Komedie (genre): verschil tussen versies

14 bytes verwijderd ,  5 maanden geleden
Spelling
k (WPCleaner v2.03 - Opgelost met WP:CW (Code 064: Link gelijk aan linktekst))
(Spelling)
Toen film eind [[19e eeuw]] ontstond, kende het theater al een lange traditie van komedie met genres als [[vaudeville (theatervorm)|vaudeville]], [[klucht]], [[commedia dell'arte]], [[variété]]theater en het [[Circus (cultuur)|circus]]. Zij zouden ook van grote invloed zijn op de eerste filmkomedies. De vroege film zelf was zeer nauw met het komische theater verbonden: vroege filmvertoningen vonden vaak plaats op [[kermis]]sen, [[sideshow (theater)|sideshows]] en in vaudevilletheaters. Veel van de eerste filmkomieken zijn afkomstig uit de vaudeville, die een groot deel van hun materiaal hebben overgenomen van succesvolle showroutines.
 
Humor vond dus al snel zijn weg naar de film. [[Thomas Edison]] filmde in [[1894]] de [[nies]] van een van zijn medewerkers, en bracht hem uit onder de naam ''[[Fred Ott's Sneeze]]''. Edisons assistent [[William K. L. Dickson]] maakte al snel daarna korte filmpjes van twintig seconden van vaudeville-acts als [[Buffalo Bill]]. De [[gebroeders Lumière]] maakten in [[1895]] ''[[L'arroseurArroseur arrosé]]'', waarin een jongen een grap uithaalt met een tuinman, waardoor deze zichzelf natspuit.
 
===Het stomme tijdperk (1902-1927)===
[[AfbeeldingBestand:Linder bad luck.jpg|thumb|right|260px|De Franse acteur [[Max Linder]] was een van de eerste internationaal bekende filmkomieken.]]
In het tijdperk van de [[stomme film]] was [[slapstick]] het dominante subgenre. In het begin waren het vooral achtervolgingsfilms: films waarbij door een gebeurtenis een personage door een grote groep mensen wordt achtervolgd over verscheidene locaties. Achtervolgingsfilms werden over de gehele wereld gemaakt. Zelfs Nederland bracht zo'n film voort: ''[[De mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon aan het strand te Zandvoort]]'' (1905).
 
Vooral [[Frankrijk]] produceerde in het begin veel populaire en invloedrijke komedies: in [[1907]] begon [[Les Cinémas Gaumont Pathé Gaumont|Pathé]] met een reeks films over het typetje [[Boireau]], gespeeld door [[André Deed]]. Deed groeide uit tot een van de eerste internationale filmsterren. Zijn typetje, gebaseerd op de [[Pierrot]], was in een groot aantal landen onder een andere naam bekend, zoals Cretinetti in Italië en Foolshead in Engeland. Meer filmsterren stonden op in Frankrijk, elk met een eigen typetje. Zo speelde [[Charles Prince]] in bijna zeshonderd films. De bekendste was [[Max Linder]], eveneens werkzaam bij Pathé. Linders typetje was altijd keurig gekleed in chique kledij, hoge hoed en met een parmantige snor, en kreeg steevast te kampen met voor de middenklasse beschamende momenten. Hij was bekend over heel Europa, zodat hij in 1910 wekelijks een film opnam om aan de vraag te voldoen. Hij groeide al snel uit tot de best betaalde artiest van zijn tijd. Hij beïnvloedde latere komieken om onderscheidende typetjes te ontwikkelen met elk hun eigen kenmerkende uiterlijkheden. Charlie Chaplin noemde hem zelfs zijn "professor". Tot zijn dood in 1925 werkte hij afwisselend in Frankrijk en de Verenigde Staten.
 
Italiaanse studio's streefden het succes van de Franse komedies na en begonnen vanaf 1909 hun eigen komische reeksen. Ze werkten niet alleen met Italiaanse, maar ook met Franse komieken. Zo huurde [[Itala (filmstudio)|Itala]] André Deed in voor de Cretinetti-reeks, en maakte [[Cines]] films rond het typetje [[Polidor]] van de oorspronkelijk Franse clown [[Ferdinand Guillaume]]. Ook de Italiaanse films werden internationaal succesvol, waardoor er tot ver in de jaren tien honderden komische films werden geproduceerd. Ook in andere landen kwamen de eerste filmkomieken op, zoals [[Fred Evans]] in Engeland en [[Antonin Fertner]] in Rusland.
 
