Schedellozen: verschil tussen versies

22 bytes verwijderd ,  1 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (-overbodige regels)
| w-naam=Cephalochordata
}}
De '''schedellozen''' (''Cephalochordata'') vormen een onderstam van de stam [[chordadieren]] (Chordata). Vanwege de anatomie en ontwikkeling hebben ze een speciale plaats binnen het dierenrijk gekregen: ze vormen een [[Zustergroep (cladistiek)|zustergroep]] van de [[Craniata]]. Er zijn twee families en drie geslachten die tot de ''lancetvisjes'' behoren. Tot nog toe zijn meer dan twintig soorten beschreven, waarvan een aanzienlijk deel nog wordt betwist, en waarschijnlijk sommige nog moeten worden ontdekt. Ze hebben wel een rugzenuw, maar geen beschermende wervelkolom en ze behoren in strikte zin dus niet tot de [[vissen (dieren)|vissen]] en zelfs niet tot de [[gewervelden]] (Vertebrata), maar wel tot de [[Chordadieren|Chordata]].
 
==Leefwijze==
 
==Kenmerken==
Het zijn visachtige diertjes van maximaal 5 centimeter lang, en ze hebben lichtgevoelige orgaantjes (ogen) aan de zijkant van de kop.
 
De [[spier (anatomie)|spieren]] zijn langs het lichaam in segmenten verdeeld en zijn aan de chorda aangehecht. Dit zorgt voor nog meer ondersteuning van het lichaam. Het dier heeft geen ledematen en geen duidelijk begrensde [[hoofd (anatomie)|kop]]. De huid heeft geen pigment. Ze hebben een elastische, maar stevige streng genaamden boven dit [[notochord]] van gelatineus materiaal waarboven langsloopt de neurale buis loopt. De notochord strekt zich over de gehele lengte van het lichaam uit, loopt van neus tot staartpunt, en geeft versteviging aan het vlezige lichaam. Deze streng vindt menis terugaanwezig intijdens het embryonale stadium van alle [[chordadieren]], inclusief [[gewervelden]]. Omdat lancetvisjes geen harde delen hebben, zijn er maar weinig fossielen bekend. Een verwante vorm, [[Pikaia]], is bekend uit afzettingen van zo'n 500 miljoen jaar oud.
 
==Anatomie==
42.455

bewerkingen