Aryavarta: verschil tussen versies

265 bytes toegevoegd ,  1 maand geleden
geen bewerkingssamenvatting
Rond 200 v.Chr. zou de arianisering tot in het zuiden van India verspreid zijn, maar veel moeilijk toegankelijke gebieden zoals woestijnen, dichte jungle en heuvelland bleven onzuiver. De oorspronkelijke bewoners van deze gebieden werden als ''[[mleccha's]]'' beschouwd, onreine [[kastelozen]]. Omdat de plaatsen die in religieuze teksten genoemd werden in het oorspronkelijke Aryavarta lagen, bleef dit gebied, grofweg de Indus-Gangesvlakte, een bijzondere plek in de verbeelding van hindoes innemen. Vaak werden plaatsen ook vernoemd naar die gebieden, om zodoende een eigen versie dichtbij te hebben, zodat een lange pelgrimstocht niet langer noodzakelijk was voor een bedevaart. Toen in de Middeleeuwen het hindoeïsme zich ook over Zuidoost-Azië verspreidde, vond daar een vergelijkbaar effect plaats.
 
Rond 150 v.Chr. schreef [[Patanjali]] in zijn ''[[Mahabhasya]]'' nog dat Aryavarta ten oosten lag van waar de [[Sarasvati (rivier)|Sarasvati]] verdween, ten westen van het Kalakawoud, ten zuiden van de [[Himalaya]] en ten noorden van het [[Pariyatra-gebergte]]. Mogelijk schreef hij dit in [[Kasjmirvallei|Kasjmir]], zodat hij tot zijn beschrijving van Aryavarta kwam buiten Aryavarta zelf. Ook de ''[[Baudhayana-Dharmasoetra]]'' en de ''[[Vasistha-Dharmasoetra]]'' beschrijven het gebied. Hoewel niet duidelijk is wat het Kalakawoud en het Pariyatra-gebergte waren, is wel duidelijk dat het gebied toen nog een oost- en westgrens had. Mogelijk waren deveel [[Brahmaan|brahmanen]] verdreven uit de Punjab na het uiteenvallen van het [[Mauryadynastie|Mauryarijk]] en het binnenvallen van de [[Yavana|Yona]] (Grieken), gevolgd door de [[Saken]]. Uit onder meer de ''[[Yuga Purana]]'' en de ''[[Mahabharata]]'' blijkt dat de komst van deze [[Indo-Grieken]] en [[Indo-Scythen]] de brahmanen de nodige onheil bracht, zodat deze tijd wel als het einde van de ''[[kali yuga]]'' werd gezien. Mogelijk verdwenen de brahmanen zelfs uit dit gebied om pas na de zesde eeuw terug te keren.
 
In de ''[[Manusmriti]]'', enkele eeuwen na Patanjali, waren de oostelijke en westelijke zee de begrenzing.
na het uiteenvallen van het [[Mauryadynastie|Mauryarijk]] en het binnenvallen van de [[Yavana|Yona]] (Grieken), gevolgd door de [[Saken]]. Uit onder meer de ''[[Yuga Purana]]'' en de ''[[Mahabharata]]'' blijkt dat de komst van deze [[Indo-Grieken]] en [[Indo-Scythen]] de brahmanen de nodige onheil bracht, zodat deze tijd wel als het einde van de ''[[kali yuga]]'' werd gezien. Mogelijk verdwenen de brahmanen zelfs uit dit gebied om pas na de zesde eeuw terug te keren. Enkele eeuwen later in de ''[[Manusmriti]]'' waren de oostelijke en westelijke zee de begrenzing.
 
Migranten die uit andere delen van de wereld het [[Indisch Subcontinent]] binnendrongen, zoals de [[Indo-Grieken]] en [[Indo-Scythen]] in de eerste eeuwen v.Chr., de [[Witte Hunnen|Hunnen]] in de 6e eeuw of de [[Turkse volkeren|Turks]]-[[Afghanistan|Afghaanse]] invallers in de 11e en 12e eeuw, golden ook als mleccha's. Zolang ze de religieuze voorschriften niet kenden, vreemde goden aanbaden en niet in het [[kastensysteem]] waren opgenomen, deed hun aanwezigheid zelfs af aan de puurheid van het land. Om die reden werd het land dat in de eerste eeuwen n.Chr. door oorspronkelijk niet-Indische groepen bewoond werd, zoals de [[Westelijke Satrapen]] van [[Gujarat]] of de [[Kushana|Kushana's]] in het uiterste noorden, niet langer als Aryavarta beschouwd. Pas nadat de nieuwkomers door [[Brahmanisme|brahmaanse]] rituelen in het kastenstelsel werden opgenomen kon het land weer als puur beschouwd worden.
43.993

bewerkingen