Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
Tussen 1955 en 1968 leidden [[Geweldloosheid|geweldloze]] protesten en [[burgerlijke ongehoorzaamheid]] veelvuldig tot crisissituaties maar ook tot productieve dialogen tussen activisten en overheidsinstanties. Federale, staats- en lokale overheden, bedrijven en gemeenschappen moesten vaak onmiddellijk reageren op deze situaties, waarin de onrechtvaardigheden ten opzichte van Afro-Amerikanen werden benadrukt. Het [[Moord op Emmett Till|lynchen van Emmett Till]] en de grote reacties op en media-aandacht na het besluit van zijn moeder om een open-kist-begrafenis te hebben, mobiliseerde de Afro-Amerikaanse gemeenschap in het hele land. Vormen van protest en/of burgerlijke ongehoorzaamheid omvatten boycots zoals de succesvolle [[Montgomery-busboycot]] (1955-56) in [[Alabama]]; ''[[sit-in]]s'' zoals de invloedrijke sit-ins van Greensboro (1960) in [[North Carolina]] en succesvolle Nashville sit-ins in [[Tennessee]]; marsen, zoals de [[Birmingham campaign|Birmingham-kinderkruistocht]] uit 1963, de [[mars naar Washington]] van 1963 en de drie marsen van Selma naar Montgomery (1965) in [[Alabama]]; en een breed scala aan andere niet-gewelddadige activiteiten.
 
De gematigde activisten in de beweging werkten samen met het [[Amerikaans Congres|Congres]] om verschillende belangrijke stukken federale wetgeving te realiseren die discriminerende praktijken te blokkeren. De [[Civil Rights Act van 1964]] verbood discriminatie op grond van ras, huidskleurhuiskleur, religie, geslacht of nationale afkomst uitdrukkelijk in arbeidsvoorwaarden; eindigde ongelijke toepassing van vereisten voor kiezersregistratie; en verbood rassensegregatie op scholen, op de werkplek en in openbare accommodaties. De [[Voting Rights Act]] van 1965 herstelde en beschermde stemrechten voor minderheden door toestemming te verlenen voor federaal toezicht op registratie en verkiezingen in gebieden met een historische ondervertegenwoordiging van minderheden als kiezers. De Fair Housing Act van 1968 verbood discriminatie bij de verkoop of huur van woningen. Afro-Amerikanen hervatten een engagement in de politiek in het zuiden en in het hele land werden jonge mensen geïnspireerd om actie te ondernemen.
 
Van 1964 tot 1970 brak een golf van rellen uit in de Amerikaanse binnensteden in zwarte gemeenschappen. Hierdoor verloor de beweging steun van de blanke middenklasse, maar er kwam meer steun van particuliere charitatieve stichtingen. De opkomst van de ''[[Black Power]]''-beweging, vooral tussen 1965 en 1975, leidde tot confrontatie met het gevestigde zwarte leiderschap en discussie over de coöperatieve houding en strategie van geweldloosheid. Er rees een eis om naast de nieuwe wetten die door de geweldloze beweging werden verkregen, politieke en economische zelfredzaamheid op te bouwen in de zwarte gemeenschap.
 
Wist je dat hij verliefd was op Lois prent
 
 
Anonieme gebruiker