Plaatwellerij: verschil tussen versies

322 bytes toegevoegd ,  2 maanden geleden
 
== Groei ==
Het bedrijf groeide, dankzij het wegvallen van de Duitse concurrentie en ondanks de afwezigheid van mededirecteur Gonnermann (in Duitse legerdienst), tijdens de Eerste Wereldoorlog verder,. Gonnermann keert in 1918 terug en treedt op verzoek nog maar als adviseur op. In 1919 werd het maatschappelijk kapitaal uitgebreid. De jaren twintig zijn wisselvallig, met een personeelsinkrimping in 1921 en een personeelsbestand van 47 in 1924. In 1922 werd het bedrijf verplaatst wegens verruiming van het Noordzeekanaal. Net voor het uitbreken van de crisis, in 1930, telde de Plaatwellerij een 100 man personeel. De crisis trof het bedrijf minder dan collega-bedrijven. Bij het 25jarig bestaan, in 1938, telde het 150 werklieden en 30 beambten. Het productieprogramma was nog grotendeels hetzelfde: pijpen, ketels, zinkers en apparatuur voor vooral de Nederlandse markt met als afnemers onder meer [[Billiton Maatschappij|Billiton]], de [[Staatsmijnen in Limburg|Staatsmijnen]], de [[Bataafsche Import Maatschappij|Bataafsche]] en de [[HVA International|HVA]]. Een specialiteit, waarvoor een aparte afdeling bestond, was de binnenbekleding van buizen en plaatwerk met een samenstelling van [[asfalt]] en cocosweefsel. In dat jaar kwam ook een grote bedrijfshal gereed: 18 x 50 m, 14 m hoog. Men beschikte over een eigen zuurstofbereiding en walsinstallatie.
 
== Fusie ==
937

bewerkingen