Cognitieve taalkunde: verschil tussen versies

205 bytes verwijderd ,  5 maanden geleden
Langacker was geen linguïst, maar een Gestalt-psycholoog; niet adequate, warrige presentatie verwijderd; laatste alinea vol woordenpraal nog onduidelijk, voor een volgende keer
k (Robot: Verplaatsing van 23 interwikilinks. Deze staan nu op Wikidata onder d:q508969)
(Langacker was geen linguïst, maar een Gestalt-psycholoog; niet adequate, warrige presentatie verwijderd; laatste alinea vol woordenpraal nog onduidelijk, voor een volgende keer)
De '''cognitieve taalkunde''', of '''cognitivistische taalkunde''', of het '''cognitivisme''', is een stroming binnen de [[Taalkunde|linguïstiek]] die vertrekt vanuit de cognitieve[[cognitie]]ve processen die aan taal inherent zijn,. enHet netcognitivisme omstaat diedaarmee redentegenover de [[mentalistische taalkunde|antimentalistisch]] is. Beide richtingen zijn verwant met de [[taalpsychologie]]
 
CognitieveDe voorstellingencognitivistische benadering van [[taal]] wordenbestudeert gekenmerktde doormanier hunwaarop vooronderstellingtaalgebruikers datverschillende taalgebruikersmentale gemeenschappelijkevoorstellingen geestelijkeof ideeën''construals'' bezitten bijtijdens datgenehun watonderlinge tussen hen gecommuniceerd wordt; dit zijn decommunicatie. zogenaamdeDeze ''construals'', conceptualisatieszijn van uitdrukkingen[[concept op een psychologisch niveau(filosofie)|conceptualisaties]], waarin spatiale (ruimtelijke) relaties, en acties van entiteiten[[entiteit]]en ten opzichte van elkaar als het ware, in de geest 'veraanschouwelijkt worden. In de modellen van [[Ronald Langacker|Langacker]], die onder de [[cognitieve grammatica]] ressorteren, wordt dit uitgedrukt in termen van een ''trajector'' ten(mentaal opzichte van eenof ''landmarkcognitief'', eenworden referentiepunt waartegenover de relatie begrijpelijk wordtverwerkt). Bijvoorbeeld:
 
De twee zinnen
 
* De deur opent.
* De deur wordt geopend.
* De deur opentgaat open.
 
Inzijn eenvoor cognitievede analysecognitief zijn dittaalkundige twee volstrekt verschillende uitdrukkigenuitdrukkingen: in ''geopend worden'' impliceertligt eende entiteit,nadruk op een actor (iemand die handelt) die de deur opent. ''De deur opentgaat open'' stelt dehet scèneopengaan zo voor alsofvan de deur op zichzelf opent, encentraal; degene die de deur opent, is nietblijft in de laatste ''construal'' aanwezigbuiten beeld. De twee zinnen ''profileren'' zich dus anders vanuit eneen profileringzelfde, gegeven werkelijkheid. Profilering is een kernbegripbasisconcept inbinnen hetde cognitieve cognitivismetaalkunde.
 
Cognitieve taalkunde heeft vaak weinigminder aandacht voor de formele syntaxis,benadering invan diede zinzinsbouw datof ''[[syntax]]'': syntactisch-grammaticale verbanden binnen een zin in feite semantische nuanceszinsverbanden zijn, die aanvanuit de handcognitivistische vanbenadering hetgeen cognitieveformele, modelmaar kunnenevenzogoed wordenbetekenisdragende voorgesteldof en hun eigen volwaardige betekeniscomponenten''[[semantiek|semantisch]]e'' tot de algemene betekenis bijdragennuances. Met andere woorden: een formeel verschil in zinsbouw is voor een cognitivist in eerste instantie een betekenisverschil:. eenEen elementjeelement als het [[lidwoord]] ''het'' of het werkwoords[[morfeem]] ''-en'' heeft in een taalkundig-cognitieve benadering een duidelijke ''betekenis'', enhet dient niet louter omals aanduiding van een "grammaticale klasse" (diteen concept wordtdat door de cognitieve taalkunde overigens gecontesteerdniet wordt erkend), danof welvan een grammaticaal verband binnen de zin aan te geven. Zodoende bestaan inIn de cognitieve taalkunde bestaan dan ook geen betekenisloze elementen; wanneerieder ietstaalelement aanwezigheeft is, betekent hetzijn automatisch ook iets[[denotatie|betekenis]].
 
Incorporatie van technisch-fonologische[[fonologie|Fonologische]] aspecten is([[dialect]], voor[[sociolect]]) cognitivistenlaat niethet aancognitivisme debuiten orde:beschouwing. enkelAlleen indienals de 'wijze waarop iets gezegd wordt' eende invloed[[denotatie|betekenis]] opvan deeen betekenisuiting uitoefentbeïnvloedt, wordt de specifieke vorm van deeen uitdrukkingtaaluiting in rekening gebracht. Dit houdt in dat verschillen in regionale accenten, klemtonen etc.en dergelijke niet de kern van de zaakcognitieve taalkunde zijnvormen: wat telt is de psychologische voorstelling. Karakteristiek voor het cognitivisme is desalniettemin zijnde nadruk op communicatie, vermits ''construals'' voor collectief geldend gehouden worden.
 
De ambitie van de cognitieve taalkunde bestaatstreeft erin,ernaar het heledagelijks fenomeentaalgebruik vanop depsychologisch taalverantwoorde zoalswijze, ze daadwerkelijken in de realiteitzijn voorkomttotaliteit, op psychologisch verantwoorde wijze te overkoepelenbeschrijven. Hierin onderscheidt zijhet cognitivisme zich van de [[mentalistische taalkunde|mentalistische]] aanpak zoals vooropgesteld doorvan [[Noam Chomsky|Chomsky]], die een [[cartesiaans]] (niet-[[empirisme|empirisch]]) principe van meta-talige introspectie('die voorstaat,het zonderdagelijks noodzakelijkerwijzetaalgebruik voelingoverstijgt') metbenadering de cognitieve aannemelijkheid vanvoorstaat, de analyses te onderhouden, en met ampele voorziening voor lege en theoretisch gepostuleerde elementen, zoalszogenaamde [[nulmorfeem|nulmorfemen]]generatieve en [[nulallomorfgrammatica]]en. De twee taalkundige benaderingen zijn in wezenwezenlijk tegengesteld aan elkaar, ofschoon ze beidenbeide opvan introspectiede berusten:individuele taalgebruiker uitgaan. De mentalistische taalkunde streeft immersechter naar een mathematisch systeem, zonder een daadwerkelijke intersubjectieve toets, terwijl cognitieve taalkunde de taal als een collectief-psychologisch en dus reëel voorkomend sociaal verschijnsel benadert.
 
De cognitieve taalkunde ishoudt tevenszich warsook vanniet bezig met [[constructionele taalkunde|constructionele]] beslommeringen;. Het zijcognitivisme streeft niet naar valentiedescripties van syntactische participanten (zie hiervoor [[constructiegrammatica]]) — indien een constructie aanwezig is, dan kan dit als een cognitief verband worden gerepresenteerd. Diachroniciteit binnen de taal is evenwel, door de noodzaak aan werkelijke, denkende geesten, een vrijwel compleet verwaarloosde factor: voor [[grammaticalisatie]]studies kan men zich weliswaar op het cognitieve fundament van de construal beroepen, maar men blijft hiervoor afhankelijk van contextuele inferentie, aangezien taalgebruikers uit significant vroegere taalstadia nu eenmaal dood zijn.
 
[[Categorie:Deelgebied van taalkunde]]
6.010

bewerkingen