Gasthuis: verschil tussen versies

2 bytes toegevoegd ,  8 maanden geleden
De bouw van een gasthuis begon doorgaans met de oprichting van een [[Kapel (gebouw)|kapel]]; de zorg voor de [[ziel (filosofie)|ziel]] ging voor die van het lichaam. De eerste gasthuizen bestonden uit een lange zaal die uitkwam op de kapel. De zaal had een [[Schouw (haard)|schouw]] waarin een open vuur kon worden ontstoken. De bedden stonden langs de kanten en de gasten konden zich warmen bij het open vuur. De zaal had een opzichter, die in dienst was van de beherende broederschap. Hij zorgde voor het schoonhouden van de inrichting en hield orde onder de gasten. Omdat de broederschappen alle vormen van barmhartigheid wilden betrachten, begonnen ze de gasten zo nu en dan ook te voeden en te laven. Na verloop van tijd kreeg dit meer omvang en werd het regel. Nog later werd ook voedsel uitgereikt aan arme inwoners van de stad en ontstonden de zogenaamde 'armenpotten'.<ref name="Muller"/>
 
De ontwikkeling zette zich door en de gasthuizen gingen ook hulpbehoevende gasten opnemen voor meerdere nachten, zodat ze duurzaam onderhouden en ook verpleegd konden worden. Gewoonlijk gold deze zorg zieken en bejaarden. De verzorging in de gasthuizen werden gedaan door zaalknechten en zaalmeiden. Met name na de reformatie raken veel gasthuizen in verval. Van deze gasthuizen maakt niemand in die tijd (1650 - 1850) graag gebruik; zieken worden thuis verzorgd, waar de dokter of de chirurgijn de patiënt bezoekt en behandelt. Zelfs operaties vinden thuis plaats. Alleen wie te arm is om medische hulp of verzorging thuis te betalen gaat naar het gasthuis<ref>{{Citeer boek|titel=Dwaallichten, struikeltochten, tolwegen en zangsporen: Onderzoek naar taakherschikking tussen verpleging en artsen|auteurlink=|auteur=Petrie Roodbol|medeauteurs=|taal=nl|url=https://www.rug.nl/research/portal/nl/publications/dwaallichten-struikeltochten-tolwegen-en-zangsporen(2fe78cf1-cd69-4bf6-a9fb-4af665d65211).html|uitgever=|datum=2005|pagina's=p. 27|ISBN=}}</ref>. Maar langzaamaan werd de zorg uitgebreid en ontstonden verschillende soorten gasthuizen, elk met een eigen doelgroep. Voorbeelden van doelgroepen zijn zieken en bejaarden, pelgrims op weg naar een bepaalde bedevaartplaats, leden van een bepaald gilde.<ref name="Muller" />
 
De meeste van deze vormen van middeleeuwse gasthuizen hebben zich in de loop der tijd niet kunnen handhaven. Met de groei van het reizigersverkeer groeide het aantal [[herberg]]en en verloor het gasthuis de hotelfunctie. Het aantal gasthuizen liep daardoor sterk terug. Een aantal gasthuizen nam in de 17e eeuw een [[chirurgijn]] in dienst. Die kreeg een verbandzaal tot zijn beschikking, waarin hij operaties uitvoerde. Later gingen ze ook doctoren toelaten en ontwikkelden deze gasthuizen zich tot [[ziekenhuis|ziekenhuizen]]. Andere gasthuizen gingen zich toeleggen op huisvesting, verzorging en verpleging van ouden van dagen. De welgestelden onder hen konden eigen kamers huren, terwijl de minder bedeelden op zalen werden ondergebracht. Er waren aparte zalen voor mannen en vrouwen, waardoor arme echtparen gescheiden werden. Veel van deze gasthuizen zijn geëvolueerd tot moderne [[verpleeghuis|verpleeg-]] en [[verzorgingshuis|verzorgingshuizen]].<ref>Boot, J.M. en M.H.J.M. Knapen, [https://books.google.nl/books?id=pNYuuT5kWb4C&pg=PA49&lpg=PA49&dq=gasthuis#v=onepage&q=gasthuis&f=false ''De ontwikkeling van het inrichtingenwezen''] in: "De Nederlandse gezondheidszorg", blz. 49, Houten, 2005</ref>
17

bewerkingen