Les Très Riches Heures du duc de Berry: verschil tussen versies

k
cosmetisch
k (cosmetisch)
'''Les Très Riches Heures du duc de Berry''' ([[Frans]] voor ''De zeer rijke uren van de hertog van Berry'') is een rijk [[Boekverluchting|geïllumineerd]] [[getijdenboek]], besteld rond [[1410]] door [[Jan van Berry]] en gedeeltelijk vervaardigd door de befaamde miniatuurschilders de [[gebroeders Van Limburg]]. Van de 66 grote [[Boekverluchting#Miniaturen|miniaturen]] in het handschrift zouden er 35 van hun hand zijn en 25 van de 65 kleinere worden door moderne onderzoekers aan hen toegeschreven.<ref>Patricia Stirneman, The King of Illuminated Manuscripts The Très Riches Heures, in The Limbourg Brothers Nijmegen Masters a the French Court 1400-1416, ed. Rob Dückers Pieter Roelofs, Ludion 2005, p.&nbsp;113.</ref> Het [[Handschrift (boek)|manuscript]] bevindt zich in het [[Musée Condé]], dat is ondergebracht in het [[Kasteel van Chantilly]], met als signatuur Ms.65.
 
Nadat het [[15e eeuw|15e-eeuwse]] boek in de 19e eeuw opnieuw opdookwas opgedoken, werd het werk snel befaamd, ondanks het feit dat het vrij ontoegankelijk was en blijft voor het grote publiek. Pas in de jaren 1980, bij de realisatie van een [[facsimile]], werd het handschrift volledig uit elkaar gehaald en kon het publiek de miniaturen naast elkaar op een tentoonstelling in Chantilly bewonderen. Met zijn 66 bladgrote en 65 kleinere miniaturen en honderden versierde [[initiaal|initialen]] is het werk een staalkaart van de miniatuurkunst en de boekverluchting van de 15e eeuw. Voor de miniaturen, de [[Marge (handschrift)|margeversiering]], de initialen, de lijnvullers, maar ook voor het schrijven van de tekst werd beroep gedaan op talloze kunstenaars. De artiesten die aan het boek meewerkten vormen nog steeds het onderwerp van wetenschappelijk en kunsthistorisch onderzoek.
 
''Les Très Riches Heures'' is ongetwijfeld een van de belangrijkste verluchte manuscripten uit die tijd en het wordt soms, "le roi des manuscrits enluminés" ("de koning van de verluchte manuscripten") genoemd.<ref>http://historymedren.about.com/od/booksofhours/p/riches_heures.htm</ref> Het wordt gerekend tot de hoogtepunten van de [[Gotische kunst|gotische]] schilderkunst.
== Geschiedenis ==
=== De gebroeders Van Limburg ===
[[Bestand:Folio 48r - The Annunciation to the Shepherds.jpg|miniatuur|Verkondiging aan de herders, f48r, door de gebroeders van Limburg, lay-out faseoutfase 1]]
Nadat de Bourgondische hertog [[Filips de Stoute]] in 1404 overleden was, traden de broers in dienst bij hertog Jan van Berry, zoon van koning [[Jan II van Frankrijk|Jan de Goede]], broer van koning [[Karel V van Frankrijk|Karel V]] en van Filips de Stoute en oom van de regerende koning [[Karel VI van Frankrijk|Karel VI]]. De prachtlievende Jan van Berry was een verwoed verzamelaar en kunstliefhebber en hij liet het ene getijdenboek na het andere maken. Hij geeft aan de drie broers Paul, Herman en Johan de opdracht voor de ''Très Riches Heures'' waarschijnlijk omstreeks 1410<ref>Raymond Cazelles & Johannes Rathofer, ''Les Très Riches Heures du Duc de Berry'', Tournai: La Renaissance du Livre, 2001 (1e. uitg. 1988), 238 p. ({{ISBN|2-8046-0582-5}}), p.&nbsp;216</ref> of 1411<ref>Patricia Stirnemann, ''Les ouvriers de Monseigneur'', in Patricia Stirnemann, Inès Villela-Petit, Les Très Riches Heures du duc de Berry et l'enluminure en France au début du XVe siècle, Paris, Somogy éditions d'art / Musée Condé, 2004, p.&nbsp;48</ref> nadat ze in 1408-1409 ''[[Belles heures du duc de Berry|Les belles heures]]'' hadden beëindigd. Maar daarvoor had de hertog al een ganse verzameling van getijdenboeken aangelegd met als bijzonderste [[Petites heures du duc de Berry|Les petites heures]] afgewerkt omstreeks 1390, waarin hij Paul een miniatuur laat toevoegen in 1412, [[Très belles heures du duc de Berry|Les très belles heures]] ca.1402, [[Grandes Heures du duc de Berry|Les grandes heures]] ca. 1409 en Les [[Très belles heures de Notre-Dame]] dat in 1405 voor het afgewerkt was, gesplitst werd in twee handschriften waarvan het tweede gedeelte gekend is onder de naam [[Turijn-Milaan-Getijdenboek]].
 
