Billiton Maatschappij: verschil tussen versies

15 bytes verwijderd ,  1 maand geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
| website = [http://www.bhpbilliton.com/bb/aboutUs.jsp Officiële website]
}}
De '''Billiton Maatschappij''' was een [[mijnbouw]]maatschappij die in de 19de en 20ste eeuw een belangrijke rol speelde in de [[tin (element)|tin]]- en [[erts (mineraal)|ertswinning]] in [[Nederlands-Indië]] en later [[Indonesië]]. Deze industrie was in die periode een van de belangrijkste exportindustrieën vanin het landgebied. Tot aan zijn vertrek uit Indonesië in 1958 werkte het bedrijf nauw samen met de nationale regering. Eerst was dit het Gouvernement van Nederlands-Indië, en na de onafhankelijkheidsoorlog van 1945 werd dit de regering van de staat Indonesië. Van 1972 tot 2001 stond het bedrijf bekend als '''Billiton International Metals BV''', waarna het hernoemd werd naar [[BHP Billiton]]. De Billiton Maatschappij was tot 1972 onafhankelijk. In 1972 werd het onderdeel van [[Royal Dutch Shell]], en in 1994 werd de maatschappij van Shell overgenomen door het mijnbouwbedrijf [[Gencor]].
 
== Geschiedenis ==
In 1873 besloot het Gouvernement dat mijnconcessies met een looptijd tot 75 jaar konden worden uitgegeven. Hierdoor kon de concessie van de Maatschappij met nog eens 35 jaar verlengd worden, wat op 7 januari 1882 gebeurde. Dit leidde tot woedende reacties in de Tweede Kamer. De woordvoerder van dit protest was [[Anti-Revolutionaire Partij|anti-revolutionair]] Kamerlid [[Levinus Wilhelmus Christiaan Keuchenius]]. De oppositie zag in de goedkeuring van de concessieverlenging door [[Willem III der Nederlanden|koning Willem III]] een botsing van belangen, aangezien Willem III en [[Sophie der Nederlanden|prinses Sophie]] de aandelen hadden geërfd van de overleden medeoprichter, prins Hendrik.
 
Een onafhankelijke commissie bracht op 7 december 1882 een rapport uit over de "''Billiton-quaestie''". Dit rapport keurde het beleid dat gevoerd werd door het Indische Bestuur en bekrachtigd door de Minister van Koloniën [[Willem Maurits de Brauw (1838-1898)|Willem de Brauw]] en koning Willem III af. De Nederlandse regering dwong Willem III om zijn aandelen te verkopen, maar prinses Sophie mocht de hare behouden. Het schandaal leidde tot het aftreden van De Brauw en gouverneur-generaal [[Frederik s'Jacob|Frederik s’Jacob]] in 1884. De Tweede Kamer aanvaardde het nieuwe contract op 20 mei 1892.
 
=== De Billiton Maatschappij in Nederlands-Indië (1852-1942) ===
[[File:COLLECTIE TROPENMUSEUM Werknemers van de Billiton Maatschappij in de centrale werkplaats op Lipat Kadjang TMnr 10007291.jpg|thumb|rechts|260px|Werknemers van de Billiton Maatschappij in de centrale werkplaats op [[Lipat Kadjang]].]]
Vóór de dekolonisatie van Nederlands-Indië vormde tinwinning op de eilanden Belitung en ''Singkep'' het hart van de activiteiten van de Billiton Maatschappij. De firma werd in 1860 omgezet naar een [[naamloze vennootschap]] met de naam ''"Billiton Maatschappij''" (BM). Aandeelhouders van deze nieuwe firma waren veelal familie van de oprichters en vertegenwoordigers van de Nederlandse adel.
 
====De relaties met de plaatselijke bevolking====
Oorspronkelijk woonde de bevolking van Belitung verspreid over het hele eiland in op palen gebouwde hutten. Toen de Billiton Maatschappij constateerde dat veel mensen overleden aan ziektes, bracht zij de bevolking in de tweede helft van de 19de eeuw samen in [[kampong (nederzettingstype)|kampongs]] of zogeheten ''"keleka''" (gemeenschappen). Deze kampongs werden gevormd onder het mom van hygiëne, maar eigenlijk speelden vooral economische en politieke motieven een rol. Het Gouvernement wilde bijvoorbeeld het heffen van belasting vergemakkelijken of het gebied makkelijker bestuurbaar maken. Vergelijkbare projecten werden opgezet in [[Nieuw-Guinea]] en Celebes. Sommige kampongs kregen toegang tot scholen, maar deze waren meestal alleen bedoeld voor de kinderen van het personeel van de Billiton Maatschappij.
 
Rond 1920 dreigde uitputting van de alluviale ertstreserven op Belitung. Dit was voor de Maatschappij aanleiding om het eiland efficiënter administratief in te delen. Vanaf 1920 kregen plaatselijke gemeenten meer zeggenschap toegekend en kregen ze een eigen kas. Zij waren vanaf dat moment verantwoordelijk voor een duurzamer gebruik van het bos en het onderhoud van wegen. De gemeenten werden bestuurd door een demang, die bijgestaan werd door twee assistent-demangs. Het Europese bestuur wilde hiermee vooral een Europees bestuursmodel opleggen.
 
