Maurice Schelck: verschil tussen versies

323 bytes toegevoegd ,  3 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
'''Maurice Schelck''' ([[Aalst (Oost-Vlaanderen)|Aalst]], [[1906|2 maart 1906]] - [[Gent]], [[1978|11 november 1978]]) was een [[Vlaanderen|Vlaamse]] [[kunstschilder]].̝
 
Hij studeerde aan de kunstacademies van Aalst (met zijn eerste tentoonstelling), Brussel (opleiding door Herman Richiz), Parijs en Rome. Hij schilderde rurale taferelen, dorpsfiguren, portretten en stillevens, en waagde zich ook aan geabstraheerde landschappen. In zijn grafisch werk herinnert hij aan [[Henri Permeke]] en [[Frits Van den Berghe|Frits van den Berghe]]
 
In 1928 blonk hij reeds uit in een jongerententoonstelling in de galerij Giroux in Brussel. Hij won de prestigieuze [[Godecharleprijs]] op vijentwintigjarige leeftijd. Hij werd lid van de kunstenaarskring "Oost-West" in [[Deurle]], , waartoe bijna alle kunstenaars uit de Leiestreek behoorden. In zijn boek "La peinture belge", verschenen in 1930, vestigde Paul Collin reeds de aandacht op Maurice Schelck.
 
Hij onderbrak zijn loopbaan in 1932 als kunstschilder toen mevr. Giroux op tachtigjarige leeftijd overleed. Hij had zijn succes in grote mate aan haar te danken. Haar overlijden deed hem in een risis belanden. Hij gaf in 1937 nog slechts een tentoonstelling in de galerij Vyncke-Van Euck in Gent.
 
Plots, na jaren zwijgen, in 1959 gaf hij een grote tentoonstelling van lyrisch-abstrakte werken in het (toenmalig) Brussels Paleis voor Schone Kunsten (nu [[BOZAR]]). Maar twee jaar later stopte hij abrupt deze abstrakte richting.
 
Hij gaf hierna tentoonstellingen in de zaal La Madeleine te Brussel en in de Galerij Vyncke-Van Eyck in Gent met figuratieve expressionsitischeexpressionistische werken, waarin hij zijn gave als kolorist en zijn ongemeen rijk palet kon aantonen. Hij gebruikte niet langer meer olieverf, maar bereidde zelf zijn kleuren uit zuivere pigmenten, die hij vermengde met kunstharsen.
 
Schelck werd een toonaangevend figuur in het kunstenaarsdorp [[Sint-Martens-Latem]] sinds [[1960]], toen hij zich er vanuit Aalst kwam vestigen in "Huize ten Wolken Jager", omdat hij er zich in dit magisch oord aan de bron van het Vlaams expressionisme wilde voelen. Sinds 1986 verbleef hij ook veel in zijn appartement in Oostende, waar hij tal van vrienden maakte en ook een expositie gaf in het toenmalig museum.
Schelck was bevriend met [[Leon De Smet]], [[Hubert Malfait]], [[Jules De Sutter]], [[Evarist De Buck]], [[Fons Roggeman]], [[Luc-Peter Crombé]] , [[Joe van Rossem]], [[Vic Dooms]], [[Eduard De Clercq]], [[Lea Vanderstraeten]].
 
Schelck wordt, samen met [[Hubert Malfait]] en [[Vic Dooms]], beschouwd als een van de laatste volgelingen van de [[Latemse School]]. Met kunstcriticus [[Jan Dhaese]] en historicus [[Hugo Van den Abeele]] stichtte Schelck "[[De Schilders van de Ronde Tafel]]", een groep kunstenaars van divers pluimage (schilders, beeldhouwers, filosofen, dichters, auteurs) die elke zondagmorgen samenkwamen in het plaatselijke dorpscafé 'Sint-Martinus' en waaruit de basis gelegd werd van de huidige "Latemse Kunstkring".
Met kunstcriticus [[Jan Dhaese]] en historicus [[Hugo Van den Abeele]] stichtte Schelck "[[De Schilders van de Ronde Tafel]]", een groep kunstenaars van divers pluimage (schilders, beeldhouwers, filosofen, dichters, auteurs) die elke zondagmorgen samenkwamen in het plaatselijke dorpscafé 'Sint-Martinus' en waaruit de basis gelegd werd van de huidige "Latemse Kunstkring".
 
Schelck ligt begraven op het Artiestenkerkhof te Sint-Martens-Latem.