Madeleine Pelletier: verschil tussen versies

133 bytes verwijderd ,  3 maanden geleden
k
+ defaultsort
k (+ defaultsort)
 
{{Infobox filosoof
| naam =
| afbeelding = Madeleine Pelletier.jpg
| afbeeldingbreedte = 160px
| onderschrift =
| volledige naam =
| geboren = {{#property:P19}}, {{#property:P569}}
| overleden = {{#property:P20}}, {{#property:P570}}
| land = {{FR}}
| beroep =
| functie =
| discipline =
| tijdperk =
| domein =
| stroming =
| belangrijkste ideeën =
| reactie op =
| beïnvloed door =
| beïnvloedde =
| partij =
| religie =
| tijdvak1 =
| functie1 =
| tijdvak2 =
| functie2 =
| tijdvak3 =
| functie3 =
| tijdvak4 =
| functie4 =
| jaar1 =
| werk1 =
| jaar2 =
| werk2 =
| jaar3 =
| werk3 =
| jaar4 =
| werk4 =
| handtekening =
| website =
}}
'''Madeleine Pelletier''' ([[Parijs]], [[18 maart]] [[1874]] – [[Epinay-sur-Orge]], [[29 december]] [[1939]]) was een [[Frankrijk|Franse]] [[Feminisme|feminist]] en (in 1906) de eerste vrouwelijke [[psychiater]] in Frankrijk. Daarnaast was zij ook bekend vanwege haar vele politieke activiteiten en haar uitgesproken ideeën; zij behoorde tot de fanatieke feministen binnen de Franse [[vrouwenbeweging]] in de 19e eeuw. Op jonge leeftijd onderbrak zij haar studie om zich aan te sluiten bij diverse [[Socialisme|socialistische]] en [[Anarchisme|anarchistische]] groeperingen, waar zij de denkbeelden ontwikkelde waarin zij tot haar dood bleef geloven. Op haar twintigste besloot Pelletier, ondanks haar geldgebrek, om haar studie weer op te pakken. Zij slaagde erin arts te worden. Dit maatschappelijk succes was voor haar echter niet voldoende en zij bleef zich verzetten tegen misstanden in de maatschappij.
== Haar laatste jaren ==
Na het verlaten van de communistische partij bleef Pelletier anarchistische bijeenkomsten bezoeken. In die periode verbeterde haar financiële situatie en zij kon zich een huis veroorloven in Gif-sur-Yvette, haar rijbewijs halen en een auto kopen. Ondanks deze veranderingen in haar privéleven bleef zij haar standpunten verkondigen en actie voeren tegen sociale misstanden. Zo schreef zij voor verscheidene kranten en nam zij deel aan debatten rond feministische en communistische thema's. Ook nam zij stelling tegen het opkomend fascisme. Vanaf 1925 bestreed zij het fascisme van Mussolini in Italië, maar zij ageerde ook tegen de nationalistische splintergroeperingen in Frankrijk. Op een congres in januari 1928 keerde zij zich tegen de nationaalsocialistische partij, opgericht door Gustave Hervé, haar oude kameraad bij de SFIO.
 
In 1927 werkte zij mee aan de linkse krant ''Plus loin'', die zij in 1930 weer verliet, samen met een aantal andere schrijvers. Zij sloot zich in 1934 aan bij de 'anarchistische encyclopedie', het project van Sébastien Faure, waarvoor zij onder de naam 'Doctoresse Pelletier' het artikel ''Internement'' schreef, tegen onterechte gedwongen opnames. Andere onderwerpen waren het gezin, het moederschap, het onderwijs, kindermoord, secularisatie, feminisme, marxisme en de communistische partij.
 
