Lijst van moties van wantrouwen in de Tweede Kamer: verschil tussen versies

→‎Context: Cals interpreteerde het, Schmelzer diende de motie in
(→‎Context: Cals interpreteerde het, Schmelzer diende de motie in)
De enige aangenomen motie van wantrouwen was in 1939 tegen het [[kabinet-Colijn V]].<ref>{{citeer web|url=https://www.parlement.com/id/vh8lnhrp1x0f/motie_van_afkeuring_of_wantrouwen|titel=Motie van afkeuring of wantrouwen|werk=[[parlement.com]]|bezochtdatum=2021-09-20}}</ref> Het lage slagingspercentage komt onder meer doordat bewindslieden vaak de eer aan zichzelf houden door voor stemming op te stappen, wanneer zij vermoeden dat deze aangenomen zal worden.<ref>{{citeer web|url=https://www.parlement.com/id/vh8lnhrpmxvg/aftredende_bewindslieden|titel=Aftredende bewindslieden|werk=[[parlement.com]]|bezochtdatum=3 april 2021|archiefdatum=4 maart 2021|archiefurl=https://web.archive.org/web/20210304091556/https://www.parlement.com/id/vh8lnhrpmxvg/aftredende_bewindslieden|dodeurl=no}}</ref> Voorbeelden hiervan zijn het opstappen van [[Menno Snel]], [[Jeanine Hennis-Plasschaert]] en het [[kabinet-Rutte III]].
 
Soms zijn andere moties en stemmingen, zoals een [[motie van afkeuring]] of afkeuring van begroting, aanleiding voor een bewindspersoon om op te stappen. De bewindspersoon interpreteert de stemming dan als een motie van wantrouwen. Voorbeelden hier van zijn het [[Norbert SchmelzerKabinet-Cals]] (tijdens de [[Nacht van Schmelzer]]), [[Ernst Hirsch Ballin]], [[Ed van Thijn]] en [[Sigrid Kaag]].
[[Ernst Hirsch Ballin]], [[Ed van Thijn]] en [[Sigrid Kaag]].
 
== De lijst ==
14.699

bewerkingen