huwelijksdatum dichterbij kwam moest ze haar vader om toestemming vragen, want ze was nog 'minderjarig'. Ze waren al een week na de eerste ontmoeting verloofd, gingen 21 juni 1895 in ondertrouw en huwden op 11 juli 1895. Rudolph verhuisde eerst van zijn kamer in de [[P.C. Hooftstraat]] 140, naar zijn zuster op de [[Leidsekade (Amsterdam)|Leidsekade]] 79. 'Greet' was weggelopen bij haar oom en tante in Den Haag en bij haar aanstaande schoonzuster ingetrokken. a hun huwelijk verhuisde de schoonzuster naar de overkant op nr. 69. Het bruidspaar ging op huwelijksreis naar [[Wiesbaden]].
 
Ze waren uitgenodigd bij de ''[[raout]]'', de avondpartij, van de twee koninginnen ([[Regentes Emma|Emma]] en [[Wilhelmina der Nederlanden|Wilhelmina]]) op 23 april 1896 en verhuisden vijf dagen later naar de [[Jacob van Lennepkade]] 63 in Amsterdam, in oktober naar nr. 61.
 
Het huwelijk was belangrijk voor Zelle - het bracht haar in de Haagse 'betere standen' en ze zou financiële stabiliteit hebben moeten genoten, ware het niet dat, ondanks haar erfenis (haar man had de macht over haar vermogen) door de verkwisting van de kapitein er altijd geldgebrek was. Op 7 april 1896 had Rudolph een aanvaring met de [[Anarchisme|anarchist]] en [[socialisme|socialist]] [[Isaac Israel Samson]], die hem voor 'goudvink' en 'doodvreter' uitmaakte, hij had het niet op het (Indische) leger. Samson werd gearresteerd en later wegens belediging enkele maanden opgesloten. Greet werd op 30 januari 1897 moeder van Norman John MacLeod. Hij werd 21 maart gedoopt. Beide families waren [[Nederlands Hervormde Kerk|Nederlands hervormd]]. Greet werd er door haar echtgenoot op uitgestuurd bij Mr. [[N.A. Calisch]] een lening te vragen. Ze kreeg ƒ1650,- in ruil voor een 'zoen'. Op 1 mei 1897 vertrok het gezin MacLeod naar [[Java (eiland)|Java]] in Nederlands-Indië aan boord van de ''ss Prinses Amalia''. De dag ervoor keerde Rudolph terug van het [[werfdepot Harderwijk]], dat bekendstond als 'poel des verderfs'. Hij had bijna drie jaar verlof gehad.
 
=== Periode in Nederlands Indië ===
20.387

bewerkingen