De VS had ook zijn eigen komediester, [[John Bunny]]. Met [[Flora Finch]] vormde hij van 1912 tot zijn dood in 1915 een van de eerste filmkomedieduo's. Hollywood werd pas dominant met de komst van de Eerste Wereldoorlog, toen veel Europese komieken moesten dienen (en stierven) aan het front. Spil hierin was [[Mack Sennett]]. In 1912 richtte hij [[Keystone Studios|Keystone Pictures]] op, het eerste filmbedrijf dat zich specialiseerde in komedie. De studio werd vooral bekend vanwege de [[The Keystone KopsCops]], een reeks korte komische films bekend om de stunts, achtervolgingen, taartsmijtscènes en montagetrucs als versneld afspelen en achteruitspoelen. Komieken als [[Roscoe Arbuckle|Roscoe "Fatty" Arbuckle]] en [[Chester Conklin]] begonnen hun carrière als Keystone Kop. Sennett had daarnaast een kleine groep komieken onder contract, waaronder [[Mabel Normand]] en [[Ben Turpin]]. Vaak gaf hij hen de vrijheid om zelf hun eigen films te regisseren.
 
De slapstickfilms waren vooral korte films, maar in 1914 maakte Sennett de eerste komische lange speelfilm, ''[[Tillie's Punctured Romance]]''. Een van de hoofdrolspelers in deze film was [[Charlie Chaplin]]. Chaplin ontwikkelde bij Keystone zijn personage, de "kleine zwerver", met bolhoed, wandelstok en te grote schoenen. Chaplin sprong uit door zijn behendigheid, wat zich uitte in vele strak gechoreografeerde vecht- en achtervolgingsscènes, en zijn kracht om humor te halen uit alledaagse objecten. Bovendien voegde hij in zijn films [[pathos]] toe. Hij zou uitgroeien tot een van de prominente komieken van het tijdperk. Al in 1916 wist hij de volledige controle te krijgen over het creatieve aspect van zijn films.
 
Sennett was echter niet de enige die actief was op de markt. In 1917 begon een van Sennetts populairste komieken, Fatty Arbuckle, zijn eigen productiemaatschappij, waarmee hij zijn eigen films kon produceren en regisseren. In het spel werd hij vaak bijgestaan door zijn sidekick [[Buster Keaton]]. Een andere populaire acteur was [[Douglas Fairbanks]], die anders dan andere komieken vrijwel alleen in lange speelfilms speelde. Fairbanks ruilde in de jaren twintig de komedie in voor avontuurlijke [[mantel- en -degenfilm]]s. Sennetts belangrijkste concurrent was echter [[Hal Roach]]. Hij behaalde zijn eerste successen met het produceren van de films van [[Harold Lloyd]]. Lloyds personage was een onstuimige jongeman met een strohoed en een bril met donker montuur, die veel succes had. Roach groeide in de jaren twintig uit tot de belangrijkste producent en schrijver van slapstickfilms. In 1922 begon hij de zeer populaire en langlopende ''[[Our Gang]]''-reeks, later op televisie uitgezonden onder de naam ''De Boefjes''. In 1927, het jaar dat de geluidsfilm zijn eerste successen kende, deed hij nog een meesterzet door [[Stan Laurel]] en [[Oliver Hardy]] bij elkaar te brengen.
 
[[FileBestand:Chaplin The Kid.jpg|thumb|right|210px|Met ''The Kid'' maakte [[Charlie Chaplin]] de overstap naar de lange speelfilm]]
 
Chaplin, Keaton, Arbuckle en Lloyd zouden in diezelfde periode succesvol de overstap maken naar de lange speelfilm. Chaplin was van de drie de eerste, met ''[[The Kid (1921 film)|The Kid]]'' uit 1921. Lloyd volgde vrij snel. Hij maakte een grote verscheidenheid aan komedies, maar is tegenwoordig vooral bekend van spannende films als ''[[Safety Last!]]'', waarin hij een wolkenkrabber beklimt, met allerlei gevaarlijke stunts tot gevolg. Fatty Arbuckle ging eveneens lange speelfilms maken, maar zag zijn carrière al snel eindigen toen hij verwikkeld raakte in een seksschandaal. Zijn voormalige sidekick Buster Keaton nam zijn productie-eenheid over en maakte verscheidene korte speelfilms. Hierin gaf hij blijk van surrealistische grappen. Zijn belangrijkste eigenschap was zijn droge humor, dat zich vooral uitte in zijn stoïcijnse blik. Hieraan dankte hij de bijnaam "The Great Stone Face", het Grote Stenen Gezicht. Later stapte hij ook over naar de lange speelfilm. Alhoewel zijn films nooit de populariteit van Chaplin en Lloyd wisten te behalen, worden zij tegenwoordig beschouwd als klassiekers.
 