Het boek werd in 1881 door Léopold Delisle geïdentificeerd als een item uit de inventaris van de bezittingen van de hertog van Berry die werd opgesteld na zijn overlijden in 1416 en dat werd beschreven als:{{citaat|'Item, en une layette plusieurs cayers d’unes tres riches Heures que faisoient Pol et ses frères, tres richement historiez et enluminez; prisez Vc liv.tournois|<ref>Vrij vertaald: item, meerdere katernen in een koffertje van een zeer rijk getijdenboek dat gemaakt werd door Pol en zijn broers, zeer rijkelijk gehistorieerd (van miniaturen voorzien) en verlucht, geschat op 500 livres tournois.</ref><ref>Inventaires de Jean duc de Berry (1401-1416) publiés et annotés par Jules Guiffrey, 1894-1896, II, 280, nº 1164.</ref>}}
Deze afbeelding toont het werk op het veld tegen de achtergrond van het kasteel van [[Lusignan (Frankrijk)|Lusignan]] in Poitou. Het kasteel van Lusignan was vanaf 1374 als [[apanage]] in bezit van Jean de Berry en het was tot aan zijn dood een van zijn geliefde verblijfplaatsen.
 
Rechtsboven het kasteel zweeft de fee [[Melusine|Mélusine]], de beschermvrouwe van het kasteel. Het verhaal van Mélusine was bekend uit de roman ‘La noble histoire de Lusignan’ van Jean d’Arras geschreven voor Jean de France duc de Berry in 1393, waarin men hem opvoert als de rechtmatige erfgenaam van het kasteel dat door de fee gebouwd werd. Linksboven zijn een herder en zijn hond met een kudde schapen te zien; drie boeren werken in een wijngaard. Op de kruising van de veldwegen zien we een 'Montjoie' die misschien als grenspaal van het domein kan geïnterpreteerd worden. Op de voorgrond is een boer aan het ploegen achter twee ossen, een rood-gekleurd, de andere zwart. De afbeelding van de ploeg is tot in detail uitgevoerd. Deze miniatuur is volgens sommigen niet van de hand van de gebroeders van Limburg, maar wel van de zogenaamde ''tussenschilder'' die aan het handschrift werkte omstreeks 1440-1450. Het is een van de eerste miniaturen waarop schaduwen (van de ossen en de boer) worden afgebeeld. [[Giotto di Bondone|Giotto]] en [[Pietro Lorenzetti]] hadden dit in de dertiende13e eeuw ook al gedaan maar eerder voor gebouwen en rotspartijen en dergelijke. Ook de meester van het altaar uit Wittingau (in Zuid-Bohemen) was begonnen met het schilderen van schaduw maar de artiest die deze miniatuur maakte is de eerste die dit zo duidelijk en correct toepast op personen in de miniatuurschildering.<ref>Lilian Schacherl, Très Riches Heures, Behind the Gothic Masterpiece, 1997, Prestel New York, pp.&nbsp;50-52.</ref> Het gebruik van schaduw is trouwens ook te zien op de miniatuur van de maand oktober en dit pleit voor de identificatie van deze tussenschilder als Barthélemy d'Eyck, die ook in met zekerheid aan hem toegeschreven werken een meester was in het weergeven van schaduw.
 
==== April ====
De afbeelding bij de maand juli toont verschillende werkzaamheden van landarbeiders. Aan de linkerkant op de illustratie zijn twee mannen met behulp van een [[Sikkel (werktuig)|sikkel]] bezig met het maaien van het graan. De figuur aan de linkerkant vertoont een opvallende gelijkenis met de middelste man in de afbeelding bij de maand juni. Onder zijn openvallende kleding is zijn ondergoed zichtbaar. Rechts zijn een man en een vrouw bezig met het scheren van de schapen. Zij hebben elk een dier op hun schoot, de wol verzamelt zich aan hun voeten.
 
