Capitulatie (handelsverdrag): verschil tussen versies

344 bytes verwijderd ,  1 maand geleden
 
=== Middeleeuwen ===
 
 
Uit de [[vroege middeleeuwen]] zijn enkele voorbeelden bekend van capitulaties waarmee de juridische status van kooplieden uit een ander land werd geregeld. De [[Byzantijnse Rijk|Byzantijnse]] keizer [[Justinianus I|Justinianus]] (527-565) bijvoorbeeld stond de [[Armenië]]rs die in [[Constantinopel]] woonden toe om kwesties van huwelijk, erfenis en dergelijke te regelen volgens hun eigen wetten. [[Karel de Grote]] (747-814) verkreeg van [[kalief]] [[Haroen ar-Rashid]] speciale garanties en privileges voor [[Franken (volk)|Frankische]] kooplieden in het [[Kalifaat van de Abbasiden]]. In de 9e eeuw vormden [[Arabisch]]e kooplieden een nederzetting in de haven van [[Guangzhou|Kanton]] waarbij ze hadden bedongen dat ze geregeerd en beoordeeld mochten worden door hun eigen [[Kadi (rechter)|kadi]]. Vorst [[Oleg de Wijze]] van het [[Kievse Rijk]] sloot in de 911 een capitulatie met keizer [[Leo VI van Byzantium]] die onder meer bepalingen bevatte voor berechting van Kievse onderdanen volgens hun eigen wet.<ref>Brown, p. 10, 11</ref>
 
[[Maritieme republieken#Republiek Venetië|Venetië]] sloot in 1219 een capitulatie met [[Aladin (sultan)|Aladin]], de Turkse sultan van [[Konia]], waarbij onderdanen van de ene partij in de domeinen van de andere immuniteiten genoten in alle juridische aangelegenheden van niet-criminele aard. Tien jaar later kreeg Venetië in een capitulatie met de sultan van [[Aleppo (stad)|Aleppo]] het recht om in die stad een eigen kerk, een telhuis (waar geld werd geteld) en een magistratuur te stichten.<ref>Brown, p. 16, 31</ref>
 
[[Maritieme republieken#Republiek Genua|Genua]] wist via zijn consul in [[Alexandrië]] van de [[Mammelukken|Mammelukse]] sultan het recht van jurisdictie te verkrijgen in rechtszaken te verkrijgen tussen Genuezen en [[Saracenen]], evenals tussen Genuese en andere christenen. In 1261 kreeg Genua toestemming van de Byzantijnse keizer [[Michaël VIII Palaiologos|Michaël VIII]] om bij Constantinopel, aan de overzijde van de [[Gouden Hoorn]], de aparte stad [[Galata]] te vestigen die onder Genuese jurisdictie viel.<ref>Brown, p. 14, 16</ref> Toen het [[Ottomaanse Rijk]] in mei 1453 de stad [[Beleg en val van Constantinopel (1453)|Constantinopel]] belegerde, beloofden de Genuese inwoners van [[Galata]] aan de [[Turken#De Ottomaanse episode|Turken]] om neutraal te blijven op voorwaarde dat hun onafhankelijke rechten gewaarborgd zouden blijven. Sultan [[Mehmet II]] accepteerde dat en bevestigde na zijn overwinning de oude capitulatie uit 1261.<ref>Brown, p. 27, 28, 32</ref>
 
Niet alleen de Italiaanse steden, ook Frankrijk en [[Catalonië]] sloten in het oosten van het Middellandse Zeegebied verdragen af, waarin hun onderdanen vrijgesteld waren van berechting door het andere land. Zo kwam de sultan van Egypte in 1500 een capitulatie overeen met de Franse koning [[Lodewijk XII]] waarin werd overeengekomen dat Franse onderdanen die in Egypte verbleven niet langer vielen onder de jurisdictie van Egypte, maar geplaatst werden onder direct gezag van Franse [[Legatie (diplomatie)|legaties]] of [[Consulaat (diplomatie)|consulaten]].<ref>{{Citeer web|url=https://books.google.com/books?id=cq90z2Ij6jsC&pg=PA139|titel=Three years in Constantinople. Vol. 1|auteur=Charles White|uitgever=Henri Colburn|datum=1846|pagina's=139, 147|taal=en|bezochtdatum=27 juli 2021}}</ref> Met [[Catalonie]] sloot de sultan een soortgelijke capitulatie af.<ref>Brown, p. 32</ref>
[[Bestand:Francois I Suleiman.jpg|thumb|Frans I en Süleyman I begonnen de Frans-Ottomaanse alliantie en sloten in 1536 een capitulatie. Ze hebben elkaar nooit persoonlijk ontmoet; dit is een compositie van twee afzonderlijke schilderijen van [[Titiaan]], circa 1530]]
[[Bestand:Draft of the 1536 Treaty negotiated between Jean de La Forest and Ibrahim Pacha expanding to the whole Ottoman Empire the privileges received in Egypt from the Mamluks before 1518.jpg|thumb|Concept voor de capitulatie van 1536 tussen het [[Ottomaanse Rijk]] en [[Frankrijk]] waarin [[Sultan (rang)|sultan]] [[Suleyman]] afstand deed van [[jurisdictie]] over Franse onderdanen.]]
Toen het [[Ottomaanse Rijk]] in mei 1453 de stad [[Beleg en val van Constantinopel (1453)|Constantinopel]] belegerde, beloofden de Genuese inwoners van [[Galata]] aan de [[Turken#De Ottomaanse episode|Turken]] om neutraal te blijven op voorwaarde dat hun onafhankelijke rechten gewaarborgd zouden blijven. Sultan [[Mehmet II]] accepteerde dat en bevestigde na zijn overwinning de oude capitulatie uit 1261. In 1528, toen de Turken Egypte hadden veroverd, bevestigde sultan [[Ottomaanse Rijk#Het Ottomaanse Rijk als wereldmacht, 1453–1683|Süleyman I]] formeel de capitulaties die tot dan toe gegolden hadden voor de Franse en [[Catalonië|Catalaanse]] kooplieden in Egypte.<ref>Brown, p. 27, 28, 32</ref>
 
