Gebruiker:Perudotes/Medeplichtigheid: verschil tussen versies

Label: bewerking met nieuwe wikitekstmodus
Label: bewerking met nieuwe wikitekstmodus
 
Een bekend voorbeeld van het verschaffen van gelegenheid vormt de bewaker die nalaat om in te grijpen bij een diefstal, nadat de dief in het bijzijn van de bewaker duidelijk maakt dat hij voornemens is om een bepaald goed te stelen.<ref>Vgl. HR 21 februari 1921, ''W'' 10717.</ref> Ook het open laten staan van de deur van een woning kan onder omstandigheden het verschaffen van gelegenheid opleveren, bijvoorbeeld indien dit gebeurt om een dief de vrije toegang tot de woning te geven.<ref group=n>In het geval van de bewaker stelt de Hoge Raad overigens voorop dat de bewaker in dit specifieke geval belast was met het toezicht over de koffie en het dus zijn bijzondere plicht was om de diefstal te verhinderen. M.a.w. een niet doen levert alleen een verschaffen op indien er een specifieke rechtsplicht tot ingrijpen bestaat. Zonder een dergelijke rechtsplicht is er derhalve geen sprake van het verschaffen van gelegenheid, maar slechts van het bieden of laten van gelegenheid. Vgl. Hazewinkel-Suringa/Remmelink 1996, p. 446-447.</ref> Bij het verschaffen van middelen dacht de wetgever specifiek aan werktuigen waarmee het latere misdrijf gepleegd wordt. Te denken valt aan een mes dat gebruikt wordt om iemand anders neer te steken.<ref>HR 8 mei 1979, ''NJ'' 1979, 481 (Danszaal Soranus).</ref> Onder het verschaffen van inlichtingen moet gedacht worden aan 'het meedelen van feiten en omstandigheden waardoor het plegen van het delict mogelijk of gemakkelijk wordt gemaakt'.<ref>Kok en Romer 1999, p. 119.</ref> Te denken valt de locatie van de te stelen goederen in een winkel,<ref>HR 5 november 1946, ''NJ'' 1947, 133.</ref> of bijvoorbeeld de code van een kluis.<ref group=n>Een curieus geval deed zich voor bij de Landraad Soemedang, waarin de Landraad oordeelde dat een sterrenwichelaar medeplichtig was aan diefstal, omdat hij een voor de dieven gunstig tijdstip zou hebben doorgegeven. Zie verder: Kok en Romer 1999, p. 119 die verwijzen naar het Indisch Tijdschrift van het Recht 1937, afl. 145, p. 821.</ref> Een enkele aansporing om een misdrijf te begaan, of het verstrekken van inlichtingen die al bekend zijn bij de pleger is echter onvoldoende. Voor alle bevorderingsmiddelen geldt overigens dat zij niet in direct verband met het misdrijf hoeven te staan. Wie bijvoorbeeld geld geeft om later een uit misdrijf afkomstig goed te kopen verschaft ook middelen tot misdrijf.<ref>Hazewinkel-Suringa/Remmelink 1996, p. 446; Kok en Romer 1999, p. 118-119; Wolswijk 2007, p. 187.</ref>
 
Het verschil tussen de voorafgaande en gelijktijdige medeplichtigheid heeft echter aan belang ingeboet, doordat de Hoge Raad in 2011 in bepaalde dat voor een bewezenverklaring niet nodig is dat de rechter een keuze maakt tussen een van beide vormen. De Hoge Raad overwoog specifiek dat bij de toepassing van de medeplichtigheidsbepaling 'de vraag [kan] rijzen of beide vormen van medeplichtigheid strikt kunnen of moeten worden afgebakend ten opzichte van elkaar'. De Raad beantwoorde deze vraag negatief. De Raad wees erop dat het kernverwijt van medeplichtigheid 'het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf' is en dat het niet altijd mogelijk is om de tijdstippen van het misdrijf en de gedraging van de medeplichtige nauwkeurig vast te stellen. Volgens de Raad is in de loop der tijd het fysieke aspect van medeplichtigheid (en daarmee gepaard gaand de tijdsbepaling) minder belangrijk geworden. Zodoende hoeft de rechter volgens de Raad geen keuze te maken tussen beide medeplichtigheidsvormen, omdat die keuze volgens hem niet van belang is voor de strafrechtelijke betekenis van de bewezenverklaring en aangezien de kwalificatie en de maximumstraf in beide gevallen hetzelfde zijn.<ref>HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2629, r.o. 2.2; De Hullu 2018, p. 496-497.</ref><ref group=n>Voor een kritische lezing van dit arrest zie: H.D. Wolswijk, 'Voorafgaande en gelijktijdige medeplichtigheid. Enkele opmerkingen over HR 22 maart 2011, ''NJ'' 2011, 341', ''DD'' 2011/80, afl. 10, p. 1118-1138.</ref>
 
 
5.941

bewerkingen