Naast Chaplin, Keaton en Lloyd kende de jaren twintig nog een vierde zeer populaire filmkomiek: [[Harry Langdon]]. Sennett tekende hem in 1923. Zijn typetje, een uiterst onschuldig figuur met een babygezicht die altijd miraculeus weet te overleven terwijl om hem heen rampen gebeuren, wist pas in 1926 een succes te worden dankzij films als ''Tramp, Tramp, Tramp'' en '' The Strong Man''. Als een jaar later de geluidsfilm zijn intrede doet, is zijn carrière over.
 
Naast slapstick kende de jaren twintig nog andere subgenres. Zo waren voor een korte tijd militaire komedies populair. De bekendste hiervan was een reeks van [[Paramount Pictures|Paramount]] rond het duo [[Wallace Beery]] en [[Raymond Hatton]]. Een ander belangrijk subgenre waren er de verfijnde 'seksuele' komedies, over driehoeksverhoudingen in het hogere milieu. Chaplin maakte een van de eerste films uit het genre, ''[[A Woman of Paris]]''. Het publiek bleef echter weg bij deze film, waarschijnlijk omdat Chaplin er niet in verscheen als zijn geliefde zwerverspersonage. De belangrijkste regisseur van het genre was [[Ernst Lubitsch]]: hij kenmerkte zich met romantische komedies vol suggestieve seksuele toespelingen en risqué onderwerpen als buitenechtelijke relaties en driehoeksverhoudingen in de middenklasse. In deze films was een belangrijkere rol weggelegd voor vrouwen dan in de slapstickfilms. Ook [[Cecil B. De MilleDeMille]] maakte enkele van deze films, vaak met [[Gloria Swanson]] in de hoofdrol. De Milles geraffineerde komedies kenmerkten zich door vrouwen in dure, uitdagende kledij, rijke settings en seksueel provocerende situaties. Een voorbeeld is ''[[Why Change Your Wife?]]'' uit 1920. [[Boris Barnet]] maakte in de [[Sovjet-Unie]] vergelijkbare films als ''[[Het meisje met de hoedendoos]]'' (1927).
 
===1928-1945===
De komst van de geluidsfilm maakten het mogelijk om ook verbale humor in de film te verwerken. Acteurs die hiervan in de jaren twintig en dertig wisten te profiteren en uitgroeiden tot grote sterren, waren onder anderen [[Bob Hope]], [[W.C. Fields]], [[Mae West]] en [[The Marx Brothers]], veelal acteurs die al in het theater succes hadden behaald met oneliners, kwinkslagen en scherpe woordspelingen, en nu de mogelijkheid kregen om hun vorm van hun humor naar het witte doek te brengen. Ook kwamen nieuwe genres op, zoals de ''[[screwball comedy-komedie]]'', een variant van de romantische komedie over de strijd der seksen, gekenmerkt door kluchtige situaties, snelle, spottende dialogen en excentrieke personages. Bekende voorbeelden zijn onder andere ''[[It Happened One Night]]'' (1934) van [[Frank Capra]], ''[[The Awful Truth (film)|The Awful Truth]]'' (1937) van [[Leo McCarey]] en ''[[Bringing Up Baby]]'' (1938) en ''[[His Girl Friday]]'' (1940) van [[Howard Hawks]]. [[Cary Grant]], die in de laatste twee de hoofdrol had, was de belangrijkste acteur van het genre, [[Claudette Colbert]], [[Katharine Hepburn]] en [[Carole Lombard]] de belangrijkste actrices. [[Preston Sturges]] bouwde hier in de oorlogsjaren op voort. Zijn ''[[Sullivan's Travels]]'' zou het genre hebben "beëindigd".
 