Hoewel zij geen lid meer was van de communistische partij bleef zij wel communist, en in 1932 werd zij lid van de ''Parti d’unité proletarienne'' (proletarische eenheidspartij), opgericht door Paul Faure. Het merendeel van de leden bestond uit teleurgestelde oud-leden van de communistische partij en personen die uit de partij waren gezet. Zij werd secretaris van de vrouwencommissie van deze nieuwe partij, een functie die zij bij andere partijen altijd weigerde. In datzelfde jaar nodigde Henri Barbusse haar uit om zitting te nemen in de Raad van bestuur van de anti-imperialistische beweging. Daarop bezocht zij in Amsterdam het congres van deze beweging (27–30 augustus) wat in 1933 leidde tot haar toetreding tot de ''Mouvement Amsterdam-Pleyel'' (de Amsterdam-Pleyel-beweging). Dit verbond verenigde de deelnemers aan het congres in Amsterdam met de deelnemers aan het Europese congres tegen oorlog en fascisme, gehouden van 4 tot 6 juni in de Salle Pleyel in Parijs. Naast het schrijven van artikelen om haar denkbeelden te ventileren, verpakte zij haar ideeën ook in fictie. In 1933 schreef zij bijvoorbeeld ''La Femme vierge'', een autobiografische roman, en het utopische verhaal ''La vie nouvelle'', waarin zij haar communistische ideaal beschreef.
 
Haar militante houding over geboortebeperking leverde Pelletier veel vijanden op. In 1933 werd zij aangeklaagd omdat zij een abortus zou hebben uitgevoerd. De aanklacht verviel echter en zij werd uiteindelijk niet vervolgd. Ondanks haar penibele situatie ging zij door met actie voeren, tot haar lichamelijke conditie haar dwong om haar strijd tijdelijk te staken. Door een beroerte was zij halfzijdig verlamd geraakt, waardoor zij in 1937 haar vrienden van de Faubourg-club om geld moest vragen om in haar levensonderhoud te voorzien. In 1939, een periode waarin 'engeltjesmaaksters' fel bestreden werden, werd Parmentier gearresteerd omdat zij geholpen zou hebben bij een abortus bij een dertienjarig meisje dat door haar broer verkracht was. Zij claimde onschuldig te zijn, waarop het gerechtshof oordeelde dat zij, gezien haar fysieke conditie (verlamming), inderdaad geen abortus had kunnen uitvoeren. Zij werd echter wel veroordeeld tot verplichte opname, omdat zij een gevaar voor zichzelf, voor haar medemensen en voor de openbare orde zou zijn. Daarop kwam zij terecht in de inrichting van Sint Anne, en later in Epinay-sur-Orge, waar zij op 29 december op 65-jarige leeftijd stierf aan de gevolgen van een beroerte.
 
== Haar engagement ==
Madeleine Pelletier kan geschaard worden onder de meest strijdbare feministes, en in vergelijking met de meeste Franse feministes met wie ze omgaat, is ze zeer vasthoudend. In 1906 wordt ze gekozen tot voorzitter van de feministische groepering La solidarité des femmes, maar waar zijzelf staat voor haar idealen, is ze teleurgesteld door het gebrek aan actiebereidheid binnen de groep. Na het schrijven van ''La femme en lutte pour ses droits'', in 1907 bekogelt ze de ramen van een stembureau met stenen, om haar woorden kracht bij te zetten. Een week daarvoor had Hubertine Auclert een stembus omver gegooid. Deze twee incidenten zijn de meest ‘gewelddadige’ acties tijdens de eerste feministische golf in Frankrijk. In december 1907 start Madeleine het blad ''La Suffragiste''. Omdat ze altijd op zoek is naar actie, vertegenwoordigt ze in 1908 La solidarité des femmes tijdens de feministische manifestaties in Hyde Park in Londen, waar gestreden wordt voor het kiesrecht voor vrouwen. Madeleine is onder de indruk van de grote opkomst, en ook van de vastberadenheid van de vrouwen, die er niet voor terugdeinzen om geweld te gebruiken. Eens te meer betreurt ze de voorzichtigheid die het Franse feminisme kenmerkt.
 
Als radicaal feminist is ze van mening dat vrouwen alleen politiek actief kunnen worden als ze niet per definitie zijn uitgesloten van stemrecht. Daarnaast moeten ze mogelijkheden krijgen om economisch onafhankelijk te worden, zodat ze een andere seksuele moraal kunnen nastreven. Dat is de reden dat ze streeft naar totale gelijkheid tussen de seksen. Ze is een voorstander voor militaire dienstplicht voor vrouwen, want, zo redeneert ze, als blijkt dat vrouwen in staat zijn om hun land te verdedigen, is het onmogelijk om ze hun politieke rechten te ontzeggen. Ze verdedigt dit idee in de krant van Gustave Hervé, waarna ze het hevig met elkaar aan de stok krijgen.
 
