Oude Minderbroedersklooster (Maastricht): verschil tussen versies

Geen trema
k (beter als interne link, replaced: [https://commons.wikimedia.org/wiki/File:20171017_Schatkamer_RHCL_Maastricht,_beschilderd_luik_kazerne_St_Pieterstraat.jpg 20171017 Schatkamer RHCL Maastricht, beschilderd luik kazerne St Pie met AWB)
(Geen trema)
== Beschrijving ==
=== Kloosterkerk, exterieur ===
De Oude Minderbroederskerk heeft het typische uiterlijk van een middeleeuwse franciscanerkerk: ruim en sober, een 'preekschuur' zonder toren.<ref>Dingemans (1983), p. 5.</ref> De kerk lijkt sterk op de [[Dominicanenkerk (Maastricht)|Dominicanenkerk]] in Maastricht, eveneens een kloosterkerk van een [[Bedelorden|bedelorde]]. De kerk is opgetrokken uit [[Limburgse mergel]] op een [[Plint (architectuur)|plint]] van [[kolenzandsteen]]. Het kerkgebouw is [[Oriëntering (architectuur)|geörienteerdgeoriënteerd]] met een afwijking van 8° in zuidelijke richting. Het bestaat uit een [[Beuk (architectuur)|driebeukig]] [[Schip (bouwkunst)|schip]] van zes [[travee]]ën en een [[Priesterkoor|koor]] van vier traveeën met een vijfkantige [[koorsluiting]]. In het verlengde van de noordbeuk ligt de voormalige [[sacristie]]; in het verlengde van de zuidbeuk ligt een [[Kapel (kerkdeel)|kapel]], die voorheen was gewijd aan [[Sterre der Zee (Maastricht)|Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee]]. Door de aanbouwsels lijken de zijbeuken van buitenaf een lengte van acht traveeën te hebben; in werkelijkheid zijn dat er zes.<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1926/1974), pp. 191-192.</ref> Voor de globale afmetingen, zie de hieronder genoemde binnenmaten.
 
De voormalige hoofdingang bevindt zich in de westgevel aan de Sint Pieterstraat. De gevel wordt gedomineerd door een groot [[spitsboogvenster]]. Daarboven bevindt zich een grotendeels [[Blind (bouwkunde)|blinde]] spitsboognis. De noord- en zuidgevels zijn moeilijk te overzien vanwege respectievelijk de smalle straat Achter de Minderbroeders en de aanbouwsels aan de zuidzijde. Opvallend zijn de [[Steunbeer|steunberen]] en [[Luchtboog|luchtbogen]], die het gewelf ondersteunen. De steunberen hebben [[pinakel]]s, die eenvoudig van vorm zijn. De luchtbogen zijn gedekt met [[ezelsrug]]gen. Tussen de luchtbogen bevindt zich telkens een spitsboogvenster in de zijbeuk en daarboven een venster in de [[lichtbeuk]]. De vensters hebben vrij eenvoudig [[maaswerk]], dat in de negentiende eeuw vernieuwd is. Het koor bezit rondom negen hoge vensters en – vanwege de ertegenaan gebouwde sacristie en kapel – vier lagere vensters.<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1926/1974), pp. 192-195.</ref>
=== Kloosterkerk, interieur (architectuur) ===
[[Bestand:Maastricht, Oude Minderbroederskerk, studiezaal RHCL (cropped).jpg|thumb|Zicht op het schip en detail van een pijler. Duidelijk zichtbaar zijn de kapsporen.]]
De kerk is, binnenwerks gemeten en inclusief het koor, 55 m lang en 21 m breed; het koor is 22,9 m lang en 8,6 m breed. De zuidbeuk is bijna 2 m breder dan de noordbeuk. Op het hoogste punt is de kerk 27 m hoog, zowel in het schip als in het koor. De koorvloer lag ongeveer 15&nbsp;cm hoger dan de rest van de kerk, maar is bij de laatste restauratie gelijk getrokken. Het gewelf wordt ondersteund door tien gemetselde [[Pijler (bouwkunde)|pijlers]] van blokken [[Naamse steen]]. De pijlers hebben een enigszins ovale plattegrond, omgeven door vier [[colonnet]]ten, met een maximale doorsnede van 85&nbsp;cm. Ze worden bekroond door samengestelde [[Maaskapiteel|Maaskapitelen]] met decoraties van [[Acanthus (bouwkunde)|acanthusbladeren]].<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1926/1974), pp. 191, 196.</ref>
 
