Sint-Paulus-Bekeringkerk (Ottergem): verschil tussen versies

 
===Ombouw in 1872===
Het orgel deed vele jaren dienst, maar intussen veranderde de muzikale esthetiek grondig. De [[Romantiek (muziek)|Romantiek]] maakte opgang, ook in de orgelcultuur. Het heldere, boventoonrijke klankbeeld begon men hoe langer hoe meer als schreeuwerig te ervaren.
 
Ook in Ottergem wilde men het orgel aanpassen aan de vernieuwde tijdsgeest. Daarvoor was natuurlijk geld nodig en in 1872 hield Pastoor Maillet bij zijn parochianen een stevige geldinzameling. Nog in datzelfde jaar werd het orgel verbouwd door [[Charles Anneessens]] uit Geraardsbergen. De Doublet 2’ bouwde hij om tot een Prestant 4’, de Cornet III werd verwijderd en vervangen door een Montre 8’ sup., de Cromhoren 8’ sup. werd eveneens verwijderd en de Claron 4’ bas werd omgebouwd tot een volledige Trompette 8’. Door deze ingreep wilde men kennelijk het klankbeeld meer fundament geven. Een gelukkige ingreep is het zeker niet geworden: om al dat nieuwe pijpwerk te kunnen plaatsen, diende het dak van het orgel opengezaagd te worden en stak een aantal pijpen ruim een meter boven de orgelkast uit. Bovendien werd de [[Dispositie (orgel)|dispositie]] een zeer onsamenhangend geheel en werden ook tal van minderwaardige materialen gebruikt.
 
Door deze ingreep wilde men kennelijk het klankbeeld meer fundament geven. Een gelukkige ingreep is het zeker niet geworden: om al dat nieuwe pijpwerk te kunnen plaatsen, diende het dak van het orgel opengezaagd te worden en stak een aantal pijpen ruim een meter boven de orgelkast uit. Bovendien werd de [[Dispositie (orgel)|dispositie]] een zeer onsamenhangend geheel en werden ook tal van minderwaardige materialen gebruikt.
 
===Aanpassingen in de 20ste eeuw===
In 1900 werd de oude kerk afgebroken. De toren uit 1840, samen met het orgel, bleven staan. Grotere herstellingen en verbouwingen aan het orgel waren nadien dan ook blijkbaar nodig.
In 1900 werd de oude kerk afgebroken. De toren uit 1840, samen met het orgel, bleven staan. Grotere herstellingen en verbouwingen aan het orgel waren nadien dan ook blijkbaar nodig. In 1912 kwam de Aarschotse orgelbouwer Jooris de verbouwingswerken uitvoeren. Nu werd het pas helemaal te gek. Vermits in de nieuwe kerk vóór het orgel een uitkragend doksaal was gebouwd, werd het zicht op het orgel vanuit de kerk sterk belemmerd. Jooris oordeelde dan ook dat het pijpenfront geen zin meer had en verwijderde alle frontpijpen. De middenvelden spijkerde hij vervolgens dicht met planken en in de zijtorens plaatste hij beschilderde houten sierpijpen. Aan de rugzijde plaatste hij met een onvoorstelbare slordigheid een nieuw klavier en een aangehangen pedaalklavier. De Montre 8’ sup. breidde hij uit tot een volledig register, waarvoor hij vermoedelijk de Trompette 8‘ van Anneessens diende te verwijderen. Mogelijks is toen ook de Fourniture III verdwenen.
 
In 1900 werd de oude kerk afgebroken. De toren uit 1840, samen met het orgel, bleven staan. Grotere herstellingen en verbouwingen aan het orgel waren nadien dan ook blijkbaar nodig. In 1912 kwam de Aarschotse orgelbouwer Jooris de verbouwingswerken uitvoeren. Nu werd het pas helemaal te gek. Vermits in de nieuwe kerk vóór het orgel een uitkragend doksaal was gebouwd, werd het zicht op het orgel vanuit de kerk sterk belemmerd. Jooris oordeelde dan ook dat het pijpenfront geen zin meer had en verwijderde alle frontpijpen. De middenvelden spijkerde hij vervolgens dicht met planken en in de zijtorens plaatste hij beschilderde houten sierpijpen. Aan de rugzijde plaatste hij met een onvoorstelbare slordigheid een nieuw klavier en een aangehangen pedaalklavier. De Montre 8’ sup. breidde hij uit tot een volledig register, waarvoor hij vermoedelijk de Trompette 8‘ van Anneessens diende te verwijderen. Mogelijks is toen ook de Fourniture III verdwenen.
 
In 1927 werd door Edmond Leon Mahauden, gevestigd te Geraardsbergen en voormalig werknemer bij de firma van [[Charles Anneessens]], het orgel volledig hersteld. In 1941 werden opnieuw herstellingswerken uitgevoerd. Tijdens één van deze herstellingswerken werd ook een elektroventilator geplaatst.
 
===Restauratiestudie===
Toen in 1997 de restauratiestudie werd aangevat, troffentrof men een instrument aan in zeer erbarmelijke toestand: een zwaar gemutileerde orgelkast, een erg onsamenhangende dispositie en een deel van het pijpwerk van een zeer bedenkelijke kwaliteit. Toen de studie klaar was, bleek een terugkeer naar de toestand van 1830 de enige zinvolle oplossing te zijn. Ondanks de vele verbouwingen, bevatte het orgel nog ruimschoots verwijzingen naar de oorspronkelijke toestand. De kast, de windlade, zelfs een deel van de tractuur en een ruim deel van het pijpwerk waren nog aanwezig. Bovendien gaven de bewaarde delen voldoende aanwijzingen om de verdwenen onderdelendelen getrouw te kunnen reconstrueren. Wanneer helemaal geen sporen meer aanwezig waren, kon gebruikgemaakt worden van historische voorbeelden in bestaande [[Van Peteghem (orgelbouwers)|Van Peteghem]]-orgels uit dezelfde periode: [[Sint-Niklaas-en-Leonarduskerk|Aaigem]] (1819), [[Sint-Jans Onthoofdingkerk (Stavele)|Stavele]] (ca 1823) en [[Sint-Pieters-Bandenkerk (Bertem)|Bertem]] (1829).
 
Toen de studie klaar was, bleek een terugkeer naar de toestand van 1830 de enige zinvolle oplossing te zijn. Ondanks de vele verbouwingen, bevatte het orgel nog ruimschoots verwijzingen naar de oorspronkelijke toestand. De kast, de windlade, zelfs een deel van de tractuur en een ruim deel van het pijpwerk waren nog aanwezig. Bovendien gaven de bewaarde delen voldoende aanwijzingen om de verdwenen onderdelendelen getrouw te kunnen reconstrueren. Wanneer helemaal geen sporen meer aanwezig waren, kon gebruikgemaakt worden van historische voorbeelden in bestaande [[Van Peteghem (orgelbouwers)|Van Peteghem]]-orgels uit dezelfde periode: [[Sint-Niklaas-en-Leonarduskerk|Aaigem]] (1819), [[Sint-Jans Onthoofdingkerk (Stavele)|Stavele]] (ca 1823) en [[Sint-Pieters-Bandenkerk (Bertem)|Bertem]] (1829).
 
===Restauratiewerken===
986

bewerkingen