Slapstick was misschien zijn dominante positie verloren, maar de traditie van fysieke humor werd voortgezet door de korte films van onder andere [[Laurel en Hardy]] en de [[Three Stooges]]. Van de grote sterren van de jaren twintig wist enkel Charlie Chaplin nog succesvolle films maken, eerst met dialoogloze rolprenten als ''[[City Lights]]'' (1931) en ''[[Modern Times (film)|Modern Times]]'' (1936), waarin zijn stem voor het eerst is te horen, een onzintaal zingend. Daarna ging hij ook geluidsfilms opnemen, zoals ''[[The Great Dictator]]'' (1940). In de VS werden ondertussen nieuwe komedieduo's uitgeprobeerd om het succes van Laurel en Hardy te evenaren. In de jaren veertig werden zij in de Verenigde Staten van de troon gestoten door [[Abbott en Costello]]. Ook Bob Hope en [[Bing Crosby]] hadden succes met zes ''[[Road To...]]''-films.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog raakte het grote publiek uitgekeken op veel van de vroegere sterren uit Hollywood, en een paar wisten te overleven. Bing Crosby wist nog succes te halen met sentimentele komedies als ''[[The Bells of St Mary's]]'' (1949), en ook zijn oude partner Bob Hope bleef populair met films als ''[[The Paleface (1948)|The Paleface]]'' (1948). [[Bette Davis]] speelde de hoofdrol in de veelbekroonde scherpe komedie ''[[All About Eve (film)|All About Eve]]'' (1950).
 
Tegelijkertijd kwam er slechts een handvol nieuwe sterren op, zoals [[Marilyn Monroe]], [[Danny Kaye]] en [[Judy Holliday]]. Het belangrijkste komische duo van die tijd was [[Dean Martin]] en [[Jerry Lewis]]. Na hun breuk kozen zij ieder een succesvol pad, waarbij Lewis uit wist te groeien tot een van de populairste komieken van zijn tijd. Veel van zijn films werden geregisseerd door [[Frank Tashlin]], voormalig animator van [[Looney Tunes]]-cartoons als [[Daffy Duck]] en [[Porky Pig]]. De eerste helft van de jaren vijftig waren bovendien de films rond [[Francis the Talking Mule]], een pratende ezel, zeer succesvol. Op animatiegebied was vooral de (gewelddadige) humor van ''[[Tom &en Jerry]]'' populair.
 
Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig voorzag bovendien televisie meer en meer in de behoefte aan humor en amusement. [[Walt Disney]] bleef nog wel investeren in komedies, veelal films die geschikt waren voor het gehele gezin. Andere studio's probeerden vooral groots uit te pakken met avontuurlijke, grootse komedies vol met sterren, zoals ''[[Around the World in Eighty Days (1956)|Around the World in Eighty Days]]'' (1956), waarin naast hoofdrollen voor [[David Niven]], [[Cantinflas]] en [[Shirley MacLaine]] acteurs en actrices als Buster Keaton, [[Frank Sinatra]], [[Marlene Dietrich]], [[John Gielgud]] en [[Peter Lorre]] een cameo hadden. Romantische komedies, al dan niet verwant aan de ''screwballcomedy''s, wisten eveneens een groot publiek te trekken. Vooral de samenwerking tussen [[Doris Day]] en [[Rock Hudson]] bleek het goed te doen, met hits als ''[[Pillow Talk (1959)|Pillow Talk]]'' (1959) en ''[[Lover Come Back]]'' (1961).
 
===1960-1980===
[[Satire]], zwarte humor, seksuele thema's en maatschappijkritiek worden vanaf eind jaren vijftig steeds populairder. Dit komtvoorkomt voor een belangrijk deel doordat de autoriteit van de [[Hays Code]], een censuurcode die van grote invloed was op Hollywood sinds de jaren dertig, sinds het succes van [[Billy Wilder]]s ''[[Some Like It Hot (1959)|Some Like It Hot]]'' (1959) steeds zwakker wordt. Deze film met Marilyn Monroe, [[Jack Lemmon]] en [[Tony Curtis]] in de hoofdrollen krijt geen goedkeuring van de commissie door zijn seksuele thema's (onder andere [[Travestie (gender)|travestie]]), maar groeit ondanks dat uit tot een enorme kaskraker. In 2000 wordt de film door het [[American Film Institute]] uitgeroepen tot de beste Amerikaanse filmkomedie aller tijden.
 
