Zwaarden, paarden en ziektekiemen: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  8 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
(→‎Inhoud: kleine typfoutjes aangepast)
 
Volkeren in Eurazië verwierven daardoor een groter aanbod aan geschikt voedsel dat ook geschikt was voor opslag en vervoer. Hierdoor kon de bevolkingsdichtheid toenemen en hoefde niet iedereen bezig te zijn met de productie van voedsel. Er ontstonden vakspecialisten die zorgden voor de verwerking, opslag en herverdeling van voedselvoorraden en hieruit ontwikkelde zich een [[heersende klasse]] met een eigen [[bureaucratie]] en een paraat leger en zo ontwikkelden zich de eerste antieke [[Wereldrijk|wereldrijken]] en later nationale staten in Eurazië. Door veelvuldig contact met huisdieren en vee werden bovendien ziekteverwekkers van dier naar de mens overgedragen ([[zoönose]]). Het ontstaan van dorpen en steden vergemakkelijkte dit des te meer, daar deze broedplaatsen van ziektes waren door de opeenhoping van mensen en afval. Hierdoor trad natuurlijke selectie voor resistentie op: resistente individuen blijven leven en planten zich voort, niet-resistente individuen sterven voor ze zich kunnen voortplanten. Amerikaanse indianen hadden minder gedomesticeerde diersoorten terwijl jagers-verzamelaars ze in het geheel niet hadden, zodat zij ook geen ziekten bezaten die de Euraziatische invallers hadden kunnen treffen.
 
Euraziatische volkeren hadden hierdoor het drievoudige voordeel van een numeriekpolitiek overwicht, een technisch overwicht, en het voordeel van resistentie tegen ziekten.
 
{{Appendix|2=
Anonieme gebruiker