Wet van Say: verschil tussen versies

13 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
k
geen bewerkingssamenvatting
k (→‎Waardering: De neoklassieken werden twee keer vermeld.)
kGeen bewerkingssamenvatting
De '''wet van Say''' stelt dat elk [[aanbod (economie)|aanbod]] zijn eigen [[vraag (economie)|vraag]] schept. Dit [[economie|economische]] principe wordt toegeschreven aan de [[Frankrijk|Franse]] zakenman, politicus en [[economie|econoom]] [[Jean-Baptiste Say]] (1767-1832).
 
Say ging uit van de aanname dat de vraag naar goederen in beginsel oneindig is (dit geldt misschien niet voor de eerste levensbehoeften, maar wel voor [[Luxegoed|luxegoederen]]). Verder betoogde hij ieder goed dat geproduceerd wordt, inkomen oplevert dat besteed kan worden om aan deze oneindige vraag te voldoen. Vraagoverschot en aanbodoverschot zouden tijdelijke en lokale afwijkingen zijn, die spoedig door het marktmechanisme gecorrigeerd zouden worden.<ref name=":0">{{Aut|Robert L. Heilbroner}}, ''The Worldly Philosophers'', Simon & Schuster, 1999.</ref>
 
Onmiddellijk gevolg van de wet van Say is dat een algehele [[overproductiecrisis]] niet kan voorkomen: [[recessie|recessies]] ontstaan niet door een gebrek aan vraag of aan [[geld]], maar door [[Schok (economie)|externe oorzaken]]. Voorspoed zou dan ook vergroot moeten worden door de [[productie]] te stimuleren, niet de [[consumptie]]. Vanuit Says standpunt leidt het vergroten van de [[geldhoeveelheid]] simpelweg tot [[inflatie]] ([[kwantiteitstheorie]]); meer geld om dezelfde hoeveelheid goederen te kopen representeert geen echte vergroting van de vraag. Een ander gevolg is dat een markteconomie altijd leidt tot [[volledige werkgelegenheid]]: overaanbod op de [[arbeidsmarkt]] wordt spoedig gecorrigeerd door stijgende vraag.
525

bewerkingen