Op de achtergrond bevindt zich een driehoekig kasteel dat in het bezit was van de hertog. Dit niet meer bestaande gebouw bevond zich aan de samenvloeiing van de rivieren de Clain en de Boivre, nabij [[Poitiers]]. Al in de twaalfde12e eeuw stond hier een kasteel, maar het werd door de hertog verbouwd tot de opvallende vorm die hier wordt getoond. Het kasteel werd omspoeld door de Clain en op het voorplan zien we de Boivre uitmonden in de Clain. Het kasteel was te benaderen via een houten voetbrug die verdedigd werd door een toren en waarvan het laatste deel als ophaalbrug was uitgevoerd. Rechts daarnaast staat een kapel. Op de verdere achtergrond zijn gebouwen te zien die zich aan de overkant van de rivier bevinden.
 
==== Augustus ====
Het tafereel dat hier uitgebeeld wordt, verwijst naar de ''glandée'', dat was het recht dat de boeren hadden om hun varkens in het bos de eikels en eventueel de beukennootjes te laten vreten, men noemt dit het akeren. Normaal was alles wat in het bos groeide en bloeide eigendom van de heer maar het was een traditie, al in voege bij de [[Kelten]], gegroeid uit het [[gewoonterecht]] dat tussen begin september tot eind oktober, afhankelijk van de streek, de boeren hun varkens het woud mochten insturen voor de eikeloogst. Dikwijls werd de heer vergoed door een of meer varkens af te staan in functie van het aantal varkens die van het recht gebruik hadden gemaakt. Dit thema werd dikwijls afgebeeld in middeleeuwse miniaturen, glasramen en sculpturen en men associeerde het thema dan vaak met de parabel van de verloren zoon, die de varkens hoedde voor hij naar zijn vader terugkeerde.
 
Centraal in de illustratie staat een zwijnenhoeder. Hij staat op het punt een tak in de bomen te gooien, zodat de door de dieren gezochte eikels omlaag zullen vallen. Zijn hond houdt toezicht op het tafereel. Op de achtergrond zijn andere boeren in het bos te zien, die eveneens hun varkens hoeden. Het landschap in de achtergrond, met een burcht in de marge een berg en een rivier die zich tussen de bergen in de verte slingert, wordt dikwijls met de streek van de Savoye geassocieerd, omdat het handschrift in het bezit was van Karel I van Savoye toen deze miniatuur gerealiseerd werd.
 
==== December ====
[[Bestand:Les Très Riches Heures du duc de Berry décembre.jpg|miniatuur|left|''December'']]
Over de maker of makers van de afbeelding voor de maand december zijn de kunsthistorici het niet eens. Sommigen, onder meer Meiss, houden het bij de gebroeders Van Limburg, maar tegenwoordig neemt men aan dat de miniatuur het werk is van Bartélemy d’Eyck, misschien op een [[ondertekening]] van de Limburgs.<ref name="smit">Victor M. Schmidt in The Limbourg Brothers: Nijmegen Masters at the French Court 1400-1416, ed. Rob Dückers, Pieter Roelofs, Ludion, 2005, p.&nbsp;181.</ref> Op de achtergrond is een serie van negen torens zichtbaar die deel uitmaakten van het [[Kasteel van Vincennes]]. Mogelijk stond hier al een kasteel in de twaalfde12e eeuw. Het werd in elk geval uitgebreid in de tijd van de grootvader van de hertog en wederom door zijn broer, koning Karel V. Dit is overigens ook het kasteel waar de hertog van Berry op 30 november 1340 werd geboren, maar de negen torens die we hier zien werden pas in 1364 gebouwd door Karel V. De plaat dateert uit 1415, toen de hertog 75 jaar oud was. De architectuur op deze illustratie staat verder op de achtergrond dan in de andere illustraties, waardoor het beeld op de voorgrond overheerst. Het kasteel komt ook voor op de achtergrond van een miniatuur van Jean Fouquet van omstreeks 1455, die ''Job op de mestvaalt'' voorstelt in het getijdenboek van Etienne Chevalier.
 
