Jan Pieterszoon Sweelinck: verschil tussen versies

53 bytes toegevoegd ,  1 maand geleden
→‎Levensloop: dit artikel gaat over Jan Pieterszoon Sweelinck; voor het overzicht meer vanuit zijn positie benaderd
k (Versie 58286506 van Inventio (overleg) ongedaan gemaakt.)
Label: Ongedaan maken
(→‎Levensloop: dit artikel gaat over Jan Pieterszoon Sweelinck; voor het overzicht meer vanuit zijn positie benaderd)
 
 
== Levensloop ==
==== JeugdFamilie ====
Jan Pieterszoon Sweelinck was de oudste van vier kinderen van Peter (Pieter) Swibberts en Else (Elsgen) Sweelinck, dochter van de Deventer stadschirurgijn Mr. Johan (Jan) Hendrickszoon Sweelinck en Marie (Merrie) Snoick. De kinderen - naast Jan Pieterszoon waren dit de latere schilder Gerrit Pieterszoon en de dochters Marie en Tryntgen - hanteerden de naamachternaam van hun moeder als achternaam. Dit was niet alleen vanwege de vooraanstaande positie van haar familie in [[Hanzestad]] Deventer, maar nog meer vanwege het bastaardschap van Sweelincks vader, die zoon was van de rooms-katholieke priester Swibbert van Keyserswerth en zijn concubine Wibbe Moring. Geestelijken die hun celibaatsgelofte verbraken waren ook in de 16de eeuw een veelvoorkomend verschijnsel, waartegen zich felle protesten keerden. De maatschappelijke positie van kinderen van priesters was in die tijd, met name in stedelijke centra, laag.
[[Bestand:Denhaag monument sweelinck.jpg|thumb|left|260px|Den Haag, Sweelinckplein. Monument J.P. Sweelinck van [[Dirk Bus]].]]
 
Sweelincks grootvader Swibbert van Keizersweerd was afkomstig uit het toentertijd Nederlandssprekende Rijnland in westelijk Duitsland. Hij was muzikaal begaafd en werd organist van de abdij van Keyserwerth (thans [[Düsseldorf-Kaiserswerth|Kaiserswerth]], sinds 1929 onderdeel van de gemeente Düsseldorf). Hij werd er tot priester gewijd. Op enig moment verhuisde hij naar Deventer, waar hij organist en, als kanunnik, vicaris werd van het Sint Paulusaltaar in de plaatselijke bisschopskerk, de Sint Lebuïnuskathedraal, tegenwoordig de [[Grote of Lebuïnuskerk]]. Het is in deze tijd dat hij een 'onwettig' gezin stichtte met uiteindelijk zeven kinderen. Hieronder zijn zoon Pieter, Sweelincks vader, die zijn opvolger zou worden als organist van de Sint Lebuïnuskerk, en zijn zoon Gerrit, die evenals hij vicaris werd in de Deventer bisschopskerk, leider van het kathedrale koor aldaar en voor of in 1574 als organist geregistreerd staat. In Jan Pieterszoon Sweelincks directe voorgeslacht komen dus drie organisten voor: zijn vader, oom en grootvader.
 
==== LeerjarenJeugd ====
In 1562 werd Jan Pieterszoon als eerste zoon in het gezin geboren. In 1564 verhuisde Peter Swibbertshij met zijn vrouwvader en eerste kind Janmoeder naar [[Amsterdam]], waar hijzijn vader organist werd van de [[Oude Kerk (Amsterdam)|Oude of Sint Nicolaaskerk]], de belangrijkste stadskerk van Amsterdam. Van Sweelincks vader, oom en grootvader zijn geen composities overgeleverd. Over de jeugd van Sweelinck valt slechts weinig met absolute zekerheid te zeggen.
Over de jeugd van Jan Pieterszoon Sweelinck valt slechts weinig met absolute zekerheid te zeggen.
 
==== Leerjaren ====
Sweelinck leerde het [[klavier (toetsen)|klavierspel]] op [[orgel]] en [[klavecimbel]] vermoedelijk van zijn vader Pieter, die tot aan zijn dood in 1573 organist was van de Oude Kerk. Pieter Swibbertszoon werd opgevolgd door [[Cornelis Boscoop|Cornelis Boskoop]]. Aangenomen wordt dat Boskoop, in aansluiting op de dood van Pieter Swibbertszoon, de muzikale vorming van Jan Pieterszoon heeft voortgezet. In ieder geval is gedocumenteerd dat Sweelinck vanaf 1580 'voor vast' aan de Oude Kerk is verbonden (documenten uit de tijd daarvoor zijn verloren gegaan). Uit een latere uitlating van zijn vriend Cornelis Plemp valt echter op te maken dat Sweelinck al in 1577, op 15-jarige leeftijd, als vaste organist aan de Oude Kerk werkzaam was.
 
11.867

bewerkingen