Beeldende vorming: verschil tussen versies

240 bytes verwijderd ,  1 maand geleden
k
→‎top: Samenvoegen referenties met Wikipedia:Wikiproject/Check Wikipedia met AWB
(Enkele interessante ontwikkeling binnen Beeldende Vorming en kunsteducatie toegevoegd)
k (→‎top: Samenvoegen referenties met Wikipedia:Wikiproject/Check Wikipedia met AWB)
Beeldende vorming vervangt heel zwart-wit gezien het '[[knutselen]]', een vak dat vroeger werd gegeven, voornamelijk op de basisschool. Tegenwoordig heeft men op veel basisscholen ook over beeldende vorming, terwijl op andere basisscholen een andere term gangbaar is.
 
Het vak houdt verscheidene beeldende kunsten in: [[Tekenkunst|tekenen]] en [[Schilderij|schilderen]] (op de academies aangeduid als 2D), [[handvaardigheid]] (onder andere beeldhouwen, boetseren, metaalbewerking, ook wel 3D), [[textiel]]e werkvormen (2D of 3D, uitgaande van de traditionele handwerk- en naaldtechnieken) en audiovisuele vormgeving (waaronder [[stop-motion]], [[Animatie (media)|animatie]] en [[video]], ook wel 4D). Het vak is geen verplicht vak in het voortgezet onderwijs; dit zorgt ervoor dat elke school het anders invult. Afhankelijk van deze invulling kan in de bovenbouw een van deze vakken als [[examenvak]] gekozen worden.
 
Naast een praktijkgericht deel waarin leerlingen gedoceerd worden over verschillende technieken in bijvoorbeeld de teken- en schilderkunst voor het vak tekenen en houtbewerken of boetseren voor het vak handvaardigheid, richten veel scholen in het voortgezet onderwijs beeldende vorming ook in met een theoretisch deel, wat vaak kunsthistorisch van karakter is. Dit maakt dat het zien van beeldende vorming als enkel een praktijkvak te kort door de bocht is: op sommige scholen neemt het theoretische deel van beeldende vorming het vak zelfs voor de helft in beslag.
 
Dit theoretische/kunsthistorische deel wordt vaak (grotendeels) zelf door de docent en het schoolbestuur ingedeeld, maar het is zeker niet zo dat het onderwijs enkel door de docent gegeven wordt: steeds vaker nemen (nationale) kunstinstellingen een rol in als het gaat om (middelbaar) onderwijs waarbij musea en andere kunstinstellingen als het ware in de klas geïntroduceerd worden. Dit kan zo ver gaan als volledige (online) lesprogramma’s waarbij een kunstinstelling nagenoeg volledig het roer overneemt, maar kan ook zo subtiel zijn als het gebruiken van (kunst)objecten en de hierover bestaande kennis van een kunstinstelling. Het Rijksmuseum in het bijzonder heeft hier, als Nederlands grootste kunstinstelling, een leidende rol in.
 
Wanneer we op de website van het Rijksmuseum kijken naar hun aanbod in onderwijs, zien we dat dit is onderverdeeld in verschillende doelgroepen. Deze doelgroepen zijn: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, MBO, speciaal onderwijs en NT2. De eerste twee doelgroepen spreken voor zich, met primair onderwijs richt het Rijksmuseum zich op basisschoolkinderen en met het voortgezet onderwijs richt het Rijksmuseum zich op middelbare scholieren.<ref name="rijksmuseum.nl">{{Citeer web|url=https://www.rijksmuseum.nl/nl/zien-en-doen|titel=Zien en doen - Rijksmuseum|bezochtdatum=2021-03-03|werk=Rijksmuseum.nl|taal=nl}}</ref>
 
Naast deze modules voor primair en voortgezet onderwijs, biedt het Rijksmuseum ook onderwijspakketten aan voor het MBO, het middelbaar beroepsonderwijs. Zoals het Rijksmuseum het zelf op hun website formuleert: ‘Ons educatieve aanbod voor mbo-studenten sluit aan op alle vakopleidingen, leerjaren en niveaus. Van meubelmaker, beveiliger tot verpleegkundige: er valt altijd een link te maken tussen de collectie van het Rijkmuseum en de studierichting van de studenten. Tijdens de rondleidingen en workshops maar net zo goed tijdens de lessen op het mbo.’<ref>{{Citeer web|urlname=https://www."rijksmuseum.nl"/nl/zien-en-doen|titel=Zien en doen - Rijksmuseum|bezochtdatum=2021-03-03|werk=Rijksmuseum.nl|taal=nl}}</ref>
 
Op de website van het Rijksmuseum wordt ook verder ingegaan op het aanbod voor speciaal onderwijs. De onderwijsprogramma’s voor speciaal onderwijs komen in principe overeen met de reguliere programma’s voor het primair en voortgezet onderwijs. Het verschil zit ‘m in de omstandigheden: er worden extra maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er de leerlingen zich prettig voelen. Denk hierbij aan speciaal getrainde rondleiders of kleinere groepen.
 
Tot slot is er een speciaal onderwijsprogramma genaamd NT2, voor mensen met Nederlands als tweede taal. Hier wordt tijdens de educatie over de collectie van het Rijksmuseum ook gewerkt aan de Nederlandse taalvaardigheid en is dus een speciale rol weggelegd voor taalvaardigheid.<ref>{{Citeer web|urlname=https://www."rijksmuseum.nl"/nl/zien-en-doen|titel=Zien en doen - Rijksmuseum|bezochtdatum=2021-03-03|werk=Rijksmuseum.nl|taal=nl}}</ref>
 
Een interessante ontwikkeling op het gebied van beeldende vorming op de middelbare school is het gebruik van digitale technologieën als videospellen binnen het onderwijs. Het razend populaire computerspel Minecraft in het bijzonder lijkt een plek te verwerven binnen het onderwijs. Het wordt geschikt geacht omdat het niet alleen samenwerking en onderlinge educatie ontwikkelt, maar ook een mogelijkheid biedt om historische gebouwen en monumenten op een interactieve manier te behandelen en op een virtueel podium zelf kunst te maken.<ref>{{Citeer tijdschrift|achternaam=Overby, Jones|voornaam=A, B L|taal=Engels|titel=Virtual LEGOs: Incorporating Minecraft Into the Art Education Curriculum|jaargang=2015|tijdschrift=Art Education|datum=Januari 2015}}</ref>
29.369

bewerkingen