Middeleeuwen: verschil tussen versies

18 bytes verwijderd ,  5 maanden geleden
spelling
(spelling)
* 1453, het jaar van de val van het [[Byzantijnse Rijk]], kan als politiek einde gelden. Het [[Ottomaanse Rijk]] zou nog eeuwenlang op de [[Balkan (schiereiland)|Balkan]] en rond de [[Middellandse Zee]] zijn invloed uitbreiden. Ook kwam er in dat jaar een einde aan de [[Honderdjarige Oorlog]]. De traditie heeft lange tijd een voorkeur gehad voor dit jaartal.
* 1492, het jaar waarin Columbus [[Nieuwe Wereld|Amerika]] ontdekte, is ook het jaar waarin een einde kwam de Spaanse ''[[Reconquista (geschiedenis)|Reconquista]]'' ten koste van het laatste [[islamitische rijk]] in [[West-Europa]]: Granada viel als laatste bolwerk in handen van de Spaanse koning [[Ferdinand II van Aragón]].
* de culturele en intellectuele [[Renaissancerenaissance]], waarin een nieuwe visie op de [[klassieke oudheid|Klassieke Oudheid]], op de mens en op de natuur ontstonden; in Italië begon die al in de 14e eeuw met de dichter [[Francesco Petrarca|Petrarca]] en de schilder [[Giotto di Bondone|Giotto]].
* 1517 was van groot belang op religieus vlak, het jaar van de breuk tussen de hervormde en [[Rooms-Katholieke Kerk]], ingeleid door de stellingen van [[Maarten Luther]].
* 1566 is voor de Nederlanden een late, maar aanvaardbare grens. De [[Beeldenstorm]], waarmee de doorbraak van het [[calvinisme]] gepaard ging, zorgde in veel steden niet alleen op godsdienstig, maar ook op politiek vlak voor een breuk. Niet alleen raakte de katholieke kerk haar monopoliepositie kwijt, ook de macht van de koning kwam ter discussie te staan. De gewesten eisten hun uit de (voor-)[[Bourgondische tijd]] stammende traditionele bestuurlijke autonomie op, nu niet alleen met betrekking tot belastingheffing en benoeming van bestuurders, maar ook op godsdienstig terrein.
De middeleeuwen danken hun naam ("middel-eeuwen") aan het feit dat humanisten in de renaissance deze tijd als een tussenperiode beschouwden, die was begonnen met de val van het Romeinse Rijk en werd opgevolgd door de tijd waarin zij zelf leefden. Deze tussenperiode was er volgens hen een van verval. West-Europa was immers na de ondergang van het Romeinse Rijk afgesneden geraakt van de klassieke cultuur, om daar pas weer mee in aanraking te komen tijdens de kruistochten. De Arabieren hadden heel wat geschriften van klassieke schrijvers bewaard. Door de achteruitgang en de bedreiging door de [[Turken]] van het Byzantijnse Keizerrijk trokken Byzantijnse geleerden naar het veiliger Italië en namen de door hen verzamelde kennis uit de Oudheid mee die in [[Constantinopel]] bewaard was gebleven. Ook de plundering van Constantinopel door de kruisvaarders in 1204, tijdens de [[Vierde Kruistocht]], bracht naast een aanzienlijke materiële buit ook veel in het Westen verloren gegane kennis, kunst, muziek en cultuur terug naar Europa. Ook in [[Al-Andalus]] kwamen westerse geleerden in aanraking met de door de moslims bewaarde en vertaalde klassieke werken. Het weinig genuanceerde negatieve oordeel van de renaissancehumanisten over de middeleeuwen delen moderne historici niet langer.
 
Door hernieuwde kennismaking met deze antieke literatuur, filosofie, kunst, muziek en cultuur in het algemeen werden het [[Renaissance-humanisme|Humanismehumanisme]] en de [[renaissance]] feitelijk mogelijk gemaakt. [[Francesco Petrarca|Petrarca]] (ca. 1340) noemde de periode vanaf de 4e eeuw, toen de Romeinse keizers zich tot het christendom hadden bekeerd, de tijden van ''tenebrae'' (schaduwen), een "smerige midden-tijd" waarin men alleen maar kon hopen dat er een betere periode zou volgen. Vanaf 1469 werd onder invloed van bisschop Giovanni Andrea voornamelijk de term ''media tempestas'' (tussentijd) gebruikt. Andere namen waren media antiquitas ("midden-oudheid"), media Aetas ("midden-tijdperk"), en media Tempora ("midden tijden"), alle voor het eerst gebruikt tussen 1514 en 1530.
 
Pas in de 17e eeuw ([[Christoph Cellarius]] en [[Georgius Hornius]]) werd de term ''medium aevum'' ('middeleeuwen') gemeengoed. Deze kreeg een officiële status met het verschijnen van ''Glossarium mediæ et infimæ latinitatis'' van [[Charles du Fresne, sieur du Cange|Du Cange]] in 1678. In 1698 verscheen van Christoph Cellarius de eerste geschiedenis van de middeleeuwen, ''Historia Medii Aevi''.
2.237

bewerkingen