Broodboom (Moraceae): verschil tussen versies

12 bytes toegevoegd ,  1 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
}}
 
De '''broodboom''' (''Artocarpus altilis'' uit het [[Grieks]] artos (= brood) + karpos (= vrucht), [[Synoniemsynoniem (plantkunde)|synoniem]]: ''Artocarpus communis'') is een tot 30 m hoge, [[eenhuizig]]e, in droge tijden [[bladverliezend]]e [[Boomboom (plant)|boom]], die verwant is aan de [[nangka]] (''Artocarpus heterophyllus'') en de [[tjampedak]] (''Artocarpus integer'').
 
De grote, verspreid staande [[blad]]eren zijn glanzend groen en bestaan uit vijf tot elf puntige lobben. Het blad is tot 90 x 50 cm groot en in omtrek eirond. De kleine [[bloem (plant)|bloemen]] groeien per geslacht gescheiden in [[bloeiwijze]]n in de bladoksels.
 
De vrucht van de broodboom wordt "broodvrucht" genoemd. De broodvrucht is een [[Samengesteldesamengestelde vrucht|vruchtverband]], dat zich uit de totale vrouwelijke bloeiwijze ontwikkelt. De ronde of eivormige [[Vruchtvrucht (plant)|vrucht]] heeft een diameter tot 30 cm en kan meer dan een kilogram wegen. De groene tot geelgroene, doffe schil is in onregelmatige, vier- tot zeszijdige velden verdeeld, die elk uit een bloem zijn ontstaan. Er bestaan [[Vruchtbaarheidvruchtbaarheid|fertiele]] zaadvormende rassen en [[Onvruchtbaarheid|steriele]] zaadloze rassen. De fertiele zaadvormende rassen dragen op ieder segment van de schil een, tot een centimeter lange, zachte, groene stekel. De bladeren van deze rassen zijn bijna tot aan de middennerf ingesneden. De vaker geteelde zaadloze types hebben vlakke, stekelloze segmenten en minder diep ingesneden bladeren. In jonge broodvruchten is het vruchtvlees vast, melig en sterk latexhoudend; rijpend wordt het schilferig-vezelig, sappig, zacht en uiteindelijk breiigbrijig. De vruchten zijn erg belangrijk als [[basisvoedsel]] in de tropen.
 
== Gebruik ==
De broodboom komt voor in [[Zuidoost-Azië]] en [[Polynesië]]. Wereldwijd wordt de broodboom in de [[Tropentropen (geografie)|tropen]] tussen beide 17e breedtegraden gekweekt.
 
De samengestelde vrucht van de broodboom, "broodvrucht" genoemd, is ongeveer zo groot als een [[grapefruit]] en bevat veel zetmeel. De smaak doet aan [[aardappel]]s en vers [[brood]] denken. De [[Zaadzaad (plant)|zaden]] worden "broodnoten" genoemd. Een broodboom kan afhankelijk van de regio 50-200 tot tweehonderd van zulke vruchten per jaar krijgen. De vrucht is daarom een [[basisvoedsel]] geworden voor de [[Polynesiërs]], die de broodboom waarschijnlijk vanuit [[Nieuw-Guinea]] over hun gehele woongebied hebben verspreid, behalve naar [[Nieuw-Zeeland]] en [[Paaseiland]], waar het voor de boom te koud is.
 
De eerste serieuze poging van Europeanen om de broodvrucht in exploitatie te nemen was de expeditie van kapitein [[William Bligh]] op de [[HMS Bounty|Bounty]] naar [[Tahiti]] in 1787, die als doel had om daar broodbomen op te kweken, ze te verzamelen en mee te brengen, voor verspreiding in de Engelse [[Kolonie (staatkundig)|koloniën]] als goedkope voedingsbron voor slaven. Na vijf maanden op Tahiti werd de terugweg aanvaard met meer dan duizend broodboomplanten aan boord, die echter door de beruchte [[Muiterij op de Bounty|muiterij]] hun bestemming nooit bereikt hebben.
3.472

bewerkingen