Klein Curaçao: verschil tussen versies

3.400 bytes toegevoegd ,  1 maand geleden
geen bewerkingssamenvatting
}}
 
'''Klein Curaçao''' ([[Papiaments]]: ''Klein Corsou'') is een klein [[onbewoond eiland]] voor de kust van [[Curaçao]]. Het eiland werd op 31 augustus 2018 aangewezen tot [[Ramsar-conventie|Ramsargebied]].
 
== Geografie ==
Het [[eiland]] isheeft nogeen geenoppervlakte tweevan 1,7 vierkante kilometer groot en ligt op ongeveer tien [[kilometer]] ten zuidoosten van Curaçao. Het is een kaal rotseilandje, dat als [[broeden|broedplaats]] fungeert van de [[Amerikaanse dwergstern]], de [[karetschildpad]] en de [[soepschildpad]]. De [[gestreepte anolis]] (''Anolis lineatus'') is op het eiland geïntroduceerd.<ref name="IUCN2">{{voetnoot web | url = https://www.iucnredlist.org/species/178607/7580140| titel = ''Anolis lineatus'' - IUCN Red List| auteur = International Union for Conservation of Nature and Natural Resources - Red List}}</ref>
 
De wateren rond Klein Curaçao bieden goede duik- en snorkelmogelijkheden. Er worden ook dagtochten op Klein Curaçao georganiseerd.
 
Op de oostelijke kust ligt het roestige wrak van een schip, de olietanker ''[[Maria Bianca Guidesman]]'' die er in 1982 strandde. Ook zijn er in de loop van de tijd andere schepen gestrand. Een van de bekendste was het Duitse [[Hamburg-America Line|HAPAG]]-motorschip ''Magdalena'' in 1934, dat echter na een aantal weken met behulp van een groot aantal sleepboten met moeite kon worden losgetrokken.
 
== Geschiedenis ==
Klein Curaçao had op oudere kaarten de indiaanse naam ''Isla Nicula'', of de Spaanse naam ''Adícora'' (Bosch, 1829; Van Dissel, 1857; Euwens, 1928; Van Buurt, 2014).<ref>{{Citeer web|url=https://www.academia.edu/39617692/Papiamentu_als_belangrijke_schooltaal?auto=download|titel=Papiamentu als belangrijke schooltaal|bezochtdatum=2 aug 2020|auteur=Ronald Severing en Christa Weijer|achternaam=|voornaam=|datum=|uitgever=|taal=nl}}</ref>
 
Klein Curaçao is niet altijd zo kaal geweest. Het was ooit met veel gras begroeid en had een heuvelachtigere uitstraling zoals de nabijgelegen eilanden van [[Las Aves]] en de [[Islas Los Roques]]. Het werd onder andere gebruikt om paarden en geiten op te laten grazen. InUit deeen 17ejournaal en 18e eeuw werd het eiland door devan [[West-IndischePeter CompagnieStuyvesant]] gebruikt voor het tijdelijk in quarantaine plaatsen van uit Afrika1643 gehaaldeblijkt slaven,dat alvorenser dezetoen naarzelfs Curaçao[[zeehonden]] werdenwoonden: vervoerd. Restanten van het quarantainegebouw bevinden zich op de noordwestkust. Overleden slaven werden begraven op het eiland.
{{Citaat|''Wijders alsoo 't eilant ende de jachten onversien sijn van traen sonder welcke qualick in see te gaen is, hebben goetgevonden 't jacht De Paroquet eens opwaerts aen te senden naer Clein Curacao om eenige robben van daer te halen''<ref name=":1" />}}
 
In de 17e en 18e eeuw werd het eiland door de [[West-Indische Compagnie]] gebruikt voor het tijdelijk in quarantaine plaatsen van uit Afrika gehaalde slaven, alvorens deze naar Curaçao werden vervoerd. Restanten van het quarantainegebouw bevinden zich op de noordwestkust. Overleden slaven werden begraven op het eiland.
In 1805 deed kapitein (lord commodore) ??? Murray een aanval op de [[Caracasbaai]] op Curaçao, waarbij hij werd teruggedreven door [[Louis Brion]], waarbij hij dodelijk verwond werd. Hij werd vervolgens begraven op Klein Curaçao. Later werd hij opgegraven en overgebracht naar Engeland. Zijn graf is verdwenen door de latere fosfaatwinning.<ref name=":0">{{Citeer web|url=https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?identifier=ddd:010403025:mpeg21:a0032|titel=Miljoenen voor het opscheppen. 12 jaar lang had Curaçao geen subsidie nodig dankzij Klein-Curaçao|bezochtdatum=21-11-2020|auteur=|achternaam=|voornaam=|datum=10-2-1944|uitgever=Amigoe di Curacao|taal=}}</ref>
 