In de eerste jaren is er van deze nieuwe belangstelling voor satire, cynisme en politieke thema's overigens nog weinig te merken. De romantische films rond Doris Day en Rock Hudson blijven populair. Ook zeer succesvol in de eerste helft van de jaren zestig zijn de "beach party"-films met [[Annette Funicello]] en [[Frankie Avalon]] in de hoofdrollen, films die vooral gaan over surfen en dansen in zwemkleding. De Disney Studio's brengen ondertussen een van hun succesvolste live-actionfilms uit, ''[[Mary Poppins (film)|Mary Poppins]]'' (1964).
 
Het wegvallen van de code biedt filmmakers de mogelijkheid om politiek of sociaal gevoelige thema's in hun films te verwerken. ''Dr. Strangelove'' (1964) van [[Stanley Kubrick]] en ''[[M*A*S*HMASH (film)|M*A*S*HMASH]]'' (1970) van [[Robert Altman]] zijn voorbeelden van zwartgallige satires op de Koude Oorlog, terwijl ''[[The Graduate]]'' (1967) de draak steekt met de seksuele moraal. Milder zijn de absurdistische parodieën van [[Mel Brooks]] met [[Gene Wilder]], zoals ''[[Young Frankenstein]]'' (1974) en ''[[Blazing Saddles]]'' (1974), respectievelijk een parodie op horrorfilms en westerns. Eveneens een groot succes zijn de ''[[The Pink Panther|Pink Panther]]''-films van [[Blake Edwards]], met [[Peter Sellers]] als de onhandige Franse [[Jacques Clouseau|Inspecteur Clouseau]], een parodie op detectivefilms. De Britse Sellers, die eerder succes had met films als de Ealing-comedy ''The Ladykillers'' en Kubricks ''Dr. Strangelove'', wist met deze films uit te groeien tot een internationale ster. [[Woody Allen]] maakt vanaf eind jaren zestig naam met een reeks komedies, waarin een neurotisch personage (meestal gespeeld door zichzelf) worstelt met liefde, romantiek, familie en het Joodszijn. Zijn grote doorbraak komt met ''[[Annie Hall]]'' (1977), waarvoor hij de Oscar voor Beste Film wint.
 
In Groot-Brittannië wordt in de jaren zestig een eigen stijl ontwikkeld tegen de achtergrond van "[[Swinging London]]". De geboren Amerikaan [[Richard Lester (filmregisseur)|Richard Lester]] biedt een kijkje in een dag uit het leven van [[The Beatles]] in het stilistisch speelse en droog humoristische ''[[A Hard Day's Night (film)|A Hard Day's Night]]'' (1964). Het zet de toon voor andere films uit de jaren zestig, zoals ''[[Alfie (1966)|Alfie]]'' (1966), die van [[Michael Caine]] een ster maakte. In de jaren zeventig komen de meeste komedies uit het Verenigd Koninkrijk voort uit televisieseries. Het meest succesvol zijn de films van de absurdistische sketchkomediegroep [[Monty Python]] als ''[[Monty Python and the Holy Grail]]'' (1975) en ''[[Life of Brian]]'' (1979), maar ook meer op de familie geöriënteerdefamiliegeoriënteerde sitcoms als ''[[Dad's Army (televisieserie)|Dad's Army]]'' kregen een speelfilmversie.
 
===1980-heden===
[[Stand-upcomedy]] worden vanaf de jaren zeventig een steeds belangrijkere leverancier van nieuwe sterren. Komieken als [[Richard Pryor]], [[Steve Martin]], Woody Allen en [[Robin Williams]] zijn uit dit circuit afkomstig. De Amerikaanse televisieshow ''[[Saturday Night Live]]'' biedt een springplank naar Hollywood aan onder anderen [[John Belushi]], [[Bill Murray]], [[Dan Aykroyd]], [[Chevy Chase]] en later [[Eddie Murphy (acteur)|Eddie Murphy]], [[Mike Myers]], [[Adam Sandler]] en [[Will Ferrell]].
 
Deels onder hun invloed komt er een grovere variant van filmkomedie in de bioscoop, de zogenaamde "gross-out comedy". Het genre ontstond rond 1980 met films als ''[[National Lampoon's Animal House]]'' (1978) en ''[[Porky's]]'' (1981). [[The Farrelly Brothers]] scoren in de jaren negentig enkele grote bioscoophits met films uit dat genre, zoals ''[[Dumb and& Dumber]]'' (1994) en ''[[There's Something About Mary]]'' (1998). Enkele van de populairste komieken van de afgelopen twintig jaar, zoals [[Jim Carrey]], [[Ben Stiller]] en Adam Sandler, zijn hun filmcarrière in dit genre begonnen. Filmregisseur, producer en scenarioschrijver [[Judd Apatow]] heeft binnen dit genre een eigen veld weten te creëren voor goed gewaardeerde en bezochte films met een serieuze ondertoon, zoals ''[[The 40 Year Old Virgin]]'' (2005) en ''[[Knocked Up]]'' (2007).
 
