Geschiedenis van Brussel: verschil tussen versies

7 bytes verwijderd ,  3 maanden geleden
Geen trema
(juister)
(Geen trema)
De vroegste geschiedenis van Brussel blijft onduidelijk. De oudste bevolkingsgroepen bewoonden het randgebied van het huidige [[Brussels Hoofdstedelijk Gewest]], weg van de moerassige [[Zenne]]vallei. In het [[Zoniënwoud]] werden sporen teruggevonden uit het [[Neolithicum]]. In de [[Bronstijd]] en de [[IJzertijd]] vestigden zich landbouwers op ontboste gronden. In de Romeinse tijd verrezen er in de 1e en 2e eeuw n.Chr. villa's langs weerszijden van de Zenne. Uit deze periode of eerder stammen [[Tumuli van het Zoniënwoud|twee grafheuvels]]. In de [[Merovingische]] tijd, in de 6e en 7e eeuw, verrezen er landbouwgehuchten op heuvels nabij de Zenne.
 
Kort voor het jaar 1000 begonnen woonkernen nabij de Zenne aaneen te klonteren tot een stedelijk centrum dat een marktplaats bood aan de intensiverende landbouw uit de omgeving. Handelaars en handwerkers vestigden zich in deze ''portus'', waar ook gewassen werden verbouwd en vee geteeld. Het jonge Brussel was deel van de tweede middeleeuwse verstedelijkingsgolf in Noord-WestNoordwest-Europa. Het lag op een naar het noorden lopend riviertje en een oost-west geöriënteerdewestgeoriënteerde handelsroute tussen de oudere steden [[Brugge]] en [[Keulen (stad)|Keulen]].
 
De naam duikt voor het eerst op als ''Brosella'' in een Latijnse tekst geschreven rond 1015. In de [[Oudnederlands]]e taal van de bewoners heette de stad ''Bruocsella'', een samenstelling van ''[[broek (toponiem)|bruoc]]'' (broek, moeras) en ''[[sel (toponiem)|sele]]'' (woning, verblijf).<ref>{{aut|Ernst Förstemann}} (red.), ''Altdeutsches Namenbuch'', vol. II, Bonn, 1913, kol. 582-583</ref> In het vroege [[Middelnederlands]] evolueerde dat tot ''Brussele'' en ''Bruesele''.
In 1229 verleende hertog [[Hendrik I van Brabant]] de eerste [[Stadskeure van Brussel]]. Dit stadsrecht biedt inzicht in het functioneren van de [[Amman (functie)|amman]] en de [[schepenbank]]. Het had vooral aandacht voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van [[poorter]]s en was feitelijk een vredesregeling die de factiestrijd met en binnen het [[patriciaat]] moest temperen. Talrijke welgestelde families uit dit patriciaat zouden in de [[Spaanse Nederlanden]] en later de [[Oostenrijkse Nederlanden]] adelbrieven verwerven. Ook gemeentenaren konden grote rijkdom vergaren. Vooral de textielsector, gedomineerd door de [[Lakengilde (Brussel)|Lakengilde]], ontwikkelde zich sterk in de 13e eeuw. De schapenteelt op de vochtige gronden rond Brussel volstond lang niet meer: wol, [[aluin]] en andere grondstoffen werden ingevoerd van over de grenzen, en ook de export van laken was internationaal. De [[begijnen]], die rond 1250 het [[Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk|grootste begijnhof van België]] waren gestart, vormden een bijzonder onderdeel van deze sector.
 
In [[1236]] en [[1276]] vonden er in Brussel grote [[stadsbrand]]en plaats. Zoals elders in Vlaanderen en Brabant kende Brussel een woelige start van de 14e eeuw. De ambachten kwamen [[Brusselse Opstand (1303-1306)|in opstand]], maar moesten zich er na drie jaar strijd in 1306 bij neerleggen dat de [[Magistraat van Brussel|Stadsmagistraat]] en de Lakengilde in handen bleven van de patriciërs. Daarvoor organiseerden dezen zich in [[Geslachten van Brussel|Zeven Geslachten]].
 