Het middenschip is met [[Kruisribgewelf|kruisribgewelven]] overdekt. De [[Gewelfrib|ribben]] daarvan komen samen in gebeeldhouwde [[Sluitsteen|sluitstenen]] met voorstellingen van de [[evangelist]]ensymbolen (adelaar, gevleugelde leeuw en engel met spreukband), een 'druiper' (afhangende sluitsteen), een [[Rozet (ornament)|rozet]] en [[engel (hoofdbetekenis)|engelen]]. Hier en daar zijn nog restanten van gewelfschilderingen te zien in de vorm van zachtgroene plantenslingers. In de noordbeuk resteert nog slechts een gebeeldhouwde sluitsteen, met een voorstelling van het [[Agnus Dei|Lam Gods]].<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1926/1974), pp. 196-198.</ref>
 
Het koor werd, gezien de datering van de balken in de kap, gebouwd omstreeks 1300-1310.<ref name="UE177">Ubachs/Evers (2005), pp. 177-178: 'franciscanen, eerste kerk'.</ref> De ruimte wordt gedomineerd door de talrijke hoog opgaande vensters en de deels beschilderde kruisribgewelven. De Oude Minderbroederskerk is de enige kerk in Maastricht waarin althans een deel van het oorspronkelijke middeleeuwse [[doksaal]] bewaard bleef.{{Refn|group=noot|Het heeft overigens maar een haartje gescheeld. Cuypers wilde het doksaal in 1881 laten afbreken. Victor de Stuers heeft dit als hoofdverantwoordelijke voor de instandhouding en het herstel van monumenten in Nederland kunnen verhinderen.<ref>Brandsma (1996), p. 37.</ref>}} Het is een 4,54 meter hoge, van mergelblokken gemetselde muur, waarin zich in het midden een spitsboogvormige doorgang bevindt, die wordt afgesloten door een [[smeedijzer]]en hek.<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1926/1974), pp. 196-198, 200.</ref> In feite is alleen het middengedeelte met de hardstenen omlijsting van de doorgang en de muurschilderingen nog origineel.{{Refn|group=noot|Brandsma maakt aannemelijk dat het middeleeuwse doksaal veel omvangrijker moet zijn geweest dan de schamele muur die is overgebleven.<ref>Brandsma, passim.</ref>}} De muren ter weerszijden, die op de tekening van Jan Brabant een (dichtgemetselde) tweede en derde doorgang toonden, zijn tijdens de negentiende-eeuwse restauratie zonder die poorten in 1882 opnieuw opgetrokken.<ref>Brandsma (1996), p. 41.</ref>
 
De nieuw uitgegraven crypte is bereikbaar via twee trappen, waarvan er een is uitgerust met een plateaulift voor rolstoelen. Vanuit de crypte heeft men door het zwart glazen plafond een prachtig uitzicht op het gotisch gewelf van het koor.
De acht schilderijen met stillevens van bloemen en [[Putto|putti]] dateren uit de late achttiende eeuw. Ze hingen al sinds circa 1884 in het Rijksarchief, maar bleken afkomstig uit de lichtbeuk van de in 1839 afgebroken [[Sint-Nicolaaskerk (Maastricht)|Sint-Nicolaaskerk]] en werden geschilderd door de Maastrichtse schilders Louis en François Hermans. Eveneens door het SRAL gerestaureerd, sieren zij nu het koor en de westelijke muur van de kerk.<ref>Evers (1996), pp. 95-112.</ref>
 
Een hardstenen [[epitaaf]] herinnert aan de Antwerpse medicus en enigszins omstreden taalgeleerde [[Johannes Goropius Becanus|Becanus]] (1518-1573), die te Maastricht overleed terwijl hij de zieke [[Juan de la Cerda]], [[Duque de Medinaceli|vierde hertog van Medinaceli]], behandelde. Deze was door [[Filips II van Spanje]] benoemd tot [[Lijst van landvoogden van de Nederlanden|landvoogd der Nederlanden]], maar functioneerde door tegenwerking van de [[Fernando Álvarez de Toledo|hertog van Alva]] nooit als zodanig.<ref>Ubachs/Evers (2005), p. 54: 'Becanus'.</ref> Het renaissance-sculptuur meet 200 × 136&nbsp;cm en heeft de vorm van een [[Console (bouwkunde)|console]].<ref>Frederickx/Van Hall, pp. 60-61.</ref> Het toont een wapenschild met een klauwende leeuw, drie maskers en een opschrift.{{Refn|group=noot|Het Latijnse opschrift op het centrale paneel luidt: [[Deo optimo et maximo|D O M]] / IOANNI GOROPIO BECANO / DIVINAR[um] ATQ[ue] HVMANR[um] RERVM / BONARVMQVE ARTIVM PERITISS[imo] / KATARINA DE CORDIS VXOR ET / FILIOLÆ DVÆ CONIVGI AC PARENTI / DVLCISS[imo] CVM LACRYMIS POS[uerunt] / PROCVRANTIB[us] LÆVINO TORRENTIO / ET CASPARE SVRCHIO QVIBVS ILLE / RES SVAS MORIENS COMMENDAVIT. Vrij vertaald: Gewijd aan de beste en grootste God / [[Johannes Goropius Becanus]] / in goddelijke en menselijke zaken / alsmede de schone kunsten bedreven / van zijn geliefde vrouw Katharina en / van zijn twee kinderen een echtgenoot en ouder / zoetheid met tranen hebbend / vervaardigd in opdracht van [[Laevinus Torrentius]] / en Casper van Surck / aan wie hij stervende zijn belangen toevertrouwde. Op de zijpanelen staat: VIXIT ANN[os] LIII (hij leefde 53 jaar) en OB[iit] IIII KAL[endas] IVL[ias] A[nno] MDLXXII (hij stierf op 4 juli 1572). Het foutieve sterfjaar kan volgens Frederickx & Van Hal het gevolg zijn geweest van een inschattingsfout van de beeldhouwer, waardoor er te weinig plaats was voor het laatste cijfer I.<ref>Frederickx/Van Hall (2015), pp. 61-62, met name noot 21.</ref>}}
 
