Nederlands Israëlietisch Seminarium: verschil tussen versies

k (sp)
Labels: Bewerking via mobiel Bewerking via mobiele website
 
 
== Geschiedenis ==
 
=== Voorloper ===
De Amsterdamse opperrabbijn Arjeh Leib<ref>Ook vermeld als Arjé Löb en Levi Saul Löwenstamm. Zie artikel op de Engelstalige Wikipedia: [[:en:Aryeh Leib ben Saul|Aryeh Leib ben Saul]]</ref> richtte in 1714 ''Beth Hamidrasj Ets Haim'' op. Deze [[Beet midrasj|leerschool]] richtte zich op het gezamenlijk houden van leeroefeningen en het geven van onderwijs aan minvermogende jonge joden. In 1760 werd door Leibs zoon, opperrabbijn Saul Löwenstamm (1717-1790),<ref>Zie artikel op de Engelstalige Wikipedia: [[:en:Saul Lowenstam|Saul Lowenstam]]</ref> de stichting ''Sa'adat Bachoeriem'' opgericht, die met behulp van schenkingen ook aandacht schonk aan de levensbehoeften van de leerlingen. Vanaf 1781 werden ook zoons van mensen die ten minste een jaar lid waren van deze stichting toegelaten als leerling. De school kreeg een officiële status in 1810, waardoor de leerlingen konden worden vrijgesteld van militaire dienst.
 
=== Nederlandsch Israëlietisch Seminarium ===
Bij [[Koninklijk Besluit]] van 26 februari 1814 werd het ''Nederlandsch Israëlietisch Seminarium'' (NIS) opgericht. Het NIS was gevestigd aan de [[Rapenburgerstraat]] in de Amsterdamse [[Jodenbuurt (Amsterdam)|Jodenbuurt]], naast het [[Nederlands Israëlitisch Meisjesweeshuis]].
 
In de tweede helft van de [[19e eeuw]] werd [[Joseph Hirsch Dünner]] als rector aan het NIS verbonden. Hij reorganiseerde de school en moderniseerde het onderwijs in de rabbijnse literatuur. Er werd aan het seminarium een [[gymnasium]] verbonden, waardoor leerlingen konden doorstromen naar de [[universiteit]].<ref>[http://www.jhm.nl/cultuur-en-geschiedenis/amsterdam/nederlands-israelietisch-seminarium Joods Historisch Museum: Nederlands Israelietisch Seminarium]</ref> Leerlingen van Dünner waren onder anderen [[Abraham Samson Onderwijzer]] en [[Tobias Tal]], beiden later [[opperrabbijn]].
 
=== Na de oorlog ===
Tijdens de [[Tweede Wereldoorlog]] kwamwerd het grootste deel van de docenten en leerlingen om het leven gebracht. Rabbijn Schuster was vanaf 1948 rector a.i. na de oorlog. Het voormalig schoolgebouw kreeg een nieuwe bestemming en het onderwijs werd elders ondergebracht.
 
In 1982 werd een pand aan de Gerrit van der Veenstraat gehuurd en vanaf 2009 is het Seminarium gevestigd aan de Nieuw Herlaer, in het gebouw van basisschool Rosj Pina.
 
In 2011 kwam de opleiding in opspraak na een artikel van [[HP/De Tijd]],<ref>"[http://www.hpdetijd.nl/2011-04-06/niet-kosjer-de-rabbi-de-declaraties-en-de-spookstudenten Niet kosjer: de rabbi, de declaraties en de 'spookstudenten']", 6 april 2011</ref> waarin onder andere werd vermeld dat de instelling onjuist zou omgaan met [[Subsidie|overheidssubsidie]].<ref>[http://www.nujij.nl/algemeen/rabbijnenopleiding-in-opspraak.11881265.lynkx#axzz1lJWCWpcA Rabbijnenopleiding in opspraak]</ref> Het NIS bracht een persbericht uit waarin de (deels anonieme) aantijgingen in het artikel werden weersproken. De [[Raad voor de Journalistiek (Nederland)|Raad voor de Journalistiek]] oordeelde later dat de schrijvers "grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over het Nederlands Israëlitisch Seminarium (...) te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan."<ref>[http://www.rvdj.nl/2011/55 Uitspraak Raad voor de Journalistiek, 2011]</ref>
 
== Doelstellingen ==
20.382

bewerkingen