In 1348 ontstond de [[Ommegang van Brussel]], ter ere van het door Beatrijs Soetkens ontvreemde beeld van [[Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk|Onze-Lieve-Vrouw op 't Stocxken]]. De [[Zwarte Dood]] eiste een hoge tol onder de 40.000 inwoners die Brussel toen telde. De Brusselse joden moesten het ontgelden en werden in 1349 geteisterd door een [[pogrom]]. Twee decennia later kreeg de overblijvende gemeenschap te maken met een onterechte [[Sacrament van Mirakel|beschuldiging van hostieontwijding]]. Terechtstellingen maakten een einde aan de joodse aanwezigheid in de stad.
[[Bestand:Egmont & hoorne.png|thumb|Standbeeld Egmont en Horne]]
 
Karel V deed op 25 oktober 1555 in de Aula Magna troonsafstand ten voordele van zijn zoon, [[Filips II van Spanje|koning Filips II]]. Deze bekwam in 1559 een hertekening van de Nederlandse [[kerkprovincie]]s door de pauselijke bul [[Super Universas]], die Brussel overbracht van het [[bisdom Kamerijk]] naar het [[aartsbisdom Mechelen]]. Datzelfde jaar verhuisde Filips naar Spanje. Het bestuur van de Nederlanden liet hij over aan zijn halfzus, landvoogdes [[Margaretha van Parma]]. De hoge landadel werd minder bij het landsbestuur betrokken en richtte in 1561 de [[Liga tegen Granvelle]] op, die er in 1564 in slaagde [[Antoine Perrenot de Granvelle|kardinaal Granvelle]] te doen verwijderen. Ondertussen wenste de lagere adel, bij wie het [[calvinisme]] populair was, minder godsdienstige vervolging. Ze sloten in 1566 het [[eedverbond der edelen]] en overhandigden [[smeekschrift der edelen|hun smeekschrift]] aan landvoogdes Margaretha. Een hoveling die hen uitmaakte [[geuzennaam|voor bedelaars]], gaf de [[Geuzen (Tachtigjarige Oorlog)|Geuzenrevolte]] haar naam. De [[hagepreek|hagenprekers]] en de [[Beeldenstorm]] werden door het gezag op afstand van Brussel gehouden, maar buiten het machtscentrum was de situatie niet meer onder controle. Filips stuurde de [[Fernando Álvarez de Toledo|hertog van Alva]] om met harde hand in te grijpen. Op 22 augustus 1567 stond hij voor de poorten van Brussel met een leger van 12.000 man. [[Willem van Oranje (hoofdbetekenis)|Willem van Oranje]] had wijselijk zijn [[Paleis van Nassau|Brusselse stadspaleis]] verlaten, maar anderen hoopten op clementie. Alva stelde op 9 september 1567 de [[Raad van Beroerten]] in, die het [[Hof van Culemborg]] veroordeelde en verschillende doodvonnissen uitsprak. De terechtstellingen vonden plaats na de verloren [[Slag bij Heiligerlee (1568)|Slag bij Heiligerlee]]: op 1 juni 1568 werden achttien edelen onthoofd op de [[Grote Zavel]], de dag daarna volgde [[Jan van Montigny]] met enkele anderen en op 5 juni werden de graven [[Lamoraal van Egmont]] en [[Filips van Montmorency]] op de Grote Markt [[onthoofding van Egmont en Horne|gehalsrecht]]. Vervolgens trok Alva met zijn leger naar het noorden. Zijn schrikbewind kon de opstand niet onderdrukken en luidde de [[Tachtigjarige Oorlog]] in.
 
