Jan-Carl Raspe: verschil tussen versies

23 bytes verwijderd ,  5 maanden geleden
Verduidelijkt waarvoor hij werd veroordeeld.
k
(Verduidelijkt waarvoor hij werd veroordeeld.)
'''Jan-Carl Raspe''' ([[Seefeld in Tirol|Seefeld]], [[24 juli]] [[1944]] – [[Stuttgart]], [[18 oktober]] [[1977]]) was een [[Duitsland|Duitse]] links-radicaalterrorist, activistaangesloten en politiek gevangene. Hij was lid vanbij de sociaalradicaal-revolutionaire stadsguerrillabeweginglinkse [[Rote Armee Fraktion]] (RAF).
 
[[Bestand:Grabstätte Baader, Raspe, Ensslin.jpg|miniatuur|Graf van [[Andreas Baader|Baader]], Raspe en [[Gudrun Ensslin|Ensslin]].]]
Jan-Carl Raspe groeide op in [[Oost-Berlijn]]. Toen de [[Berlijnse Muur]] in 1961 werd gebouwd, was hij in [[West-Berlijn]]. Hij bleef hier bij zijn oom en tante wonen. In 1963 behaalde hij zijn middelbare-schooldiploma en ging scheikunde studeren aan de Vrije Universiteit van Berlijn. Een jaar later stapte hij over op sociologie en studeerde daarin ''cum laude'' af<ref>Op het onderzoek ''Zur Analyse einiger wichtiger Aspekte der Sozialisationsbedingungen proletarischer Kinder'', Helge Lehmann, Bonn 2011, p.169, cfr. infra.</ref>. In 1967 was hij medeoprichter van de [[Kommune II]]; hier leerde hij ook [[Marianne Herzog]] kennen, een vriendin van [[Ulrike Meinhof]]. In deze tijd werkt hij ook als verslaggever en doet bij voorbeeld verslag<ref>In een Berlijns dagblad namens ''Telegraf''.</ref> van het bezoek van de Amerikaanse vice-president [[Hubert Humphrey]] aan West-Berlijn, en een mislukte ludieke aanslag op hem (de 'Pudding-Aanslag'). Voorts houdt het verzet tegen de Noodwetten hem bezig, en demonstreert hij ook tegen het bezoek van de sjah van Perzië, waarbij de student [[Benno Ohnesorg]] doodgeschoten wordt door de politie. In 1969 stapt hij uit de zieltogende Kommune II en trekt conclusies uit dit, volgens hem, in menselijk opzicht positieve<ref>Raspe et.al.: ''Kommune 2'', Berlin, 1969, p.140.</ref> doch z.i.maar door politieke isolatie mislukte experiment.<ref>Raspe et.al.: ''Kommune 2'', Berlin, 1969, p.295.</ref> Hij gaat weer op zichzelf wonen met Herzog.
Ergens einde 1970 trad hij toe tot de "Baader-Meinhof Groep". Op 1 juni 1972 werd Raspe na een schotenwisseling, samen met [[Andreas Baader]] en [[Holger Meins]] door de politie in [[Frankfurt am Main]] gearresteerd. Hij werd ervan verdacht betrokken te zijn bij het [[Mei-Offensief]], en voortsuiteindelijk tot levenslang veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij een reeks bomaanslagen die aan vier mensen het leven kostte. Ook werd hij verdacht van een bankoverval en bij een inbraak in een gemeentehuis om documenten te stelen. Details hieromtrent ontbreken echter.
 
Op 18 oktober 1977 werd Jan-Carl Raspe zwaargewond vanmet een schotwond in zijn celhoofd aangetroffen in zijn cel, met een vuurwapen naast zich. In het ziekenhuis overleed hij. Ook Andreas Baader en [[Gudrun Ensslin]] werden dood in hun cel aangetroffen, terwijl [[Irmgard Möller]] ernstig gewond was met steekwonden. De Duitse overheid stelt dat ze zelfmoordalle hebbendrie zelfmoord gepleegdpleegden; een lezing die door onder meer de Nederlandse advocaat [[Pieter Herman Bakker Schut|Pieter Bakker Schut]] en de Duitse publicist [[Helge Lehmann]] bestreden wordtwerd.<ref>Onder anderen door Pieter Bakker Schut: ''Stammheim. Der Prozess gegen die Rote Armee Fraktion'', Neuer Malik Verlag, Kiel 1986, ISBN 3-89029-010-8; als heruitgave onder de titel: ''20 Jahre Stammheim – Die notwendige Korrektur der herrschenden Meinung'', Pahl-Rugenstein Verlag, Bonn 1997, ISBN 3-89144-247-5; 2. bearb. Aufl. 2007, ISBN 978-3-89144-247-0.</ref><ref>Helge Lehmann: ''Die Todesnacht in Stammheim. Eine Untersuchung. Indizienprozess gegen die staatsofizielle Darstellung und das Todesermittlungsverfahren'', Pahl-Rugenstein Verlag, Bonn 2011 e.v., ISBN 978-3-89144-437-5</ref>
Op 1 juni 1972 werd Raspe na een schotenwisseling, samen met [[Andreas Baader]] en [[Holger Meins]] door de politie in [[Frankfurt am Main]] gearresteerd. Hij werd tot levenslang veroordeeld.
 
Op 18 oktober 1977 werd Jan-Carl Raspe zwaargewond van een schotwond in zijn cel aangetroffen. In het ziekenhuis overleed hij. Andreas Baader en [[Gudrun Ensslin]] werden dood in hun cel aangetroffen, terwijl [[Irmgard Möller]] ernstig gewond was met steekwonden. De Duitse overheid stelt dat ze zelfmoord hebben gepleegd; een lezing die door onder meer de Nederlandse advocaat [[Pieter Herman Bakker Schut|Pieter Bakker Schut]] en de Duitse publicist [[Helge Lehmann]] bestreden wordt.<ref>Onder anderen door Pieter Bakker Schut: ''Stammheim. Der Prozess gegen die Rote Armee Fraktion'', Neuer Malik Verlag, Kiel 1986, ISBN 3-89029-010-8; als heruitgave onder de titel: ''20 Jahre Stammheim – Die notwendige Korrektur der herrschenden Meinung'', Pahl-Rugenstein Verlag, Bonn 1997, ISBN 3-89144-247-5; 2. bearb. Aufl. 2007, ISBN 978-3-89144-247-0.</ref><ref>Helge Lehmann: ''Die Todesnacht in Stammheim. Eine Untersuchung. Indizienprozess gegen die staatsofizielle Darstellung und das Todesermittlungsverfahren'', Pahl-Rugenstein Verlag, Bonn 2011 e.v., ISBN 978-3-89144-437-5</ref>
 
== Publicatie ==
9

bewerkingen