Tot die tijd waren alle capitulaties die de Turken sloten – enkele uitzonderingen daargelaten – eenzijdige contracten waarin aan andere landen privileges werden gegeven. Na 1528 sloten ze uitsluitend nog wederzijdse overeenkomsten af. Het waren algemene verdragen van vrede, vriendschap en handel waarmee vreemdelingen buitengewone privileges verkregen in het Ottomaanse Rijk.<ref>Brown, p. 32</ref>
==== Frankrijk ====
De eerste van deze capitulatie sloten de Ottomanen in 1536 af met [[Frankrijk]]. Koning [[Frans I van Frankrijk]] zocht hulp in zijn machtsstrijd tegen [[keizer Karel V]] van het [[Heilige Roomse Rijk]]. Hij vond een bondgenoot in Süleyman, die in Europa oorlogen tegen Karel V voerde. HetSüleyman stelde voor een verdrag werdte laten voorbereidopstellen door de eerste Franse ambassadeur in Turkije, [[Jean de La Forêt]], en [[grootvizier]] [[Pargah Ibrahim Pasja]]. Zij gebruikten de Egyptische capitulatie met Frankrijk die in 1528 door Süleyman bevestigd was, als basis voor hun concept.<ref>Brown, p. 33</ref>
 
Vanwege de Turkse opvatting dat een verdrag alleen kracht kon hebben tijdens het leven van de sultan die het ondertekende – een soort tijdelijke wapenstilstand met 'ongelovigen' – was de capitulatie onderwerp van nieuwe onderhandelingen telkens als een nieuwe sultan aantrad. De eerste heronderhandelde capitulatie dateert van 1569, drie jaar na het overlijden van Süleyman, gevolgd door hernieuwingen in 1581, 1597, 1614, 1673 en 1740. In de loop van de opeenvolgende heronderhandelingen is de capitulatie van 1536 geëvolueerd van een louter commerciële overeenkomst met bijbehorende waarborgen voor de vrijheid van handel, naar een algemeen verdrag van vrede, vriendschap en wederzijdse handel in 1740. datDat verdrag kende aan Frankrijk en zijn onderdanen uitzonderlijke voorrechten toekendetoe die nietverder gingen dan strikt noodzakelijk warenwas voor de vrijheid van handel. Vanaf 1740 kregen de capitulatierechten daarenboven eeuwigdurende geldigheid.<ref>Brown, p. 37</ref><ref>{{Citeer web|url=http://www.osmanli700.gen.tr/english/affairs/olayc5.html|titel=The Capitulations|uitgever=FORSNeT|datum=1999|taal=en|bezochtdatum=7 januari 2021}}</ref>
 
De capitulatie van 1740 bestond uit een uitgebreide [[preambule]], gevolgd door 85 artikelen (capita). De belangrijkste privileges en immuniteiten die daarin aan Franse onderdanen werden gegeven waren: vrijheid van handel, vrijheid van godsdienst, vrijheid van verblijf, vrijheid om te reizen, vrijwaring van huiszoeking, vrijstelling van belasting, afwikkeling van nalatenschappen in het geval dat er geen erfgenamen waren en immuniteit van lokale jurisdictie. Bovendien had Frankrijk de exclusieve extraterritoriale jurisdictie over zijn onderdanen en het recht consuls en ambassadeurs te benoemen die de jurisdictie uitoefenden.<ref>Brown, p. 32-41</ref>
18.158

bewerkingen