Installatieautomaat: verschil tussen versies

1.576 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
Geschiedenis over de automaat verbeterd evenals de aardlekautomaat en info over afwezigheid KEMA-KEUR bij ondeugdelijke schroefautomaten toegevoegd (https://historicpittsburgh.org/islandora/object/pitt:20170323-hpichswp-0019) en (http://www.bouwtechnisch-rapport.nl/bouwkundige-keuring/voorbeeldrapport%20bouwplexx.pdf) (pagina 42 onderaan).
(Versie 53792841 van HVinduction (overleg) ongedaan gemaakt. Onzinverhaal over kortsluitvastheid alweer verwijderd. Het is aantoonbaar onjuist, lees eerst een datasheet voor je er die 3kA weer in terugzet!.)
Label: Ongedaan maken
(Geschiedenis over de automaat verbeterd evenals de aardlekautomaat en info over afwezigheid KEMA-KEUR bij ondeugdelijke schroefautomaten toegevoegd (https://historicpittsburgh.org/islandora/object/pitt:20170323-hpichswp-0019) en (http://www.bouwtechnisch-rapport.nl/bouwkundige-keuring/voorbeeldrapport%20bouwplexx.pdf) (pagina 42 onderaan).)
Een '''installatieautomaat''', ook wel '''maximumschakelaar''', '''zekeringautomaat''' of kortweg '''automaat''' genoemd, beschermt de bedrading van [[elektrische installatie]]s tegen schade door te hoge [[Elektrische stroom|elektrische stromen]].
 
De automaat onderbreekt het elektrische circuit als door [[kortsluiting]] of [[Overbelasting (elektriciteit)|overbelasting]] een te hoge stroomstroomsterkte in deeen groep of installatie ontstaat. Bij een plotselinge hoge stroomstoot (kortsluiting) geschiedt het uitschakelen nagenoeg zonder tijdsverloop door een elektromagneet. Bij overbelasting vindt uitschakeling plaats door middel van een [[bimetaal]].
 
Installatieautomaten vervangen meer en meer de klassieke porseleinen [[Smeltveiligheid|smeltpatronen]]. Ze hebben de eigenschap – nadat ze in werking zijn getreden – direct weer voor gebruik gereed zijn. Bij moderne huisinstallaties zijn installatieautomaten evenals aardlekautomaten, naast [[aardlekschakelaar]]s, het hoofdbestanddeel van de [[Elektrotechnische verdeelinrichting|verdeelkast]] (groepenkast). De eerst beschikbare automaten waren schroefautomaten, ze werden vervaardigdmesschakelaars met dezelfdeeen nominale waarden als smeltpatronenontgrendelmechanisme en konden hiervoor in de plaats wordeneen gezetelektromagneet. De voorloper van de huidige installatieautomaten waren de pasco's; DII zekeringhouders voor DIN-rail montage met een ingebouwde groepsschakelaar. Daarna kwamen de eerste installatieautomaten van onder andere Holec en ABB, deze waren 1,5 module breed vanwege het aparte schakelcontact op de nulleider mee te schakelen.
Er bestaan ook schroefautomaten die in de plaats van smeltpatronen gezet kunnen worden, echter zijn de meeste hiervan onbetrouwbaar doordat ze niet kortsluitvast zijn of te langzaam reageren op een overbelasting (blijven hangen).
Vaak hebben deze dan ook geen [[KEMA-KEUR]] in tegenstelling tot de huidige installatie- en aardlekautomaten (ook de goedkopere) evenals (oudere) installaties met smeltpatronen, daarom zijn schroefautomaten in de meeste bouwmarkten niet meer te koop.
 
Tegenwoordig worden overwegend installatieautomaten toegepast voor vaste montage (sockelautomaten). Montage op de achterwand van de installatiekast gebeurt in de regel door middel van een [[DIN-rail]].
 
Installatieautomaten zijn er in verschillende uitvoeringen: de meest gebruikte uitvoering in huisinstallaties is de 1P+N-automaat; eenpolig met afschakelbare [[nulleider]] die alleen in de fasepool een set overstroombeveiligingen heeft. Verder zijn er 2P-automaten, dus tweepolig met in elke pool een set overstroombeveiligingen, en 3P-automaten met drie polen met drie sets overstroombeveiligingen. 3P+N-automaten hebben eveneens drie overstroombeveiligingen en een afschakelbare nulleider.
In Nederland moeten in huisinstallaties ook de nul geschakeld worden, dit is ook de reden dat in oudere installaties er bij eindgroepen altijd een aparte groepsschakelaar in de vorm van een wip- of draaischakelaar aanwezig is boven de smeltveiligheid.
 