[[Bestand:Giovannino de' grassi, Animal studies from a notebook, Biblioteca Civica, Bergamo.jpg|miniatuur|Giovannino de Grassi, Schets uit zijn modellenboek]]
Het plan van Rome werd tussengevoegd na de getijden voor de weekdagen en voor de passiegetijden. Deze miniatuur heeft uiteraard helemaal geen uitstaans met een getijdenboek. Het plan is een ronde miniatuur in vogelperspectief van de stad met het zuiden bovenaan. Kaarten opstellen in ronde vorm was zeer gebruikelijk in de middeleeuwen zoals we kunnen zien in de talrijke [[Mappa mundi|mappae mundi]] die zijn bewaard gebleven.
 
De kaart is uiteraard niet accuraat, maar de meeste belangrijke gebouwen van de heilige stad kunnen worden herkend. Men kan best vertrekken van [[Sint-Paulus buiten de Muren]] en ook de Tiber is gemakkelijk te herkennen en biedt een referentiepunt. De stadsmuur op het plan is de omwalling van keizer Aurelianus uit de tweede helft van de derde3e eeuw. Links van Sint-Paulus zou dan de basiliek van [[Sint-Jan van Lateranen]] zijn en verder naar links zien we de roze tempel van [[Castor en Pollux]]. Gedurende de middeleeuwen verbleven de pausen meestal in het [[Lateraans Paleis]] in het complex van Sint-Jan en niet bij de [[Sint-Pietersbasiliek]]. Het was pas vanaf 1377 dat ze hun intrek namen in het [[Apostolisch Paleis|Vaticaan]]. Links van de tempel van Castor en Pollux, aanleunend tegen het aquaduct zien we de [[Santa Croce in Gerusalemme]]. Aan het einde van de rechterarm van het aquaduct zien we het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius met net daarnaast een nogal vreemde afbeelding van het [[Colosseum]]. Naast het Colosseum zien we de [[Palatijn]] met een groot gotisch gebouw en daaronder de [[Boog van Titus (Forum Romanum)|triomfboog van Titus]], de [[Santa Francesca Romana]] en het [[Capitolijn]] met een galg erop. Ook de [[zuil van Trajanus]] is terug te vinden links van het Capitolijn en links daarvan zien we de plaats, de witte rechthoek, waar Onze Lieve Vrouw het in een zomernacht had laten sneeuwen om aan te duiden waar er een basiliek moest gebouwd worden. Buiten de muren zien we de [[Milvische Brug|Ponte Milvio]] en het [[Engelenburcht|Castel Sant’ Angelo]]. We kunnen ook nog het eilandje in de Tiber herkennen en [[Trastevere]]. Daaronder zien we de Citta Leonina, later het Vaticaan genoemd met het complex van Sint-Pieter.
 
De overeenkomst van de kaart van Rome van de Limburgs met de kaart van Rome geschilderd door [[Taddeo di Bartolo]] in het Palazzo Pubblico in [[Siena (stad)|Siena]] is vrij opmerkelijk, maar ook een kaart in een handschrift met de "Samenzwering van Catilina" (De Coniuratione Catilinae) van [[Gaius Sallustius Crispus]] toont sterke overeenkomsten met die van de gebroeders van Limburg. Waarschijnlijk circuleerden nog ander voorbeelden ten tijde van de Limburgs waarop zij zich kunnen gebaseerd hebben.
* None: Christus sterft aan het kruis. – f153r – GvL
* Vespers: Kruisafname. – f156v – GvL
* Completen: Graflegging. -157r – JC
 
De ''Ego sum'' miniatuur die hierboven getoond wordt, is een zeer subtiel geschilderd nachtelijk tafereel. De enige verlichting komt van de halo van Christus, van een paar toortsen die nog flauwtjes branden en van de omgevallen lantaarn. Het tafereel toont de troep die naar de olijfhof kwam om Christus gevangen te nemen en ter aarde valt als hij zich kenbaar maakt. Dit tafereel wordt zelden gebruikt bij de passiegetijden, meestal toont men een tafereel met de judaskus en Petrus die het oor van [[Malchus]] afslaat. De sext heeft alleen een kleine miniatuur ter illustratie van psalm 21, f149v eindigt met de rubriek ‘ad sextam’ en f150r begint met de tekst ‘Deus in adiutorium meum ...’. De volbladminiatuur van de kruisdraging die normaal bij de sext zou horen, is als een diptiek gekoppeld aan de eerste miniatuur van de terts, ze horen trouwens qua stijl en opbouw duidelijk bij elkaar. Voor de overige uren hebben de Limburgs blijkbaar het standaardprogramma gevolgd.
10.244

bewerkingen