Arnold II (IV) van Bentheim-Tecklenburg: verschil tussen versies

k
Arnold is de zoon van graaf [[Eberwin III]] van [[Graafschap Steinfurt|Bentheim-Steinfurt]] (ä. L.) en gravin [[Anna van Tecklenburg-Schwerin]]. Zijn jeugdjaren bracht hij door in Stift [[Leeden]] bij Tecklenburg met zijn zuster Walburga.
 
Dankzij zijn moeder ontving hij een speciale geestelijke opleiding. Hij volgde de prinselijke opleiding in [[Jülich|Gulik]] om de "schone kunsten, talen en ridderlijke oefeningen" te leren. De jonge graaf voltooide deze onder leiding van zowel een katholieke als een gereformeerde leraar. In 1571 ging hij naar het "[[Academisch Gymnasium]]" in Straatsburg. Daar studeerde hij protestantse theologie, rechten en politiek. Arnold moet als onderdeel van zijn [[Grand tour]] na de studie in Straatsburg ook het franse hof in Parijs bezoeken. Dit plan verviel toen de [[protestantse]] graaf hoorde over de excessen in de [[Bartholomeusnacht]]. Zijn opleiding zet hij voort aan het landgrafelijk Hessische hof in Kassel.
 
Door erfenis en huwelijk verkreeg en verenigde hij een aanzienlijk aantal kleine territoria. Het waren de graafschappen [[Graafschap Bentheim|Bentheim]], [[Graafschap Tecklenburg|Tecklenburg]], [[Graafschap Steinfurt|Steinfurt]], [[Graafschap Limburg aan de Lenne|Limburg aan de Lenne]], Nederrijnse bezittingen, de [[heerlijkheid Rheda]] en [[Vogteirechte]] in het [[keurvorstendom Keulen]]. Als gevolg daarvan nam de politieke betekenis van het gravenhuis [[Graafschap Bentheim-Tecklenburg|Bentheim-Tecklenburg]] toe. Dit kon echter niet worden gehandhaafd vanwege het ontbreken van het eerstgeboorterecht en daaropvolgende erfenissen met landopsplitsingen. Tijdens zijn bewind had graaf Arnold ook te maken met een opvolgingsproces met de graven van [[Graafschap Solms-Braunfels|Solms-Braunfels]] vanwege het graafschap Tecklenburg.
159.570

bewerkingen