Om ervoor te zorgen dat de automaten bij diverse specifieke omstandigheden niet te laat of onnodig aanspreken, zijn deze verkrijgbaar met verschillende uitschakelkarakteristieken. Voor verlichting en verwarmingstoestellen, die een lage inschakelstroom hebben, gebruikt men een B-karakteristiek. Dit is de meest toegepaste automaat bij huisinstallaties. Automaten met een C-karakteristiek worden gebruikt bij wat grotere (in)schakelstromen zoals [[Elektromotor|motoren]]. Automaten met een D-karakteristiek worden bijvoorbeeld voor [[transformator]]en gebruikt. Voor industriële toepassingen zijn er nog andere karakteristieken, speciaal voor de beveiliging van bijvoorbeeld installaties met [[Halfgeleider (elektronica)|halfgeleiders]]. Ook moet er afhankelijk van het gebruikte karakteristiek van de automaat rekening gehouden worden met de hoogte van de circuitweerstand zodat deze tijdig aanspreekt.
 
Een ander criterium voor installatieautomaten is de [[kortsluitvastheid]] van de automaat. Als een installatie waarin zich automaten bevinden zich dicht bij de voedende transformator bevindt, zal de kortsluitstroom die kan gaan vloeien veel groter zijn dan wanneer deze installatie (veel) verder van de transformator is verwijderd. In het geval dat de installatie dicht bij de transformator is, kan de kortsluitstroom enkele tot vele kA groot zijn. In huisinstallaties zullenzal demeestal voedendede kabelskortsluitstroom naaronder het huisafschakelvermogen zovan wordende aangelegdautomaat zodatblijven, dezedoor stromende stroombegrenzende eigenschap van tende hoogstekleine 6000 Ahoofdzekering (6 kA)25A kunnenof verwerken,35A) maar meestal zalen de 3000 Aweerstand nietvan wordende gehaaldbedrading. Een automaat moet een kortsluiting kunnen afschakelen zonder zelfdirect onbruikbaar te worden vernield. Hierbij mag ook geen brand worden veroorzaakt en mag er geen gevaar zijn voor mensen in de nabijheid van het automaat. Op de automaten die vandaag de dag in installaties worden gebruikt is de maximaal af te schakelen kortsluitstroom aangegeven.
Om ervoor te zorgen dat het afschakelvermogen niet wordt overschreden, wordt er bij grotere installaties rekening gehouden met de circuitweerstand door b.v. smeltpatronen als voorbeveiliging te gebruiken en door b.v. een extra lange kabellengte te gebruiken voor een hogere circuitweerstand, dit omdat in grote installaties het niet zo mag zijn dat bij een volledige kortsluiting direct de voorliggende beveiling wordt aangesproken.
 
== Werking ==
* Het tweede element is datgene dat beveiligt tegen [[Overbelasting (elektriciteit)|overbelasting]]. Dit is een '''thermische beveiliging''' met [[bimetaal]]. Bij langdurige te grote stroom treedt opwarming op van het bimetaal. Dit plooit door en bedient een palletje tegen het uitschakelmechanisme waardoor de automaat zal uitschakelen. Thermische uitschakeling is traag, dit komt omdat het enige tijd duurt alvorens het bimetaal zo warm wordt dat het gaat kromtrekken, hierdoor ontstaat een vertraging in de uitschakeling.
 
De overstroombeveiliging beveiligt de installatie enkel tegen kortsluiting (3 kA, 6 kA) en overbelasting (16 A, 20 A) maar niet tegen verliesstromen (aardfouten), als deze geen kortsluiting tot gevolg hebben. Omhiervan de gebruikersstroomsterkte teniet beschermengroter tegen [[elektrocutie]], en om te voorkomen dat bij een slechte aarding door een aardlekdan de aardingwaarde spanning gaat voeren, moetvan de installatie voorzien zijn van [[aardlekschakelaar]]s. Tegenwoordig worden steeds vaker aardlekautomaten toegepast; een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat in één behuizingbeveiliging.
Om de gebruikers te beschermen tegen [[elektrocutie]], en om te voorkomen dat bij een slechte aarding door een aardfout de aarding spanning gaat voeren, moet de installatie voorzien zijn van [[aardlekschakelaar]]s. Tegenwoordig worden steeds vaker aardlekautomaten toegepast; een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat in één behuizing.
De allereerste aardlekautomaten waren beschikbaar in 1985, deze waren van [[Holec]] en werden in de volksmond ook wel een Alomaat of Alamat genoemd. Het voordeel van aardlekautomaten is dat alleen de groep met de storing wordt uitgeschakeld en niet meerdere groepen.
 
== De curve ==
432

bewerkingen