Capitulatie (handelsverdrag): verschil tussen versies

171 bytes toegevoegd ,  1 maand geleden
→‎Frankrijk: aanvulling
(→‎Frankrijk: aanvulling)
In 1528, toen de Turken Egypte hadden veroverd, bevestigde sultan [[Ottomaanse Rijk#Het Ottomaanse Rijk als wereldmacht, 1453–1683|Süleyman I]] formeel de capitulatie die in 1500 door de sultan van Egypte gesloten was met de Franse koning Lodewijk XII.<ref>Brown, p. 32</ref>
=== Frankrijk ===
De opvolger van Lodewijk XII, koning [[Frans I van Frankrijk|Frans I]] zocht hulp in zijn machtsstrijd tegen [[keizer Karel V]] van het [[Heilige Roomse Rijk]]. Hij vond een bondgenoot in Süleyman, die in Europa oorlogen tegen Karel V voerde. Süleyman stelde voor een verdrag te laten opstellen door de eerste Franse ambassadeur in Turkije, [[Jean de La Forêt]], en [[grootvizier]] [[Pargah Ibrahim Pasja]]. Zij kregen de opdracht om de Egyptische capitulatie met Frankrijk die in 1528 door Süleyman bevestigd was, als uitgangspunt te nemen voor hun concept. De capitulatie werd ondertekend in 1538. Daarmee werden de privileges die tot dan toe aan de Fransen waren verleend in Egypte, uitgebreid tot het gehele Ottomaanse Rijk.<ref>Brown, p. 33</ref>
 
Vanwege de Turkse opvatting dat een verdrag alleen kracht kon hebben tijdens het leven van de sultan die het ondertekende – een soort tijdelijke wapenstilstand met 'ongelovigen' – was de capitulatie onderwerp van nieuwe onderhandelingen telkens als een nieuwe sultan aantrad. De eerste heronderhandelde capitulatie dateert van 1569, drie jaar na het overlijden van Süleyman, gevolgd door hernieuwingen in 1581, 1597, 1614, 1673 en 1740. In de loop van de opeenvolgende heronderhandelingen is de capitulatie van 1536 geëvolueerd van een louter commerciële overeenkomst met bijbehorende waarborgen voor de vrijheid van handel, naar een algemeen verdrag van vrede, vriendschap en wederzijdse handel in 1740. Dat verdrag kende aan Frankrijk en zijn onderdanen uitzonderlijke voorrechten toe die verder gingen dan strikt noodzakelijk was voor de vrijheid van handel. Vanaf 1740 kregen de capitulatierechten daarenboven eeuwigdurende geldigheid.<ref>Brown, p. 37</ref><ref>{{Citeer web|url=http://www.osmanli700.gen.tr/english/affairs/olayc5.html|titel=The Capitulations|uitgever=FORSNeT|datum=1999|taal=en|bezochtdatum=7 januari 2021}}</ref>
 
De capitulatie van 1740 bestond uit een uitgebreide [[preambule]], gevolgd door 85 artikelen (capita). De belangrijkste privileges en immuniteiten die daarin aan Franse onderdanen werden gegeven waren: vrijheid van handel, vrijheid van godsdienst, vrijheid van verblijf, vrijheid om te reizen, vrijwaring van huiszoeking, vrijstelling van belasting, afwikkeling van nalatenschappen in het geval dat er geen erfgenamen waren en immuniteit van lokale jurisdictie. Bovendien had Frankrijk de exclusieve extraterritoriale jurisdictie over zijn onderdanen en het recht consuls en ambassadeurs te benoemen die de jurisdictie uitoefenden.<ref>Brown, p. 32-41</ref>
 
=== Engeland ===
Vanaf de late 16e eeuw sloot het Ottomaanse Rijk ook met andere landen capitulaties af. Deze kwamen [[mutatis mutandis]] overeen met de verdragen die met Frankijk overeengekomen waren. Het eerste land was [[Engeland]], in 1579. [[Elizabeth I van Engeland|Koningin Elisabeth I]] zocht toenadering tot sultan [[Murat III]] om de handelspositie van haar land met de [[Levant]] te verbeteren en omdat ze een bondgenoot zocht in haar strijd tegen Spanje. Ze stuurde William Harborne als afgezant naar de sultan. Murat III begon daarop een correspondentie in het Latijn met de koningin, wat de weg plaveide voor een capitulatie.<ref>{{Citeer web|url=https://archive.org/details/jamestownproject00kupp/page/38/mode/2up|titel=The Jamestown project|auteur=Karen Ordahl Kupperman|uitgever=Harvard University Press|datum=2007|taal=en|pagina's=39-41|bezochtdatum=5 januari 2021}} {{ISBN|978-0-674-02474-8}}</ref>
18.192

bewerkingen