Albrecht Beiling: verschil tussen versies

794 bytes toegevoegd ,  2 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
[[Bestand:Dood van Albrecht Beiling, 1426 Dood van Albrecht Beiling (titel op object), RP-P-OB-78.301.jpg|250px|right|thumb|Dood van Albrecht Beiling in 1425-26, gravure Johann Wilhelm Kaiser ± 1844.]]
[[Bestand:Johannes Hinderikus Egenberger - Anno 1425. De terechtstelling van Albrecht Beiling - SA 4895 - Amsterdam Museum.jpg|250px|right|thumb|Albrecht Beiling ondergaat koelbloedig zijn noodlot op een molenerf buiten Schoonhoven (1425), tekening Johannes Egenberger.]]
'''Albrecht Beiling''', ook wel ''Arnold of Allairt Beilinc of Beyling'', ([[Gouda]], 13? - [[Schoonhoven]], najaar [[1425]]) was een 15e eeuws militair persoon uit de geschiedenis van de [[Nederland]]en, die door een "wrede" doodstraf zijn lot heldhaftig onderging<ref>[[Johann Veldenaer]], Chronyck van Hollandt, Zeelandt, ende Westvrieslandt, blz (onbekend)124</ref> <ref>Jan Wagenaar, Vaderlandsche Historie, Beiling (Albrecht of Arnold) leevende in de aarde gedolven (1751). deel III. blz 463</ref>
 
==Levensloop==
Beiling was afkomstig uit het geslacht ''Splinter''<ref>[[Robert Fruin (historicus)|Robert Fruin]], Verspreide geschriften, Deel VIII. blz 202. - R.Fruin suggereert hem te herkennen als Splinterzoon en identificeert hem met een genoemde schepen Aelbrecht Splinter uit 1388.</ref>. Zijn leven stond in het teken van de [[Hoekse en Kabeljauwse twisten]], waarbij hij aan de [[Kabeljauwse verbondsakte|Kabeljauwse zijde]] stond. Hij werd benoemd tot [[kapitein (rang)|kapitein]] en zou in 1420 de leiding hebben gehad bij de verwoesting van het [[Groot Poelgeest|kasteel Koudekerk]] dat aan de [[Heren van Poelgeest]] toebehoorde. In 1422 werd hij tot [[schout]] van Gouda benoemd (zijn zegel zou nog aanwezig zijn in het stadsarchief)<ref>C.J. De Lange van Wijngaarden, Geschiedenis der Heeren van der Goude, blz 735 - (hij komt dat jaar voor als schout "Scultatus")</ref>, maar bleef nog geen twee jaar in deze positie, toen hij door Hoekse tegenstanders verjaagd werd.
 
Hij stond nadien slotvoogd Willem van der Coulster bij als adjudant van het kasteel van Schoonhoven. In het voorjaar van 1425 werd begonnen met het [[Beleg van Schoonhoven (1425)|beleg van Schoonhoven]] door de Hoeken onder Floris van Kijfhoek. Zij hadden de stad al binnen enkele dagen veroverd en het kasteel viel een week later al in hun handen, waarbij de meestesommige bronnen over 6 weken spreken<ref>A.J. van der AA, Woordenboek, blz 275</ref>.
 
Het verhaal wil, dat de Kabeljauwen een bezetting van 50 man sterk zouden worden vrijgelaten als Beiling zou boeten voor zijn daden uit het verleden. Als straf zou hij levend worden begraven. Hij kon hier onderuit komen als hij een bedrag van rond de [[Geschiedenis van de Nederlandse gulden|17.000 florijnen of dukaten]] (andere bronnen praten van 1.000 dukaten) zou betalen voor het einde van de maand. Hertog [[Filips de Goede]] zou nog een bemiddelingspoging gedaan hebben om Beiling vrij te pleiten van deze straf. Beiling keerde eergetrouw zonder dit bedrag terug naar Schoonhoven en onderging zijn straf heldhaftig door op een [[molen]]erf net buiten de stad in een open graf te gaan liggen, waarna het werd dichtgegooid. Gezagvoerder Van Kijfhoek liet deze veroordeling nachts uitvoeren, omdat hij bang was dat er een opstand van tegenstanders zou ontstaan. Ongeveer een halve eeuw later, in 1472, beschreef boekdrukker [[Johann Veldenaer]] als eerste deze gebeurtenis. Voor de Kabeljauwen was Beiling een held geworden, waarbij een dergelijk verhaal hoorde.
 
===Reden van Doodstraf===
Waarom uitgerekend Albrecht (Allairt) een gruwelijke dood als "een levende begrafenis" moest onder gaan is nooit helemaal duidelijk geworden. Het zou kunnen vanwege zijn acties bij Kasteel Koudekerk, die hij onder druk van zijn heer [[Jan van Beieren]] moest verwoesten in 1420. Immers waren Jan van Beieren en Jacoba van Beieren in die periode tegenstanders geworden en zou Jacoba wrok richting Beiling gekoesterd hebben als ook de voormalig kasteel bezitter [[Gerard II van Poelgeest]]..
 
Onderzoeker en schrijver Jan Karel Jakob Jonge suggereert in zijn boek uit 1875, in bevindingen uit een brief gestuurd door Boudewijn van Swieten aan Willem van de Coulster in december 1424, dat een persoon genaamd Vranck Floriszoon geslagen was na een gevecht en de dader mogelijk Albrecht Beiling kon zijn<ref>Jan Karel Jakob Jonge, Een onderzoek naar de waarheid aangaande Allairt of Albert Beiling, (1875) blz 3-4</ref>.
* Ine Becks, Schoonhoven, een stad vol zilverwerk en geschiedenis.
* Nico Rost, Reisdagboek uit de Krimpenerwaard.
* Willem Bilderdijk, Geschiedenis des Vaderlandsch, Deel IV. blz 95-96
* Wouter van Gouthoeven, Chronijke, blz 449
{{References}}
}}
10.743

bewerkingen