In 1805 deed kapitein (lord commodore) ???John Murray van het (op de Fransen buitgemaakte) fregat [[Franchise (fregat)|''Franchise'']] een aanval op de [[Caracasbaai]] op Curaçao, waarbijwaar hij na aanvankelijk de [[Kabrietenberg]] te hebben bezet en [[Fort Beekenburg]] bedreigde, vervolgens werd teruggedreven door [[Louis Brion]], waarbijen hijdaarbij dodelijk verwond werd. Hij werd vervolgens begraven op Klein Curaçao. LaterTijdens het Britse bestuur over Curaçao tussen 1807 en 1814 werd hij opgegraven en overgebracht naar Engeland.<ref>Euwens, ZijnP.A. "Klein-Curaçao", [[New West Indian Guide|''De West-Indische Gids'']] 7e jaargang. 7 juli 1925. pp. 401-410</ref> De locatie van zijn vroegere graf is vervolgens verdwenen door de latere fosfaatwinning.<ref name=":0">{{Citeer web|url=https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?identifier=ddd:010403025:mpeg21:a0032|titel=Miljoenen voor het opscheppen. 12 jaar lang had Curaçao geen subsidie nodig dankzij Klein-Curaçao|bezochtdatum=21-11-2020|auteur=|achternaam=|voornaam=|datum=10-2-1944|uitgever=Amigoe di Curacao|taal=}}</ref>
Het eiland is berucht vanwege de vele schipbreuken als gevolg van de sterke noordoostelijke wind en zeer sterke stromingen. In 1850 werd daarom een vuurtoren gebouwd nabij de oostelijke kust. Bij de grote orkaan van 1877 ging deze verloren en werd daarop centraler op het eiland herbouwd. In 1913 werd de huidige [[vuurtoren van Klein Curaçao]] gebouwd, die sindsdien als het centrale baken van het eiland fungeert. Hier waren 3 vuurtorenwachters gehuisvest en soms ook wat vissers.<ref name=":0" /> De vuurtoren kreeg in 2008 een ledlamp voor schepen en is te beklimmen.
 
Het eiland is berucht vanwege de vele schipbreuken als gevolg van de sterke noordoostelijke wind en zeer sterke stromingen. De eieren van de vogels op het eiland werden geraapt door mensen die het eiland aandeden. In 1737 werd hierop een verbod uitgevaardigd. Voor blanken werd dit bestraft met een geldboete, voor zwarte slaven en [[Mulat|mulatten]] met [[geseling]] en een jaar [[dwangarbeid]] in de [[Zoutpan|zoutpannen]] van Bonaire. De reden hiervoor was dat de dwergsterns een functie vervulden voor de zeevaart: als boten naderden vlogen ze er krijsend naartoe, waardoor de bemanningen wisten dat ze in de buurt van het eiland waren en tijdig maatregelen konden treffen om geen schipbreuk te lijden.<ref name=":0" /> Ergens tussen 1820 en 1830 bouwde de bemanning van het oorlogsschip ''[[De Kemphaan (schip)|De Kemphaan]]'' onder leiding van overste [[Jan Justus Dingemans]] een baken van gestapelde [[Kraaksteen|kraakstenen]] op een heuvel op het eiland, maar plannen voor een toren liepen stuk toen Dingemans voortijdig overleed.<ref>{{Citeer web|url=https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?identifier=ddd:010404338:mpeg21:a0040|titel=De vuurtoren van Klein Curaçao|bezochtdatum=21-11-2020|auteur=M.D. Latour|achternaam=|voornaam=|datum=17-07-1954|uitgever=Amigoe di Curacao|taal=}}</ref> In 1837 werd besloten om een drietal vuurtorens te bouwen op Bonaire, Curaçao en Klein Curaçao. De vuurtoren van Klein Curaçao werd pas in 1847 gebouwd onder gouverneur [[Isaäc Rammelman Elsevier (1770-1841)|Isaäc Rammelman Elsevier]] en kreeg de naam Prins Hendriktoren naar zeevarend prins [[Hendrik van Oranje-Nassau|(Willem Frederik) Hendrik]], die in 1835 als eerste prins van Oranje een bezoek aan Curaçao had gebracht. Daarbij zou ook de grafsteen van Murray zijn hergebruikt. Bij de grote orkaan van 23 september 1877 ging de Prins Hendriktoren verloren (de fundamenten zijn nog aanwezig) en werd daarop centraler op het eiland herbouwd onder gouverneur [[Hendrik Bernardus Kip]]. In 1913 werd de huidige [[vuurtoren van Klein Curaçao]] gebouwd met een 20 meter hoge toren, die sindsdien als het centrale baken van het eiland fungeert. Aan weerszijden bevonden zich de woning voor de hoofd(vuurtoren)wachter en een woning voor twee assistenten. Soms logeerden er vissers.<ref name=":0" /> De vuurtoren werd later geautomatiseerd en kreeg in 2008 een ledlamp voor schepen. De vuurtoren is deels gerestaureerd en is te beklimmen.
De Britse civiel ingenieur John Godden werd tijdens een reis naar Bonaire door storm gedwongen bij het eiland aan te leggen en ontdekte aldaar dat de uitwerpselen van de vogels geleid hadden tot rijke [[guano]] of [[fosfaat]]-afzettingen (2 tot 3 meter dik) op het eiland. Fosfaat was destijds zeer gewild als toevoeging aan [[kunstmest]] en [[veevoer]]. Hij wist enkele weken later een concessie voor fosfaatwinning te verkrijgen en hij en zijn opvolgers groeven tot 1888 ongeveer 90,3 ton fosfaat af en werden schatrijk van deze naar Engeland geëxporteerde 'Curaçao-guano' met een geschatte marktwaarde van ongeveer 7 miljoen gulden (ruim 3,1 miljoen euro).<ref name=":0" /> Latere concessies tot 1913 leverden alleen nog tweede klasse fosfaat op. De laatste resten fosfaat werden toen afgegraven door het bedrijf Pinedo & Co. en handelaar Carl (Karel) Frederik Muskus. Hierdoor verdween ook veel van de vegetatie van het eiland. De winsten die hiermee werden behaald leidden tot een ware fosfaatrush op de Antillen, die ook op Curaçao en Bonaire tot afgravingen leidde en ervoor zorgde dat Curaçao gedurende 12 jaar voor het eerst in lange tijd geen subsidies vanuit Nederland nodig had.<ref name=":0" />
 
