Gebruiker:Koen Verbiest/Kladblok: verschil tussen versies

5.036 bytes toegevoegd ,  1 maand geleden
geen bewerkingssamenvatting
Op 26 mei bood premier [[Paul van Zeeland]] (katholiek) aan koning [[Leopold III van België|Leopold III]] het ontslag van zijn regering aan, waarna de regering-Van Zeeland I belast werd met de afhandeling van de [[regering van lopende zaken|lopende zaken]]. De volgende dag begon de koning aan zijn raadplegingen met het oog op de regeringsvorming: die dag kwamen de socialistische politici [[Emile Vandervelde]] (partijvoorzitter), [[Paul-Henri Spaak]] (minister van Verkeerswezen), [[Hendrik de Man]] (minister van Openbare Werken), [[Arthur Wauters]] (politiek directeur van de socialistische krant ''[[Le Peuple]]'') en [[Camille Huysmans]] (voormalig minister) en Kamervoorzitter [[Jules Poncelet]] op audiëntie.<ref>''De koning heeft zijne beraadslagingen begonnen'', [[Gazet van Antwerpen]], 27 mei 1936.</ref> Later die dag werden ook nog Senaatsvoorzitter [[Maurice August Lippens]], de katholieke ministers [[Philip Van Isacker]] (Economische Zaken), [[August de Schryver]] (Landbouw) en [[Charles du Bus de Warnaffe]] (Binnenlandse Zaken) en [[Charles d'Aspremont Lynden]], voorzitter van de [[Federatie van Katholieke Kringen en Conservatieve Verenigingen]], ontvangen.<ref>''De Regeeringsvorming'', Gazet van Antwerpen, 28 mei 1936.</ref> Op 28 mei werden de liberale politici [[Paul-Emile Janson]] (voormalig minister van Justitie), [[Paul Hymans]] (minister zonder Portefeuille) en [[Marcel-Henri Jaspar]] (Kamerlid)<ref>''De koning zet de raadplegingen voort'', Gazet van Antwerpen, 28 mei 1936.</ref>, [[Adolphe Max]] (voorzitter van de liberale Kamerfractie) en [[Léon Dens]] (partijvoorzitter) geraadpleegd, alsook REX-leider Léon Degrelle en VNV-leider [[Staf de Clercq]].<ref>''De koning zet de raadplegingen voort'', Gazet van Antwerpen, 29 mei 1936.</ref> De volgende dag was het beurt aan [[Hendrik Borginon]], Kamerfractieleider van het VNV, [[Joseph Jacquemotte]], secretaris-generaal van de KPB-PCB, de liberale politici [[Albert Devèze]] (minister van Landsverdediging), [[Octave Dierckx]] (Senaatsfractieleider), [[Emile Jennissen]] (Kamerlid) en [[François Bovesse]] (minister van Openbaar Onderwijs) en voormalig eerste minister [[Henri Jaspar]] (katholiek).<ref>''De raadplegingen van vrijdag voormiddag'', Gazet van Antwerpen, 29 mei 1936.</ref> Op 30 mei consulteerde de koning oud-premier [[Charles de Broqueville]] (katholiek), [[Frans Van Cauwelaert]], voorzitter van de ''Katholieke Vlaamse Kamergroep'' en de voormalige katholieke minister [[Hendrik Heyman]], voorzitter van de christelijke arbeidersbeweging [[Algemeen Christelijk Werknemersverbond|ACW]]<ref>''Heer Van Cauwelaert ten paleize ontvangen'', Gazet van Antwerpen, 30 mei 1936.</ref> en op 1 juni voltooide de koning zijn consultaties met de ontvangst van [[Henri Carton de Wiart]], voorzitter van de katholieke Kamerfractie, gewezen eerste minister [[Georges Theunis]] (katholiek).<ref>''De koning stuurt aan op een nationale regering met een socialistisch eerste minister'', Gazet van Antwerpen, 2 juni 1936.</ref>
 
===Informateur Emile Vandervelde (2 juni - 5 juni 1936)===
Op 1 juni werd ontslagnemend premier Paul van Zeeland aangezocht om een regering te vormen, maar hij wees het aanbod van de koning af.
[[File:Émile Vandervelde (1866–1938) 1927 © Georg Fayer (1892–1950) OeNB 10449449.jpg|thumb|Emile Vandervelde.]]
Op 1 juni werd ontslagnemend premier Paul van Zeeland aangezocht om een regering te vormen, maar hij wees het aanbod van de koning af, omdat hij vond dat het niet aan hem toekwam om een regering op de been brengen, daar hij zichzelf niet als politicus beschouwde. De volgende dag werd BWP-POB-voorzitter [[Emile Vandervelde]] als leider van de grootste partij het veld ingestuurd als [[informateur]]. Hij diende de koning in te lichten over de voorwaarden waaronder een regering van nationale eenheid (katholieken, liberalen en socialisten) kon worden samengesteld, onder leiding van een persoonlijkheid die behoorde tot de grootste parlementaire fractie (een socialist).<ref>''Op verzoek van den koning zal heer Vandervelde het terrein verkennen'', Gazet van Antwerpen, 2 juni 1936.</ref> Op 3 en 4 juni voerde Vandervelde raadplegingen met verschillende katholieke, socialistische en liberale politici<ref>''De Heer Vandervelde heeft woensdagvoormiddag zijn onderhandelingen voortgezet'', Gazet van Antwerpen, 3 juni 1936.</ref><ref>''De beraadslagingen beëindigd'', Gazet van Antwerpen, 5 juni 1936.</ref>
 
