Knie (anatomie): verschil tussen versies

30 bytes verwijderd ,  1 jaar geleden
k
|{{Largethumb}}| is redundant, gebruik voortaan |thumb|
k (|{{Largethumb}}| is redundant, gebruik voortaan |thumb|)
[[Bestand:Knee.female.jpg|{{largethumb}}thumb|Uitwendig aanzien van de knie]]
[[Bestand:Gray348-de.png|{{largethumb}}thumb|Linkerknie van een mens, voorzijde rechts]]
[[Bestand:Legamenti crociati.jpg|{{largethumb}}thumb|[[Magnetic Resonance Imaging|MRI]]-scanning van de knie. In rood is de voorste kruisband, in groen de achterste kruisband aangegeven]]
De '''knie''' of '''articulus genus'''<ref name="Kopsch">Kopsch, F. (1941). ''Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.)'' (3. Aufgabe). Leipzig: Georg Thieme Verlag.</ref><ref name="Broek1954">Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). ''Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel'' (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.</ref> is een [[gewricht]] in de vorm van een scharnierverbinding (articulus bicondylaris) in het menselijk [[been (ledemaat)|been]], dat het [[scheenbeen]] (tibia) verbindt met het [[dijbeen]] (femur,het bot van het bovenbeen). Deze verbinding wordt aan de voorkant beschermd door de [[knieschijf]] (patella). Het kniegewricht bestaat dus uit het femur, tibia en patella. Het is het grootste en meest complexe gewricht van het [[Menselijke anatomie|menselijk lichaam]].
 
Vanuit dit gewricht wordt het been gestrekt (extensie) door aanspanning van de bovenbeenspieren, de vierhoofdige dijbeenspier ofwel ''[[musculus quadriceps femoris]]'', en gebogen (flexie) door aanspanning van de spieren aan de achterzijde van het bovenbeen, de tweekoppige dijbeenspier, ''[[musculus biceps femoris]]'' (''femur'', Latijn = dijbeen) In het populaire taalgebruik heet deze spier de ''[[hamstrings]]'',
 
Tevens wordt vaak met de knie het gebied van het been bedoeld dat deze verbinding insluit en steunt, dus ook het omliggend [[weefsel (biologie)|weefsel]]. De bewegingen van de knie verlopen soepel door middel van [[kraakbeen]]. Het dunne elastische weefsel, kraakbeen, beschermt het bot en zorgt dat de gewrichtsvlakken gemakkelijk over elkaar kunnen glijden. Men kan twee soorten gewrichtskraakbeen onderscheiden in de knie, namelijk fibreus kraakbeen ([[meniscus (anatomie)|meniscus]]) en hyalien kraakbeen.
De voor-achterwaartse stabiliteit in het kniegewricht wordt vooral bereikt door kruislingse banden (de kruisbanden/ligamenta cruciformia) die boven- en onderbeen verbinden. De zijwaartse stabiliteit wordt gewaarborgd door de ligamenta collateralia. Een soepel scharnieren van bovenbeen ten opzichte van het onderbeen wordt bereikt doordat de knie omvat is in een kapsel en door de aanwezigheid van kraakbeenschijven tussen de scharnierende botdelen (de [[meniscus (anatomie)|menisci]]). Stabiliteit (passief) wordt bereikt door de kniebanden en kruisbanden en (actief) door de bovenbeenspieren.
Het kraakbeen slijt met de jaren, maar ook door belasting. Kraakbeen heeft vermogen zichzelf te herstellen, maar dit kost tijd omdat er in dit weefsel geen bloedvaten aanwezig zijn die voor de stofwisseling zorgen. Een groot deel van het herstelweefsel zal uit fibreus kraakbeen ontstaan. Het chondrine in fibreus (vezelig) kraakbeen is doortrokken met dicht opeengepakte collageenvezels. Is trekvast en drukbestendig en geeft een soepele botverbinding.
 
Bij [[gewervelden|gewervelde dieren]] wordt met de knie een analoge verbinding of deel van het been bedoeld.
 
==Literatuurverwijzingen==
{{References}}
<references />
 
{{Navigatie skelet}}