Wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen: verschil tussen versies

Hoewel de expositielokalen het kernpunt van de tentoonstelling zou moeten zijn, ging de meeste media-aandacht uit naar Oud-Holland. Het idee voor dit nagebouwde zeventiende-eeuwse stadje was overgenomen van architect [[Isaac Gosschalk]], die in 1894 een 'Oud-Amsterdam' propageerde. Het comité koos er echter voor om geheel Nederland in het stadje op te nemen, hoewel de nadruk op de hoofdstad bleef liggen. Voorts waren op eerdere wereldtentoonstellingen als soortgelijke nagebouwde stadjes verschenen.
 
Het stadje bestond uit een grachtje, een binnenplaats en een groter marktplein. Blikvangers waren de toegangspoort, een replica van de Nijmeegse [[Kerkboog]], en het nagebouwde [[Oude Stadhuis van Amsterdam|oude Amsterdamse stadhuis]], dat in 1652 was afgebrand. In de gereconstrueerde huisjes van het dorpje bevonden zich met name horecagelegenheden, winkels met zogenaamd ambachtelijke snuisterijen en enkele opzienbarende acts. Daarnaast was er een populair doolhof.
 
Heel het stadje was een vorm van [[re-enactment]]: het kende een eigen burgemeester, een eigen krant geschreven in zeventiende-eeuws Nederlands, er werden kluchten opgevoerd, acteurs liepen in historische kleding en er werden fictieve geschiedenissen van het stadje geschreven. Bezoekers van de wereldtentoonstelling konden [[poorter]] worden van het stadje. Men deed in Oud-Holland bijna letterlijk een stap terug in de tijd.
 
=== Wereldbazar en Mailboot 'Prins Hendrik'===
921

bewerkingen