De Britse civiel ingenieur John Godden werd tijdens een reis naar [[Bonaire]] door storm gedwongen bij het eiland aan te leggen en ontdekte aldaar dat de uitwerpselen van de vogels geleid hadden tot rijke [[guano]] of [[fosfaat]]-afzettingen (2 tot 3 meter dik) op het eiland. Fosfaat was destijds zeer gewild als toevoeging aan [[kunstmest]] en [[veevoer]]. Hij wist enkele weken later een concessie voor fosfaatwinning te verkrijgen en hij en zijn opvolgers groeven tot 1888 ongeveer 90,3 ton fosfaat af en werden schatrijk van deze naar Engeland geëxporteerde 'Curaçao-guano' met een geschatte marktwaarde van ongeveer 7 miljoen gulden (ruim 3,1 miljoen euro).<ref name=":0" /><ref name=":1">{{Citeer web|url=https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?identifier=ddd:010642329:mpeg21:a0182|titel=Klein Curaçao. Alleen nog maar zand, zon en zee... Sporen van fosfaatwinning praktisch uitgewist|bezochtdatum=21-11-2020|auteur=Carel de Haseth|achternaam=|voornaam=|datum=07-04-1990|uitgever=Amigoe|pagina's=pp. 1, 4|taal=}}</ref> Latere concessies tot 1913 leverden alleen nog tweede klasse fosfaat op. De laatste resten fosfaat werden toen afgegraven door het bedrijf Pinedo & Co. en handelaar Carl (Karel) Frederik Muskus. Hierdoor verdween ook veel van de vegetatie van het eiland. Ruïnes van de gebouwen waar de werklieden woonden die het fosfaat afgroeven bevinden zich nog op de westkust van het eiland. De winsten die hiermee werden behaald leidden tot een ware fosfaatrush op de Antillen, die ook op Curaçao[[Aruba]], Bonaire en BonaireCuraçao ([[Tafelberg (Curaçao)|Tafelberg]]) tot afgravingen leidde en ervoor zorgde dat Curaçao gedurende 12 jaar (tussen 1882 en 1894) voor het eerst in lange tijd geen subsidies vanuit Nederland nodig had.<ref name=":0" />
 
In 1974 waren er plannen voor het plaatsen van een verbrandingsinstallatie voor chemisch afval op het eiland. Dit plan ging niet door, vanwege grote weerstand vanuit de bevolking.<ref>{{Citeer nieuws|achternaam=|voornaam=|datum=22-08-1974|titel=Lawine van bezwaren tegen Pollutex|bezochtdatum=14-12-2018|taal=nl|url=https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010461028:mpeg21:a0006}}</ref>
 
In 1996 werd de overbegrazing van het eiland gestopt door de grazers van het eiland te verwijderen. Sinds 2000 is de organisatie CARMABI begonnen met het herbebossen van het eiland en de herintroductie van inheemse beplanting en dieren. Het eiland begint hierdoor langzaam weer wat groener te worden.<ref>{{Citeer web|url=https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=19467|titel=Herbebossing op Klein Bonaire en Klein Curaçao succesvol|bezochtdatum=14-12-2018|auteur=|achternaam=Mulder|voornaam=Sara|datum=9-9-2013|uitgever=Nature Today|taal=nl}}</ref> Het eiland werd op 31 augustus 2018 aangewezen tot [[Conventie van Ramsar|Ramsargebied]].
 
Het eiland heeft geen permanente bewoners. De stranden aan de zuidwestelijke kust worden door touroperators gebruikt voor dagtoerisme.
74.548

bewerkingen