In het koor van de kerk zijn dertien oude [[grafzerk]]en (en fragmenten) opgesteld, die zich echter niet meer in situ bevinden.{{Refn|group=noot|In 1869 meldde een commissie van de [[Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen|Koninklijke Akademie van Wetenschappen]] dat zich in de kerk zeven hele en vier gebroken grafzerken bevonden. Geadviseerd werd deze over te brengen naar de [[Kruisgang van de Sint-Servaasbasiliek|kruisgang van de Sint-Servaaskerk]], vanwege het behoud en de toegankelijkheid. Het advies werd opgevolgd, maar luttele jaren later, bij de kerkrestauratie in 1881, schijnt men de zerken, waarvan inmiddels stukken waren afgebroken, weer te hebben teruggebracht. Een zeer grote en zware zerk in de zuidelijke zijbeuk (de "Weezengang") werd niet verplaatst, maar het opschrift, dat in 1869 nog genoteerd kon worden, bleek in 1930 al onleesbaar. De zerk behoorde aan de dertiende-eeuwse schepen Godefridus Dives. Een andere grote zerk (315 × 140 cm) in dezelfde Weezengang toonde in 1869 een vrouwenfiguur en een deels leesbaar opschrift, maar deze zerk was in 1930 geheel uitgelopen. Bij de restauratie werd omstreeks 1881 in de pandhof de dertiende-eeuwse zerk van Thilman van Wilre ontdekt.<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1930), pp. 97-99.</ref>}} Ongeveer de helft daarvan is middeleeuws, onder andere die van:
* Godefridus Dives (†1266), 383 × 170&nbsp;cm, [[schepen]] van Maastricht;<ref name="UE177"/>
* Thilman van Wilre ([[Heerlijkheid Wijlre|Wijlre]] of [[Wolder]]?, †1282); 290 × 157&nbsp;cm; afgebeeld in wapenrusting onder een gotisch baldakijn met wapenschild; opschrift slechts ten dele leesbaar;<ref>Van Nispen tot Sevenaer (1930), pp. 99-101.</ref>
 
<gallery widths="150" heights="150">
Bestand:OudeMinderbroedersklooster04.jpg|Deels herbouwde kloostervleugel
Bestand:Maastricht2015, Sint Pietersstraat, RHCL2.jpg|Moderne vleugel achter Faliezustersklooster
Bestand:Maastricht2015, Sint Pietersstraat, RHCL3.jpg|Moderne vleugel naast Commandantswoning
Bestand:20150603Commandantswoning 1 (cropped).JPG|Commandantswoning gezien vanuit het westen
</gallery>
 
* {{aut|Dingemans, P.A.W.}} (1983): ''De Oude Minderbroeders''. Maastrichts Silhouet # 12. Stichting Historische Reeks Maastricht, Maastricht. {{ISBN|90-70356-13-9}}
* {{aut|Emmens, K., en A. Viersen}} (1996): 'De Minderbroederskerk te Maastricht. Bouwgeschiedenis en restauratie'. In: ''Het Rijksarchief Limburg'' (zie: Spijkerman), pp. 58-75
* {{aut|Evers, Ingrid M.H.}} (1996): 'Bloemen, vruchten en putti in een kerk? De acht stillevens van het Rijksarchief'. In: ''Achter de minderbroeders'' (zie: De la Haye e.a.), pp. 95-112
* {{aut|Frederickx, E., en T. van Hal}} (2015): ''Johannes Goropius Becanus (1519-1573): Brabants arts en taalfanaat''. Verloren, Hilversum. {{ISBN|978-90-8704-426-8}} ([https://books.google.nl/books?id=nGbCBwAAQBAJ online tekst deels beschikbaar])
* {{aut|[[Anne van Grevenstein-Kruse|Grevenstein, Anne van]]}} (1996): 'Laat-middeleeuwse schilderingen'. In: ''Het Rijksarchief Limburg'' (zie: Spijkerman), pp. 48-57
21.446

bewerkingen