===Formateur Emile Vandervelde (6 juni - 8 juni 1936)===
De dag daarna diende hij bij de koning zijn eindverslag in.<ref>''De heer Vandervelde brengt bij den koning verslag uit'', Gazet van Antwerpen, 5 juni 1936.</ref> Vervolgens kreeg Vandervelde het aanbod om een regering te vormen. Hij vroeg bedenktijd om zijn partij te raadplegen en nadat die het licht op groen zette, aanvaardde Vandervelde op 6 juni zijn opdracht als [[formateur]].<ref>''De heer Vandervelde heeft aangenomen om het Cabinet te vormen'', Gazet van Antwerpen, 6 juni 1936.</ref> Dezelfde dag nog overhandigde Vandervelde zijn voorstellen omtrent het regeringsprogramma aan [[Hubert Pierlot]], voorzitter van de [[Katholiek Verbond van België|Katholieke Unie]], en [[Adolphe Max]], voorzitter van de liberale Kamerfractie.<ref>''De heer Vandervelde onderhandelt'', Gazet van Antwerpen, 8 juni 1936.</ref> Op 8 juni kreeg Vandervelde een antwoord van de katholieken en de liberalen: de katholieken waren tegen een regering onder leiding van een socialist en vonden dat de regering geleid moest worden door een niet-politieke personaliteit, zoals uittredend eerste minister Paul van Zeeland. De liberalen hadden dan weer geen probleem met een socialistische premier, maar gaven aan dat ook hun voorkeur was om een politieke buitenstaander de regering te laten leiden.<ref>''De heer Vandervelde in zijn poging mislukt. De heer Van Zeeland aanvaardt om een regering te vormen'', Gazet van Antwerpen, 9 juni 1936.</ref> Vervolgens diende Vandervelde zijn ontslag in als formateur.
 
===Formateur Paul van Zeeland (9 juni 1936)===
[[File:Paul van Zeeland, 1937.jpg|thumb|Paul van Zeeland.]]
Omdat zowel de katholieken als liberalen impliciet hadden aangegeven dat ze van Zeeland opnieuw als premier wilden, werd hij dezelfde dag nog aangezocht als formateur. Van Zeeland vroeg bedenktijd gezien hij eerder een formatieopdracht had afgewezen, maar ging op 9 juni alsnog akkoord om een regering te vormen. Dezelfde dag nog ontving hij delegaties van de katholieken (voorzitter Hubert Pierlot en fractievoorzitters Henri Carton de Wiart en [[Cyrille Van Overbergh]]), de socialisten (voorzitter Emile Vandervelde en ministers Hendrik de Man en Paul-Henri Spaak) en de liberalen (voorzitter Léon Dens en fractievoorzitters Adolphe Max en Octave Dierckx) om zijn regeerprogramma voor te leggen, waarmee de partijen zich in grote lijnen akkoord verklaarden.<ref>''Regeringsvormer Van Zeeland aan 't werk'', Gazet van Antwerpen, 10 juni 1936.</ref> De volgende dag raadpleegde van Zeeland verschillende politici: enerzijds om hun houding te kennen over de vraagstukken waarover nog geen akkoord was bereikt (met name de culturele autonomie en het legerbeleid), anderzijds om te vragen of ze bereid waren om als minister hun medewerking te verlenen aan de nieuwe regering.<ref>''Van Zeeland geeft het op'', Gazet van Antwerpen, 11 juni 1936.</ref> Op 11 juni botste de formateur met de socialisten over het aantal ministers die ze toegewezen zouden krijgen. De socialisten eisten zes ministerposten, terwijl van Zeeland er voor hen slechts vijf voorzag. Bovendien wilden de socialisten dat het sociale luik van het regeerprogramma van van Zeeland zou worden aangepast, omdat dat volgens hen te weinig sociale hervormingen bevatte (zo was er onder andere geen sprake van de invoering van een werkweek van veertig uur). Nadat de socialisten noch van Zeeland weigerden in te binden, bood hij zijn ontslag als formateur aan bij de koning.<ref>''De socialisten stellen brute Eischen'', Gazet van Antwerpen, 11 juni 1936.</ref> Vervolgens hield de koning nieuwe audiënties om de regeringsvorming weer op gang te trekken: hij ontving achtereenvolgens Emile Vandervelde, Philip Van Isacker, Paul-Henri Spaak, Adolphe Max en Hubert Pierlot.<ref>''De onderhandelingen op een dood punt'', Gazet van Antwerpen, 12 juni 1936.</ref>
 
 
{{Appendix}}
28.257

bewerkingen