In de maatschappij zijn vrouwen ondergeschikt aan mannen, simpelweg omdat ze daar vanaf hun geboorte toe gedwongen worden. Madeleine Pelletier is een van de eerste feministen die het idee van ‘gender’ aan de orde stelt en dit beschouwt als een van de oorzaken van de heersende sekseongelijkheid. De samenleving is ingericht naar mannelijke, dominante waarden, terwijl de vrouwelijke waarden worden weggezet als een onbetekenend detail. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen, bijvoorbeeld op politiek gebied, is de enige manier om deze situatie te veranderen. Vrouwen hoeven zich dan niet meer van nature minderwaardig te voelen, alleen omdat hen dat, in alle sociale klassen, wordt opgelegd door de maatschappij. Dat is de enige manier om zich te bevrijden van het maatschappelijke juk. Om de autonomie van vrouwen verder te bevorderen moeten het huwelijk en het gezin worden afgeschaft om plaats te maken voor andere samenlevingsvormen zoals communes.
 
Omdat Madeleine Pelletier pleit voor het recht op abortus, krijgt ze zware kritiek te verduren van de leden van de SFIO en de neomalthusisten met wie ze contact heeft. Volgens haar hangt vrijheid voor vrouwen nauw samen met goede seksuele voorlichting, seksuele vrijheid zoals mannen die ook hebben, en het zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam. Samen met Nelly Roussel hamert ze op het belang van seksuele voorlichting voor meisjes.
Door haar manier van kleden draagt ze ook haar ideeën uit: zo heeft ze kort haar en draagt ze herenkleding, zonder hiervoor de verplichte ‘travestievergunning’ aan te vragen bij het politiebureau. Voor haar is deze masculinisatie, door het dragen van een kostuum met een hoed, een blijk van emancipatie van de vrouw. Volgens historica Christine Bard ‘heeft ze een hekel aan haar vrouwelijkheid en probeert ze die te ontkennen’. Haar feminisme is subversief en welbewust grensoverschrijdend, vooral wat betreft haar eisen voor het recht op zelfverdediging en het laten meetellen van vrouwen op militair gebied. Om deze eisen kracht bij te zetten draagt ze een revolver bij zich.
 
Madeleine praktiseert een ‘militante maagdelijkheid’, dat wil zeggen dat ze weigert hetero- of homoseksuele relaties aan te gaan. Dit vormt een marginale stroming binnen het feminisme, die ze deelt met haar vakzuster Arria Ly. Het moederschap beschouwt ze als een van de oorzaken van de minderwaardigheid van de vrouw. Ze spreekt zich uit tegen het huwelijk en tegen de vrije liefde maar is voorstander van het celibaat, van de volledige gelijkheid voor vrouwen en van het recht op abortus. Ze haalt fel uit naar feministen die, onder meer, hun decolleté zien als teken van bevrijding. Volgens Madeleine is dit juist vernederend voor vrouwen. Zoals ze zelf zegt: ‘ik laat de mijne (borsten) zien zodra mannen broeken gaan dragen waarin je hun …. kunt zien’. Ze is radicaal, soms zelfs ronduit agressief in haar opvattingen en ze is zeer teleurgesteld door het merendeel van de feministen die ze te benepen en te bang vindt.
 
== Socialisme ==
In 1906 wordt ze lid van de SFIO, waar ze zich hard maakt voor de vrouwenrechten. Zo legt ze in november van dat jaar een voorstel neer bij het partijcongres om vrouwen kiesrecht te geven. Dit voorstel wordt unaniem (op zes stemmen na) aangenomen. Na deze ogenschijnlijke overwinning verandert er echter niets; vanuit de partij wordt geen actie ondernomen om een wet in te dienen voor het stemrecht voor vrouwen. Zowel binnen de feministische beweging als binnen de socialistische partij strijdt ze met hetzelfde fanatisme voor haar zaak. In een artikel voor de krant La Guerre sociale verdedigt ze het plegen van aanslagen tegen steunpilaren van het kapitalistische bolwerken. Als vooraanstaand lid van de hervéïstische beweging ziet ze politieke actie als voorbode van een burgeroorlog. Goedbeschouwd is de Franse Republiek voor haar een bedrieglijke illusie om de onderwerping van de arbeidersklasse te laten voortbestaan. Om zich hieraan te ontworstelen moeten de arbeiders zich verenigen en een revolutie ontketenen.
 
