Maasboulevard (Maastricht): verschil tussen versies

spelling
k
(spelling)
| caption2 = Gesloopte huizenrij aan de [[Kesselskade|Bokstraat]], 1849
}}
Tussen 1847 en 1850 werd op de plek van de huidige Maasboulevard het [[Kanaal Luik-Maastricht]] gegraven. Het kanaal verbond de Maas in [[Luik (stad)|Luik]] met het [[Bassin (Maastricht)|Bassin]] in Maastricht, en via de [[Zuid-Willemsvaart]] en de [[Kempische kanalen]] met de [[haven van Antwerpen]]. In Maastricht wilde men het nieuwe kanaal koste wat kost laten aansluiten op de binnenhaven Bassin, omdat men bang was anders van alle scheepvaartverkeer uitgesloten te worden. Uiteindelijk werd gekozen voor een tracé parallel aan de Maas, waarvoor een deel van het historische rivierfront werd opgeofferd. Zo verdwenen zeker vijftig huizen aan de [[Kesselskade|Bokstraat]], werden grote delen van de stadsmuur langs de Maas gesloopt, en viel de [[Antonietenklooster (Maastricht)|Antonietenkerk]] – een van de grootste gotische kerken van de stad – ten prooi aan de slopershamer. Deze afbraakwoede is tot op de dag van vandaag zichtbaar in het stadsbeeld, ook buiten het centrum.{{Refn|group=noot|Naast de reeds genoemde vestingwerken en gebouwen, kunnen genoemd worden: het [[refugiehuis]] van de [[abdij van Val-Dieu]], het monumentale woonhuis van baron de Crassier (waar in 1717 [[Peter I van Rusland]] logeerde), de [[Molenpoort (Maastricht)|Molenpoort]] en de [[Batpoort]]. Aan de barokke gevel van de [[Augustijnenkerk (Maastricht)|Augustijnenkerk]], ontworpen voor de smalle Bokstraat, is te zien dat deze niet bedoeld was voor het open rivierfront, zoals zich dat tegenwoordig voor de kerk uitstrekt. In Sint Pieter moest de achtiende achttiende-eeuwse [[Sint-Lambertuskapel (Maastricht)|Sint-Lambertuskapel]] worden afgebroken voor de bouw van het kanaal. De kapel werd iets verderop herbouwd, waarbij ''en passant'' een vroegmiddeleeuwse begraafplaats werd geruimd. Verder kan de breedte van de Maasboulevard, waarvoor met name in het zuidelijk deel geen noodzaak bestaat, herleid worden tot het profiel van het kanaal.<ref>Martin (2000), pp. 107-110, 152-155.</ref><ref>Ubachs/Evers (2005), p. 82: 'Bokstraat'; pp. 263-264: 'Kanaal Luik-Maastricht'; pp. 300-301: 'Lambertuskapel, Sint-'; p. 411: 'Peter de Grote'.</ref>}}
 
Na de opheffing van de vesting Maastricht in 1867 werden de stadsmuren en buitenwerken voor een groot deel geslecht. In 1894-1895 werd de walmuur langs de Maas tussen het Bassin en de Sint Servaasbrug afgebroken, waarbij onder andere het Jodenpoortje verdween.<ref>Martin (2000), p. 197.</ref> De Onze-Lieve-Vrouwepoort was al in 1868 gesloopt en een deel van de walmuur in deze omgeving verdween in fasen tussen 1895 en 1904. De sloop van de [[Onze Lieve Vrouwewal (Maastricht)|Onze-Lieve-Vrouwewal]] werd in 1895 op aandrang van het Rijk stopgezet. Ten zuiden van de stad werd de lunet Sint-Pieter mogelijk al in 1864 gesloopt, het kroonwerk Hessen in 1869 en het bastion Nassau-Weilberg in fasen tussen 1871 en 1886.<ref>Morreau (1979), pp. 21, 187-189.</ref> Vanaf circa 1885 werd hier het [[Villapark (Maastricht)|Villapark]] aangelegd, ontworpen door de stadsarchitect [[W.J. Brender à Brandis]].<ref>Martin (2000), pp. 216-220.</ref>
30.739

bewerkingen