Surinaamse parlementsverkiezingen 1866: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
Bij deze verkiezingen mochten alleen mannen die aan bepaalde voorwaarden voldeden ([[censuskiesrecht]]) stemmen. Bij de eerste ronde waren er 226 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen.  Er waren negen zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de volstrekte meerderheid nodig (minstens 114 stemmen). Vier kandidaten voldeed aan die voorwaarde. Bij de 'herstemming' konden alleen de tien kandidaten die nog niet verkozen waren maar in de eerste ronde de meeste stemmen kregen, meedoen. Hiervan werden de vijf kandidaten met de meeste stemmen verkozen tot Statenlid.
 
De Koloniale Staten begon op 8 mei 1866 (tweede2e dinsdag van mei) het eerste zittingsjaar met de volgende dertien leden:
 
{| class="wikitable sortable"