Het wordt in de jaren tachtig tevens steeds gebruikelijker om in actiefilms komische elementen te verwerken, getuige films als ''[[Raiders of the Lost Ark]]'' of ''[[Die Hard]]''. Eddie Murphy maakt in de jaren tachtig enkele succesvolle actiekomedies, zoals ''[[48 Hrs.]]'' (1982) en ''[[Beverly Hills Cop]]'' (1984). [[Jackie Chan]] geeft in hetzelfde decennium de oosterse vechtfilm een komische benadering, door elementen uit de slapstickfilms van Chaplin, Keaton en Lloyd in zijn films te verwerken.
De jaren tachtig ziet tevens de opkomst van de [[tienerfilm]]. Veel van deze films, waaronder ''[[The Breakfast Club (film)|The Breakfast Club]]'' (1985) en ''[[Ferris Bueller's Day Off]]'' (1986), zijn geregisseerd door [[John Hughes]]. Rond het jaar 2000 krijgt dit genre een opleving met films als ''[[American Pie (film)|American Pie]]'' (1999), waarin het elementen overneemt van de gross-out comedy. Hughes is tevens de man achter ''[[Home Alone]]'' (1990), die samen met onder andere ''[[Honey, I Shrunk the Kids (film)|Honey, I Shrunk the Kids]]'' (1989) de belangstelling deed opleven voor komedies voor het hele gezin.
 
Ook de parodiërende film blijft populair. [[Zucker-, Abrahams- en Zucker]] maken in films als ''[[Airplane!]]'' (1980) en ''[[The Naked Gun]]'' (1988) dankbaar gebruik van de combinatie van parodie, droge humor en absurdisme die Mel Brooks is begonnen. Zij ontdekken met de films het droogkomische talent van acteur [[Leslie Nielsen]], die na ''Airplane!'' in een lange reeks pastiches optreedt. Andere uiterst populaire parodieën zijn de ''[[Austin Powers]]''-reeks van Mike Myers, een parodie op Britse spionnenfilms als de [[James Bond (mediafranchise)|James Bond]]films, en de ''[[Scary Movie]]''-films. Een subgenre van de parodie, de ''[[mockumentary]]'', toont fictieve elementen in een documentairestijl. Het genre heeft veel aandacht gekregen door [[Rob Reiner]]s rock-mockumentary ''[[This Is Spinal Tap]]'' (1984). [[Christopher Guest]], hoofdrolspeler en schrijver van de film, heeft later meer films in het genre gemaakt. Een ander zeer succesvolle film uit het genre is ''[[Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan|Borat]]'' (2006) van [[Sacha Baron Cohen]].
 
Eind jaren tachtig vindt tevens een opleving van de romantische komedie plaats, dankzij het succes van Reiners ''[[When Harry Met Sally...]]'' uit 1989, met [[Meg Ryan]] en [[Billy Crystal]] in de hoofdrollen. De film krijgt navolging met films als ''[[Pretty Woman (film)|Pretty Woman]]'' (1990) met [[Julia Roberts]] en [[Richard Gere]], ''[[Sleepless in Seattle]]'' (1993) met Ryan en [[Tom Hanks]], en ''[[While You Were Sleeping (film)|While You Were Sleeping]]'' (1995) met [[Sandra Bullock]]. Ook uit Groot-Brittannië komen enkele internationale successen, vaak geschreven door [[Richard Curtis]] en met [[Hugh Grant]] in de hoofdrol. Voorbeelden zijn onder andere ''[[Four Weddings and a Funeral]]'' (1994) en ''[[Notting Hill (film)|Notting Hill]]'' (1999), waarin Julia Roberts de tegenspeelster van Grant is. Brits succes komt ook uit een andere hoek: ''[[The Full Monty]]'' (1997), een film over mannen uit de arbeidersklasse die gaan strippen om in hun onderhoud te kunnen blijven voorzien, is uitgegroeid tot een van de meest winstgevende Britse films aller tijden.
21.446

bewerkingen