====De oprichting van de Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton====
De exploitatie van de tinaders op Belitung werd na een korte dreiging van [[nationalisering]] in 1924 ondergebracht in de '''Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij “Billiton”'''(GMB). De Billiton Maatschappij voerde de directie over de GMB, een ''joint venture'' tussen het Gouvernement en de Billiton Maatschappij. Het Gouvernement had 62,5 procent van het bedrijf in handen. De werkzaamheden buiten Nederlands-Indië bracht de GMB onder in Mijnbouwmaatschappij ''Stannum'' (1920). Toen in de jaren 1920 uitputting van de ertsreserven op het eiland Belitung dreigde, nam de Maatschappij in 1933 de ''[[Sinkep Tin Exploitatie Maatschappij'']] over. Hierdoor werd de tinproductie van het eiland Singkep ook onderdeel van de werkzaamheden van de Maatschappij. De Billiton Maatschappij breidde haar werkzaamheden ook uit naar [[bauxiet]], in 1934 richtte zij de '''[[Nederlandsch-Indische Bauxiet Maatschappij''']].
 
===De Billiton Maatschappij in onafhankelijk Indonesië (1945-1958)===
Toen Indonesië na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 alle rechten en plichten overnam van het Nederlands-Indische Gouvernement, werd het onafhankelijke Indonesië meerderheidsaandeelhouder van de GMB. De Billiton Maatschappij bleef desondanks de machtigste speler in de tinindustrie van Indonesië. Indonesië was hier niet tevreden over, en probeerde zijn positie als voornaamste aandeelhouder duidelijker te laten blijken. Na onenigheid over de verlenging van de bestaande overeenkomst, ondertekenden de Maatschappij en de Indonesische regering een nieuwe overeenkomst met een duur van vijf jaar. Het ondertekenen van deze overeenkomst betekende echter geen einde aan de onrust rondom de GMB. De Indonesische regering verving in december van datzelfde jaar alle Nederlandse leden van de Beheersraad door Indonesische en eiste meer zeggenschap over het bestuur van de GMB. Dit verslechterde de verhouding tussen de Billiton Maatschappij en de Indonesische regering. De eisen van de regering aannemen zou de positie van de Maatschappij erg verzwakken.
 
De GMB werd op 16 december 1957, na tien dagen bezet te zijn geweest door een Indonesische vakbond, onder formeel militair toezicht gezet. Een paar maanden later, op 24 februari 1958, hief de Indonesische regering de GMB op. De Indonesische staat zou de tinwinning voortzetten via het Bureau voor de Staatsmijnbouwondernemingen (''Biro Urusan Perusahaan Tambang Negara''). Het aanbod van Indonesië om de 165 Nederlandse werknemers van de GMB in dienst te laten treden van het staatsbedrijf werd door slechts twee mensen aangenomen. In 1968, tienTien jaar na haar vertrek, uitin Indonesië1968, keerde de Billiton Maatschappij weer terug naarin Indonesië. [[Soeharto|Generaal Suharto]], de toenmalig heerser, gaf het bedrijf de opdracht om onderzeese tindepots bij Singkep uit te baten.
 
==== Overname door Shell en Gencor====
Nadat de GMB opgeheven werd, oriënteerde de Billiton Maatschappij zich op andere landen en sectoren, zoals het toenmalige [[Zimbabwe|Rhodesië]] (nu: Zimbabwe) en de chemische industrie. In 1951 richtte de Maatschappij de ''Kamativi Tin Mines Ltd.'' op in Rhodesië. De ''Billiton Maatschappij Suriname'' werd in 1954 opgericht. Billiton richtte negen jaar later (1960) ook [[Tiofine]] op, een [[titaandioxide]]fabriek, en weer negen jaar later (1969) verkreeg de Billiton Maatschappij 50% van de aandelen van de ''[[Kempensche Zinkmaatschappij'']] te [[Budel]].
[[Royal Dutch Shell|Shell]] nam in 1970 de Billiton Maatschappij over. Toen dit bedrijf twee jaar later herstructureringsmaatregelen aankondigde, vreesden velen dat Shell minder belang zou hechten aan haar metaalsector. Deze vrees bleek ongegrond. Onder de naam ''"Billiton International Metals BV''" ontwikkelde het bedrijf meerdere internationale activiteiten: in Peru (1974), Brazilië (1976), Ierland (1977), Colombia (1978) en Australië (1980).
 
In 1961 ondernam Billiton een ''[[joint venture]]'' met ''[[Kawecki'']], een fabrikant van aluminiumlegeringen. Deze ''joint venture'' heette '''de N.V. Kawecki-Billiton Metaalindustrie''' (KBM). Twee jaar later, in 1963, opende het bedrijf een fabriek te Arnhem, en in 1977 ook te Delfzijl. Toen Kawecki in 1978 overgenomen werd door de [[Cabot (bedrijf)|Cabot Corporation]], nam Billiton KBM over. Kawecki staat sinds 1986 bekend als KB Alloys Inc.
Billiton richtte in 1982 de [[magnesiumoxide]]fabriek MAGIN/NOZO op in [[Veendam (plaats)|Veendam]] nadat eerdere pogingen een magnesium-metaal fabriek te bouwen waren mislukt vanwege gebrek aan financiering. MAGIN/NOZO werd later hernoemd tot Billiton Refractories. In 1996 is deze nog altijd actieve fabriek verkocht aan derden en onder de naam [[Nedmag]] voortgezet.
[[File:BHPB Iron Ore 4353 + 5652.JPG|thumb|rechts|260px|BHPB Iron Ore 4353 + 5652]]
In 1994 werd Billiton overgenomen door Gencor, een Zuid-Afrikaans mijnbouwbedrijf. Drie jaar later, in 1997, splitste Gencor alle activiteiten af die niet met edelmetalen te maken hadden in Billiton plc. In 2001 fuseerde Billiton plc met het Australische mijnbouwbedrijf Broken Hill Propietary (BHP) tot [[BHP Billiton]]. Bedrijfsonderdelen die niet meegingen in de overname door Gencor kregen de naam ''[[Logam'']], aangezien de naam ''"Billiton''" was meeverkocht.
 
==Personeel==