In de lente en zomer van 1572 veroverden de opstandelingen met behulp van de [[Geuzen (Tachtigjarige Oorlog)|geuzen]] diverse steden in de Nederlanden, waaronder Mechelen, Leuven en Diest (zie [[bezettingen van 1572]]), maar Alva's zoon [[Don Frederiks veldtocht|Don Frederik heroverde]] vanuit Brussel de meeste steden spoedig en gewelddadig in de herfst.
[[Olivier van den Tympel]] werd de militair gouverneur van Brussel en het stadsbestuur kwam in handen van een Comité der XVIII. De spanningen namen toe, tussen Brussel en Namen, dat de tijdelijke 'Spaanse' hoofdstad werd, maar ook tussen de katholieke en calvinistische opstandelingen, toen op 28 oktober radicale calvinisten de macht grepen in Vlaanderen en de [[Gentse Republiek]] ontstond. Nadat de [[Slag bij Gembloers (1578)|Slag bij Gembloers]] van 31 januari 1578 uitdraaide op een vernietigende nederlaag voor de Opstand, ontstond in Henegouwen en Artesië de [[malcontenten]]beweging, die zich fel tegen de protestanten keerde. De malcontenten plunderden het Vlaamse en Brabantse platteland, terwijl de Spanjaarden Leuven, Nijvel en Halle heroverden en Brussel steeds meer bedreigden. De Staatsen besloten daarop de Staten-Generaal van Brussel naar het veiligere Antwerpen te verplaatsen, hoewel men de stad niet wilde opgeven. Men begon te onderhandelen over een Nadere Unie binnen de Unie van Brussel, die te vrijblijvend en te zwak was.
 
Op 23 januari 1579 kwam de Nadere [[Unie van Utrecht (1579)|Unie van Utrecht]] daadwerkelijk tot stand: een samenwerkingsverband tussen een aantal Nederlandse gewesten, waar ook de belangrijkste Vlaamse en Brabantse steden zich aansloten (de toetreding van Brussel gebeurde in ieder geval vóór juli 1579).<ref>'Brief van de Regeering der Stad Brussel aan die van Utrecht, verzoekende, op grond van de Unie, hulp tegen de Malcontenten; 29 juny 1579', in: {{aut|L. P. van de Spiegel, J. Ermerins}}, [http://books.google.nl/books?id=Nt4BAAAAMAAJ&printsec=frontcover#v=onepage&q&f=false ''Bundel van onuitgegeeven stukken: dienende ter opheldering der Vaderlandsche historie en regeeringsform, en voornaamelyk der historie van de unie van Utrecht, verzameld en met eenige aanmerkingen vermeerderd, Volume 2''] (1783) 160-162.</ref> In Brussel raasde nu alsnog een Beeldenstorm en werden de katholieke opstandelingen vanaf 1580 vervangen door calvinisten. De calvinistische 'republieken' Gent en Brussel trachtten zich meester te maken van kleine steden in hun omgeving: dit lukte bij [[Engelse Furie|Mechelen]] en Diest, maar mislukte bij Leuven en [[Aanval op Halle (1580)|Halle]]. Op [[26 juli]] [[1581]] brak de Nadere Unie definitief met de Spaanse vorst door het [[Plakkaat van Verlatinghe]]. De nieuwe landvoogd [[Frans van Anjou]] werd niet binnengehaald in het onveilige Brussel, maar in Antwerpen. Na zijn [[Franse Furie|mislukte couppoging]] werd hij verdreven en vestigden de Staten-Generaal zich nog verder van Brussel in [[Middelburg (Zeeland)|Middelburg]]. Brussel raakte deze jaren steeds verder geïsoleerd doordat de kleine buursteden in Spaanse handen vielen, terwijl het calvinisme binnen de stadsmuren steeds sterker werd. In september 1584 begon ten slotte het [[Beleg van Brussel (1584-1585)|beleg van Brussel]] door de Spaanse landvoogd [[Alexander Farnese]], de hertog van Parma. Uiteindelijk moest Olivier van den Tympel op 10 maart 1585 de stad overgeven, die opnieuw de Spaanse hoofdstad der Nederlanden werd. Protestanten kregen kort de tijd om te vertrekken of tot het katholieke geloof terug te keren. Bij hen die gedwongen door de omstandigheden vertrokken, behoorde ook de predikant [[Petrus Plancius]], die in [[Amsterdam (hoofdbetekenis)|Amsterdam]] opnieuw predikant zou worden en o.a. de [[Vereenigde Oostindische Compagnie|VOC]] mee zou oprichten. De opstand leidde tot de scheiding van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Brussel bleef de hoofdstad van het zuiden, waar voortaan de [[Contrareformatie]] heerste. Dit uitte zich in de komst van de [[jezuïeten]] (1586) en de [[Augustijnen (kloosterorde)|augustijnen]] (1601).
 
==17e eeuw==
21.446

bewerkingen