== Neomalthusianisme ==
Binnen de SFIO komt Madeleine in aanraking met de ideeën van het neomalthusianisme. Geboortebeperking kan in deze optiek arbeiders helpen om uit de armoede te raken en om hun kinderen een betere opleiding te geven. De krant La Guerre sociale biedt haar een podium voor artikelen over dit thema, maar de minachting voor vrouwen zonder seksuele relatie kwetst haar, als ‘militant celibatair’. Ze schrijft veel over de neomalthusiaanse theorie, waaronder een stuk getiteld ''Le droit à l’avortement'' in het blad Le Malthusien in september 1911.
Vrijmetselarij
Korte tijd later wordt Stuart Mills onafhankelijk. Hoewel ze niet meer welkom is bij de GLSE, blijft Madeleine aanhanger van de vrijmetselarij. Na de oorlog sluit ze zich aan bij de gemengde loge Droit Humain opgezet door Maria Deraismes. In 1937 wordt ze lid van de pacifistische vrijmetselaarsbroederschap Mundia.
 
== Haar denkbeelden ==
Het gedachtegoed dat Madeleine Pelletier ontwikkelt vóór de Eerste Wereldoorlog blijft redelijk ongewijzigd, waarbij de ideeën van Sigmund Freud en Alexandra Kollotaï haar sterken in haar opvattingen. Zo ziet ze een nauwe samenhang tussen het individuele gedachtegoed en de maatschappij. De psychologie van het individu wordt gevormd door sociale interactie, waardoor de maatschappij zich ontwikkelt. Morele waarden staan niet meer op zichzelf maar hangen samen met de regels binnen de sociale klasse waartoe iemand behoort. Vooral arbeiders zouden zich moeten verenigen om het individualisme van de gegoede burgerij te bestrijden. Ze moeten zich daarbij vooral niet laten verblinden door de typische burgerprincipes van natie en vaderland. De enige manier om een beter leven te krijgen voor de arbeiders begint volgens haar met een revolutie. In 1913 schrijft ze in Justice sociale: ‘Alle of bijna alle vooruitgang op sociaal gebied komt voor uit revoluties.’ Om deze revolutie te leiden, en om meer in het algemeen de maatschappij te leiden, is een hoog ontwikkeld persoon nodig, een gids die uitstijgt boven het gemiddelde niveau van de bevolking. Een dergelijke maatschappij, voortgekomen uit de proletarische revolutie, zal collectivistisch zijn maar zeker niet meteen de ideale samenleving vormen. De revolutie is slechts het begin van de hervorming van de maatschappij, en niet een doel op zich.
Volgens haar kan alleen een ‘verlichte avant-garde’ deze verwachtingen realiseren. Zo denkt ze dat ‘de kracht van het feminisme te vinden is bij de intellectuele elite van het land, dat wil zeggen bij een groep ontwikkelde en hoog opgeleide mannen en vrouwen die weten welke kwesties er spelen in de wereld, en die niet gehinderd worden door seculiere vooroordelen.’ Op basis van deze gedachte gaat ze ervan uit dat de arbeidersklasse de laatste klasse is waar het feminisme voet aan de grond zal krijgen. Naar haar idee moet het feminisme voor vrouwen een vanzelfsprekendheid worden, een manier van leven die de boventoon voert. Zo schrijft ze in 1909: libertair, socialistisch, syndicalistisch, pacifistisch, vrouwen zijn van alles een beetje, maar ze zouden er beter aan doen om puur feministisch te worden, en daarnaar te leven.
}}
 
{{DEFAULTSORT:Pelletier, Madeleine}}
[[Categorie:Frans feminist]]
[[Categorie:Frans vrijmetselaar]]