Jacques-François Rosart: verschil tussen versies

21 bytes toegevoegd ,  2 maanden geleden
linkfix
(linkfix)
 
Rosart bedacht een inventief systeem voor het zetten van muziek en presenteerde het in 1750 aan Enschedé, met een begeleidend lettertype ''Financière''. Enschedé liet het perfectioneren door Fleischmann, wat later aanleiding zou geven tot een internationale polemiek over het auteurschap. Rosart associeerde zich in 1755 met dominee Cornelis Nozeman en verhuisde de gieterij naar diens achterhuis, maar het werd geen succes. De onderneming en haar matrijzen werden in 1759 openbaar verkocht, de stempels nam Rosart mee.
 
Hij trok naar Brussel, waar sinds veertig jaar niets van belang was gedrukt en het Oostenrijkse bewind tothad de constatatie was gekomengeconstateerd dat het zo niet verder kon. Er kwamen nieuwe stimulansen, onder meer door oprichting van een ''Imprimerie Royale''. Landvoogd [[Karel van Lotharingen (1712-1780)|Karel van Lorreinen]] verstrekte Rosart een toelage en zijn zaak kwam tot grote bloei. Hij bediende de lokale markt en exporteerde ook naar Frankrijk, Duitsland en Nederland. Zijn stijl verruilde Nederlandse voor Franse invloeden.
 
== Na zijn dood ==
Rosart stierf in 1777. Zijn inboedel werd geveild en opgekocht door weduwe Decellier (1779).
 
Hij had een zoon [[Mathias Rosart|Mathias]] (1743-1815), die ook letterontwerper was geworden. Hij had zich enige tijd naar Amsterdam verwijderd (1768–’74) en werkte vanaf 1772 voor de Brusselse concurrent [[Jean-Louis de Boubers de Corbeville|J.L. de Boubers]]. De firma's Rosart en Boubers lijken te zijn samengegaan, want Mathias publiceerde de lettertypes van zijn vader met die van zichzelf (1789).
 
33.417

bewerkingen